You must install Adobe Flash to view this content.
  • Intro
  • Info
  • Actueel
  • Links
  • Media
 
  • Brunssum
    • Samenkomst / Eredienst
    • Route
    • Essentie
    • Geschiedenis
    • Alpha & Omega
    • Colofon
  • Geleen
  • Kerkrade

Geschiedenis

Treebeek is een plaats waar nog geen honderd jaar geleden het vee graasde, boeren zaaiden en oogsten en de graaf De Marchant et d'Ansembourg uit Amstenrade zijn 'speelveld voor hazen', zijn jachtgebied had. De wandelaar kon in stilte genieten van het natuurschoon n de imposante vergezichten. Bij gebrek aan verharde wegen moest hij stevige schoenen aantrekken. De vestiging van een Staatsmijn zorgt echter in snel tempo voor een complete metamorfose. In 1904 laat de regering een aantal proefboringen uitvoeren om na te gaan of het zin had 'Op de Kroeselen' of bij de 'Heisterberg' een tweede Staatsmijn te vestigen. En jawel: de boringen voldeden aan de verwachtingen, zodat in 1906 werd besloten de steenkoollagen in het agrarische noorden van de gemeente Hoensbroek te gaan exploiteren... Weldra gonsde het er van de bedrijvigheid. Tussen 1908 en 1914 verrees de Staatsmijn Emma, vernoemd naar de moeder van de toenmalige koningin Wilhelmina. Ook werd en spoorlijn aangelegd voor de afvoer van het zwarte goud; een spoorlijn die werd doorgetrokken naar de derde Staatsmijn die in Brunssum-Rumpen werd gevestigd en gelijkertijd de scheiding markeerde tussen de nieuwe mijnzetel en de in rap tempo door Staatsmijnen gebouwde mijnwerkerkolonie... In de gemêleerdheid van de nieuwe wijk ontstaan tal van kerken, waaronder ook de evangelische Gemeente van God.

Nieuw emplooi voor Hollanders
Bij de komst van zo'n arbeidsintensieve tak van nijverheid was immers mankracht nodig, heel veel mankracht. Uit de omgeving van de in aanleg zijnde mijn kon onmogelijk voldoende mankracht op de been gebracht worden Dankzij intensieve wervingscampagnes stroomden van heide en verre mijnwerkers toe. Als door een magneet aangetrokken togen ze naar de nieuwe mijn: jonge, sterke kerels uit alle delen van het land, al dan niet in gezelschap van hun gezin, maar ook mannen en gezinnen uit de Duitse kolenbekkens; uit Polen, Tsjechië, Italië en waar al niet vandaan. Kolen delven stond immers borg voor een bestaanszekerheid en daar woog het zware ondergrondse werk ruimschoots tegen op... Het bijzonder is dat Staatsmijnen niet alleen gelet op de tijd waarin de mijn tot exploitatie kwam - de Eerste Wereldoorlog - vooral moest werven in de noordelijke provincies van Nederland, maar daar ook bewust voor gekozen had. De Staatsmijnen waren in het leven geroepen om de buitenlandse invloeden in de mijnindustrie te weren. In en na de Eerste Wereldoorlog kom daarom vele Nederlandse mijnwerkersgezinnen die eerder voor hun boterham naar het Duitse kolenbekken waren getrokken naar de Nederlandse mijnstreek. Bij de aanleg van de Emma ontwikkelde de directie van de Staatsmijnen ook een grote arbeiderswijk op grond die ze van vooral de graaf De Marchant et d'Ansembourg hadden gekocht.

Bouw van de kolonie Treebeek
Ongeveer 1913 begon het bouwbureau van de Staatsmijnen met de aanleg van de mijnwerkerskolonie Treebeek. De mijndirectie had nog geen vertrouwen in de aanpak van de woningnood door de koepelorganisatie 'Ons Limburg' en besloot daarom het stedenbouwkundige plan van Treebeek gelegen op grondgebied van drie toenmalige gemeenten Heerlen, Brunssum en Amstenrade en grenzend aan dat van Hoensbroek, te baseren op de Tuinstadgedachte van Howard. Echter voldoet het ontwerp dat onder leiding van mijndirecteur ir. A.E. Dinger met zijn staf voor het 'tuindorp' - zoals ze het zelf noemden - niet aan de ideeën van Howard. In de opzet was het toch meer een industriedorp, weliswaar met fraaiere en betere woningen in een meer afwisselender omgeving en meer groen dan de andere mijnwerkerskoloniën. Vanwege economische redenen had men besloten de wijk niet ten westen en op ruime afstand van de mijnzetel te leggen, waardoor de mijnwerkers geen overlast zouden hebben van stof, rook, stank en lawaai in verband met de meestal aanwezige zuidwestenwind, maar ten noorden en voor de mijnwerkers op loopafstand van hun werk. Toch wilde Staatsmijnen duidelijk een wijk neerzetten met ruim aangelegde woningen met moderne faciliteiten als riolering, elektriciteit, water en een goede levensmiddelenvoorziening, zodat de mijnwerkers langer bleven en de mijn kon beschikken over de 'keurtroepen' van de mijnwerkers, zoals mijndirecteur Van Iterson ooit zei. In recordtempo werden straten aangelegd en woningen gebouwd, want de mijn zou al spoedig in exploitatie komen. Bij Passart-Nieuwenhagen, de Wenckebachstraat en de Verlengde Treebeekstraat verrezen grote barakkenkampen (houten, maar ook asbestwoningen) om de eerste stroom mijnwerkers te kunnen opvangen. De echte woningbouw in opdracht van het bouwbureau getekend door architect J.H.W. (Willem) Leliman B.I. uit Den Haag vond plaats in de periode 1913-1919 (Wenckebachstraat, Treebeekstraat/-plein, Engerstraat/-plein, Sterrenstraat, Spoorstraat, Maanstraat, etc.). In het gedeelte Treebeek werden toen 634 woningen gebouwd. In de woningbouw werden rangen en standen zeer zichtbaar gemaakt: er waren woningen voor ingenieurs, voor opzichters, voor beambtenen voor arbeiders, steeds in status en grootte afnemen. Tevens kwam er een winkelvoorziening en later werden er een aantal scholen gebouwd. Het beambtencasino werd in 1924 gebouwd, eerst veel later, in 1938 bouwde Staatsmijnen het geplande openbare badhuis aan de Maanstraat.

Sociale controle en kerken
Het gebied Treebeek was lange tijd voorzien van een bordjes 'Eigen Weg der Staatsmijnen', en 'Verboden toegang voor motorrijtuigen met ijzeren of stalen wielbanden en voor personen wier de toegang tot de Staatsmijnen is ontzegd'. Het eigen gebied werd gecontroleerd door de staatsmijnpolitie en sociaal werkers, woninginspectrices, - zowel protestants als katholiek - in dienst van de mijn. Sociale wantoestanden, zoals in de eerste Heerlense mijnwerkerskoloniën voorkwamen en zijn beschreven door Vianen in 1907, wilde de Staatsmijndirectie voorkomen. Maar helemaal lukte dat niet in de volle breedte. Door de woningnood in de beginperiode was het hebben van een kostganger heel gewoon. In 1919 was er ook in bijna elke Staatsmijnwoning (van de 1200 inclusief Haansberg) minimaal één kostganger. In driehonderd woningen twee, in tweehonderd woningen drie en in honderd woningen vier of meer.
Dinger vertelt in een artikel over de wijk dat Staatsmijnen weinig vertrouwen hadden in de confessionele bouwverenigingen, omdat men dan geloofsgenoten ging groeperen in een wijk. Men wilde een wijk vor alle mijnwerkers. Maar dat maakte de mijn niet waar. Uit het toewijzingbeleid blijkt dat men socialisten en zeker communisten zoveel mogelijk uit de wijk wilde weren en dat niet Nederlanders alleen noodgedwongen werden toegelaten.
Door de immigratie van mijnwerkers met meerdere geloofsovertuigingen ontstonden er ook verschillende scholen en kerken, deels met steun van de Staatsmijnen. In 1987 stonden er nog twaalf kerken van elf denominaties. Speciaal in Treebeek ontstond deze situatie, doordat het de eerste grote mijnwerkerswik was van aanvankelijk alleen Nederlander - vooral Hollanders, Friezen, Drenten, Brabanders - omdat de Staatsmijnen Nederlanders in dienst nam, die veelal een diverse protestantse achtergrond hadden. Staatsmijnen subsidieerden de kerkenbouw, omdat ook vanuit de kerken een goede sociale controle te verwachten viel. Daarbij maakte de (protestantse) directie geen onderscheid tussen protestants of katholiek, wel moesten de kerken ingeschreven zijn als officieel kerkgenootschap in de zin van de Nederlandse wet.
Zo ontstonden zo rond 1920 het rectoraat de paters Conventuelen (1920) dat later de St. Barbaraparochie zou worden, de Gereformeerde Kerk (1919), het Leger des Heils (1920), de Baptistengemeente (1925) en andere kerken. Pas na de Tweede Wereldoorlog, in 1955, ontstond de Hervormde Gemeente (Immanuëlkerk). Wel was vanuit Heerlen/Hoensbroek in 1928 het jeugdhuis aan de Maanstraat gebouwd.

Een voorbeeld: Gemeente Gods
In deze setting is het ook dat in Treebeek in 1921 de Gemeente Gods-beweging in Nederland ontstond. Lange tijd als kleine kern, samenkomend in huiskringen, maar al vanaf 1927 met een eigen kerk in Abdissenbosch. De families Jeninga en De Groot waren de pioniers bij het ontstaan van deze gemeente. De uit Friesland afkomstige broers Jan en Fedde Jeninga waren zo rond 1910 naar het Duitse kolenbekken getrokken om er hun brood te verdienen. In Recklinghausen kwamen deze mijnwerkers met de Gemeente Gods-beweging in contact en waren onder de indruk van de leer en het enthousiaste geloven van de christenen die daar samenkwamen. Na de Eerste Wereldoorlog zochten beide broers hun heil in de Nederlandse mijn. Jan Jeninga kwam met zijn gezin in 1919 naar Brunssum (toenmalig adres: Spoorstraat 6) en verhuisde in datzelfde jaar naar het barakkenkamp aan de Passartweg (Passart-Nieuwenhagen 23, later: Passartweg 50). In januari 1921 komt ook zijn broer Fedde Jenninga met gezin naar Nederland, eerst woont hij in Nieuw-Einde (Anjelierstraat 7), in 1923 komt ook hij naar Treebeek (Sterrenstraat 22). Toen het gezin Jacob de Groot zich in oktober 1921 ook vanuit Duitsland in Treebeek vestigde, werd met huissamenkomsten begonnen.
Met evangelisatie bereikten ze ook anderen met de ideeën van de gemeente en zo rond 1927 naar Abdisschenbosch waar hij achter zijn woning in een ruime schuur samenkomsten begint. Zijn broer Fedde moest vanwege zijn gezondheid het werk in de mijn staken en verhuist in augustus 1928 naar IJmuiden, waar hij uiteindelijk een kruidenierszaak heeft. Ook daar ontstaat een gemeente, waarvan hij de voorganger wordt. Jan Jeninga en Jacob de Groot zijn dan de voorgangers in de gemeente in Abdissenbosch. In 1952 besluit laatste met een aantal families opnieuw in Treebeek een gemeente te starten.

De Gemeente Gods-beweging wereldwijd
De Gemeente Gods noemt zich tegenwoordig een evangelische gemeente. Ze maakt deel uit van een wereldwijde beweging die in 1881 in Anderson, Indiana (USA) is ontstaan. De pioniers van The Church of God-movement hadden de visie dat het niet nodig moest zijn dat christenen verdeeld werden door dogma's en verzuiling. In de bijbel las men dat Christus slechts één (universele) gemeente/kerk had gevormd en dat alle christenen een eenheid vormen in het lichaam van Christus. De oproep van de pioniers was dan ook heel simpel: christenen uit alle kerken: sla de handen ineen en kom tot de kern van je opdracht. Maak je sterk om de boodschap van Gods redding en liefde door Jezus Christus aan de hele wereld bekend te maken. Geen ledenregister, geen vastgelegde dogmatiek, geen synodale of kerkelijke hiërarchie en geen onveranderlijke tradities er op na houden was onderdeel van deze visie. De bijbel is de enige bron voor het functioneren van de gemeente. Daarbij vertrouwt men erop dat alle oprechte christenen vervuld met en onder leiding van de Heilige Geest tot een juist inzicht voor hun levenswandel en tot praktische invulling van naastenliefde komen in een dienstbare en nederige houding. Een belangrijk onderdeel van de gemeenschappelijke geloofsbeleving in de samenkomsten was en is de veelzijdige (moderne, soms eigentijdse) muziek en zang.
Met de boodschap 'één Heer, één doop, één gemeente' trok met door de Verenigde Staten en duizenden mensen uit verschillende kerken sloten zich bij hen aan, soms plaatselijke kerken.
Rond 1900 trokken zendelingen uit deze beweging naar Europa: Engeland, Duitsland en Denemarken waren de eerste landen waar de boodschap van een universele gemeente werd verkondigd. Met name in het Ruhrgebied ontstaan vele gemeenten, en het was daar dat genoemde Nederlandse mijnwerkers dus met de beweging in aanraking kwamen. In vele landen in alle werelddelen telt de beweging duizenden plaatselijke gemeenten. Het zwaartepunt ligt in de USA en Canada, daar zijn zo'n 2300 gemeentes met zo'n 235.000 samenkomstbezoekers. De beweging is verder vertegenwoordigd in nog 90 landen met ongeveer 7350 kerken en zo'n 750.000 bezoekers van samenkomsten. De beweging groeit het sterkst in de Afrikaanse en Aziatische landen vooral in Kenia, Oeganda, Zaïre en Korea. In Europa is de beweging niet tot grote bloei gekomen, alhoewel daar de laatste decennia een lichte verandering in lijkt te komen.

Een nieuw start in Treebeek
Een opmerkelijke gebeurtenis in mei 1952 zorgde ervoor dat enkele broeders en zusters onder leiding van Jacob de Groot in Treebeek actief werden om het evangelie te verkondigen. Ze zochten nieuwe wegen voor ontplooiing van de dienst van het woord en openlijke evangelisatie. Aanvankelijk hadden ze nog geen plaats om samen te komen. De samenkomsten vonden plaats in huiselijke kring en in de open lucht. Voor dat laatste hadden ze vanwege hun actieve instelling om te evangeliseren in juli 1952 vergunning gekregen. De openluchtsamenkomsten mochten in Heerlerheide en Treebeek gehouden worden op niet dicht bebouwde plaatsen. Op 7 september 1952 nam men in een gezamenlijke vergadering besluiten om diakenen en medewerkers aan te stellen. De broeders van het eerste uur waren Jacob, Siebe en Klaas de Groot, Govan en Jelke Bouma, Pieter van der Schrier en de broeders Evers en Reinders. Jacob de Groot werd voorganger en Bouma en Reinders waren de eerste oudsten. Samen vormden ze de raad van de gemeente.
Omzien naar een zaal voor de regelmatige samenkomsten leverde op dat per 11 mei 1953 op zondag het jeugdgebouw 'Phoenix' (A.J.C.-gebouw) van stichting 'De vrije Gemeenschap' (Humanistisch Verbond) kon worden gehuurd. Dit gebouw lag aan de ventweg achter de woningen van de Dr. A. Kuyperstraat (10a). De eerste samenkomst hield men er op 18 mei 1953. Deze dag beschouwt de gemeente als de officiële start van de zelfstandige gemeente.
De prille gemeente spaarde van meet af aan voor een eigen gebouw. Een stuk grond dat ze aanvankelijk kochten, bleek niet geschikt om er een kerk neer te zetten. Bovendien kwam er al snel een ander aanbod: het gebouw waar ze wekelijks bijeenkwamen kon van het Humanistisch Verbond worden overgenomen. Dat gebeurde bij koopakte van 11 mei 1966.
Omdat de gemeente gen erkend kerkgenootschap is in de zin van de Nederlandse wet werd voor het beheer van eigendommen in 1960 een stichting opgericht. 'Stichting tot ondersteuning van het Kerkgenootschap der Gemeente Gods'.

De kerken aan de Dr. A Kuyperstraat en de Maanstraat
Het pas verworven gebouw was na de verwerving aan een opknapbeurt toe. Dat kon toen het Humanistisch Verbond er geen bijeenkomsten meer claimde als bedongen bij de verkoop. De mijnschade werd afgekocht en er werd een verbouwingsplan gemaakt dat in 1971 werd uitgevoerd. Op12 december 1971 was de feestelijke heropening.
Het gebouw bleek echter te achteraf te liggen om opgemerkt te worden. Bovendien zou er in 1990 een nieuwe weg komen die het 'achteraf' effect zou versterken. Daarom wer op tijd omgezien naar een geschikte locatie waar een positieve gemeenteontwikkeling zou kunnen plaatsvinden. De Gemeente Brunssum bood de gelegenheid het voormalig badgebouw in de Maanstraat 13 aan te kopen tegen inruiling van het gebouwtje aan de Dr. A. Kuyperstraat. De ruiling van de gebouwen werd in maart 1988 door de gemeenteraad van Brunssum geaccordeerd. De akte van koop en ruil werd op 22 juli 1988 gepasseerd en met de verbouw kon worden begonnen. De ruwbouwsamenkomst werd gehouden op zondag 28 augustus 1988 door pastor Egon Wilhelm uit Erkelenz (D). Omdat per 1-1-1989 het gebouw aan de Dr. A. Kuyperstraat moest worden opgeleverd aan de Gemeente Brunssum, werd met man en macht gewerkt het verwaarloosde gebouw aan de Maanstraat bewoonbaar te maken. Een eerste bijeenkomstruimte kwam kort voor kerst gereed, zodat meteen na de kerstvieringen van 1988 de verhuizing naar het gebouw aan de Maanstraat kon plaatsvinden. Daarna ging het opknappen van het gebouw in eigen beheer en met inzet van veel vrije tijd voortvarend. Op 17 december 1989 kon de grote zaal in gebruik worden genomen. Op 5 mei 1990 was de feestelijke ingebruikneming.

De voorgangers en gemeenteontwikkeling
Jacob de Groot werd in juli 1967 als voorganger opgevold door zijn zoon Siebe de Groot. Deze bleef voorganger tot 24 februari 1980. Vanaf die tijd namen Jauk de Koster en Roelof Braad de voorgangerstaak waar. De voorgangers waren steeds onbezoldigd. In augustus 1992 kwam de huidige voorganger Adriaan Bais naar Brunssum. Op zaterdag 9 oktober 1993 werd het bevestigd als voorganger. Hij is de eerste bezoldigde en opgeleide pastor van de gemeente.
Sinds de vestiging in de kerk aan de Maanstraat groeide de gemeente in aantal exponentieel.
Momenteel zijn er zo'n zestig samenkomstbezoekers en het aantal is groeiende. De zaal heeft maar tachtig zitplaatsen en daarom wordt al enige tijd bekeken of het gebouw aan de Maanstraat uitgebreid kan worden. Daarnaast zijn de eerste stappen gezet voor de ontwikkeling van nieuwe gemeenten in Kerkrade en in Velserbroek of Heemskerk.
De gemeente heeft tijdens de vijftig jaar van haar bestaan voortdurend aandacht besteed aan evangelisatie. Zo is in de begin jaren tachtig meegewerkt aan een interkerkelijke koffiebar 'Maranatha' in de toenmalige Gereformeerde Kerk. Er waren altijd brochures met een pakkende boodschap voorhanden om weg te geven en vanuit de gemeente werd interkerkelijke samenwerking op gebied van evangelisatie altijd ondersteund. In de jaren negentig is samengewerkt in een interkerkelijke 'Er is hoop'-werkgroep met evangelisatieacties op de Promenade in Heerlen en in Brunssum. In oktober van dit jaar is een grootscheepse evangelisatiecampagne in Limburg - Impact World Tour - afgerond die samen met andere kerken (katholiek en protestant) op touw is gezet om jongeren op eigentijdse wijze te laten kennismaken met het christelijk geloof.
Bijzonder is het muzikale gehalte van de gemeente. Er is en wordt veel en modern gezongen. De traditionele kerkliederen waren 'out'. De laatste jaren staan de moderne Opwekkingsliederen op het repertoire. Vele zangers en muzikanten maken de samenkomsten elke zondag om 10.30 u. telkens weer tot een belevenis.

De bovenstaande tekst is overgenomen uit: "Geschiedenis.pdf" en daar waar nodig aangepast om in overeenstemming te komen met de opmaak. Bronvermeldingen zijn derhalve weggelaten.

 

 
Gerealiseerd door GeGo. © 2012 Evangelische Gemeente Gods.    Alle rechten voorbehouden Inloggen