Laatste preek

(door Roel)

 

Hoe kunnen we onze omgeving zo beïnvloeden dat groei ontstaat?

 

Eerst een verhaal vooraf. Over dit zoutvaatje wat ik hier in mijn handen heb.

”Het Zoutvat

“Ik vind de hele actie altijd nog zinloos! Als we nu nog met meer zoutkorrels waren, dan viel er nog over te denken, maar zo? In die reusachtige soeppan vallen wij toch niet op. Naar mijn mening kan dit nooit onze opdracht zijn.”
“Nou, nou, rustig maar!” maakte een oude zoutkorrel zich verstaanbaar. “Natuurlijk is het zo dat we ten opzichte van de groente in de soep sterk in de minderheid zijn. Maar wij hebben genoeg kracht om al die soep voldoende pittigheid te geven.”
“Moet ik dan ook mee doen?” vroeg een schuchtere zoutkorrel wat angstig. “Ik vind het maar link. Ik blijf veel liever hier in het veilige zoutvat. Op mij komt het toch niet aan?”
“Wel verdraaid”, antwoordde de oudere zoutkorrel. “De zin van je bestaan is toch niet om hier in het zoutvat te hokken en met de andere zoutkorrels hoog geestelijke gesprekken te voeren?! Je moet de zaak hartig maken. Alleen dat is je opdracht!”
“Niet zo driftig”, riep iemand uit de achterste rijen. “Zou het niet voldoende zijn om iemand van ons, bij wijze van spreken als afgevaardigde, in die soepketel te sturen?”
“Oh ja, iemand die daarvoor een roeping heeft!”
Over en weer kwamen nu allerlei ideeën en voorstellen. Het werd een complete kakafonie: “Waarom komt die soep niet hier in ons zoutvat!” “Ja zeker, iedereen is hier toch hartelijk welkom?” “Heeft geen zin, volgens mij houden ze meer van peper.” “Soep is zo heel erg nat.” “De tijden van onze samenkomsten staan toch groot in de vitrinekast op onze voorgevel?” “Ik ben er nog altijd voor om iemand te sturen die er voor geleerd heeft om iets hartig te maken. Wij als leken…”
“Stilte!” brulde een kwaad geworden zoutkorrel. “Let eens allemaal op. Zo komen we geen stap verder. Jullie willen één zoutkorrel sturen, waar de kracht van een ieder van ons zeer nodig is. En als jullie willen wachten tot de soep vanzelf in ons zoutvat komt, dan kun je wachten tot St. Juttemis. Denk toch eens waarom we op de wereld zijn. We moeten zout zijn! Zijn jullie dat vergeten? Hebben we soms nog een andere functie?”
Iedereen werd er stil van. Opeens voelden de zoutkorrels dat het zoutvaatje werd opgetild. En allen die hun opdracht bekenden, lieten zich vallen. Het werd toch nog een heerlijke soep.

Groene vingers

Misschien heb je weleens gehoord van mensen die ‘groene vingers’ hebben. Zijn of haar planten staan er mooi groen en fleurig bij al bij geen ander. Sommigen proberen dan hun plantje ook zo goed te verzorgen, maar het lukt hun niet. Waarom niet? Hun plantje staat in een totaal andere omgeving. Elke plant heeft een omgeving nodig die bijdraagt tot groei, afhankelijk van de soort: voldoende grond, zon, water, mest en omgevingstemperatuur. Vastgesteld is dat planten niet uit eigen kracht groeien, maar beantwoorden aan hun omgeving die het de groeisignalen geeft om te doen wat het meest natuurlijke is. Groeien dus.

Ook als kind van God kun je niet zelf je geestelijke groei bewerken. Hoe harder we dat proberen, hoe minder het lijkt te lukken. Want alleen God heeft onze groei in handen, Hij waakt over ons groeiproces. En het is fijn te weten dat Hij ´groene vingers´ heeft voor onze groei.
Dat proces begint al wij ons laten inplanten in een geestelijke omgeving die groei brengt en daarvoor voldoende voeding heeft. Dat is een voorrecht maar ook onze verantwoording en keuze. Onze geestelijke omgeving is niet zomaar iets toevalligs, het is een omgeving waarin op de eerste plaats met God rekening gehouden wordt, waar verandering als nodig en positief wordt ervaren en waar God door Zijn Geest de leiding heeft. Waar dus alles is gericht op God en niet op je eigen keuzes en bezigheden waarvan jezelf wel uitmaakt of die goed voor je zijn; of zelf een selectie maakt in de Bijbelse normen die je navolgt of niet navolgt.

Veranderen

Waar iedereen meer of minder bang voor is, is veranderen. We willen alle laten zoals het is, of beter gezegd zoals het wás. We proberen onze angst te verstoppen door onverzettelijk te verkondigen dat God altijd dezelfde is en niet verandert. Maar wat niet verandert, groeit niet. Je het aan de plant, maar ook aan een kind dat in de loop van de jaren groeit naar volwassenheid. Hoe vaak hoor je niet: wat is die verandert! Dus bij groeiende kinderen van God is altijd verandering merkbaar.

Soms voel je je bij dat veranderingsproces niet lekker in je vel of een beetje bang. Meestal heeft het te maken met je leefomgeving, Als daar verandering ontmoedigt wordt, dan belemmert dat misschien je persoonlijke groei. Met andere woorden als de omgeving in het zoutvaatje wil blijven zitten, dan verandert er niks.

God vraagt ons op Hem te vertrouwen. Hij regelt de groei en dat zal ons zoveel vreugde brengen dat het onze angst voor verandering totaal wegdrukt. Wat God bij ons verandert is goed voor ons, ook al moeten we daar soms stappen zetten die we niet snappen of een roeping volgen om bijvoorbeeld je baan op te zeggen en in de zending te gaan; of een andere opdracht te volgen waarbij je de door God gegeven gaven vruchtbaar kunt invullen.

Om hierover na te denken voor jezelf heb ik twee oefeningen voor je.

Oefening 1: Loop al je relaties en verhoudingen met verschillende familieleden, vrienden, collega’s, broeders en zusters in de gemeente eens na. Denk daarbij na over je angsten, de meest erge dingen die mogelijk zouden kunnen gebeuren. Wat remt je om God beter te leren kennen?
Vaak zijn dat allemaal hindernissen die opzij gezet moeten worden om te kunnen veranderen.

Oefening 2: Denk na over welke kwaliteiten je hebt, waar je goed in bent en wat je goed kunt en ‘eerste klas’ bewonderenswaardige eigenschappen zijn, en waarmee je anderen helpt.

De Bijbel roept ons op om het goede te behouden en alle dingen te laten die hinderen om te groeien zoals God je dat aangeeft in je stille tijd door Zijn woord of bijvoorbeeld door een preek die je hoort.

Groeien: een riskante onderneming

Een omgeving die groei bewerkt en stimuleert, moedigt aan om bepaalde risico’s te nemen. Weer even terug naar het verhaal over het zoutvat: je loopt risico als je uit het vat gegooid wordt. Natuurlijk moet je niet onbezonnen blunderen en daardoor van de ene ramp in de andere vallen. Wijze bouwheren gaan er eerst eens goed voor zitten en berekenen de kosten en kansen. Maar: ze zitten niet alleen maar te zitten en te rekenen, ze blijven niet in het zoutvat, want anders wordt de soep niet lekker, komt het bouwwerk niet klaar. Na even rekenen moet er gebouwd worden. Als ze zouden blijven rekenen tot ze absoluut geen enkele mogelijkheid hebben om verlies te lijden of tijdens het bouwproces schade op te lopen dan zou er nauwelijks wat gebouwd worden.

Pas als je je als kind van God uit het zoutvat laat gooien, dan gebeurt er wat. In een bepaald opzicht is dat een riskant leven, maar er ontstaat wel groei, innerlijk en ook naar buiten toe. Als we eerlijk en open voor ons geloof in God uitkomen, nemen we risico’s in onze uiterlijke leefwijze:  in ons werk, op school, in ons gezin. Kijk maar naar Abraham. Hij riskeerde het leven van zijn zoon Izaäk door te gehoorzamen aan een schijnbaar absurde opdracht van God. En ook als Noach van God de opdracht krijgt de ark te bouwen, lijkt dat een onzinnig avontuur.

Voor onze innerlijke groei is het  nodig onszelf te confronteren met onze angsten, onzekerheden, haatgevoelens, verlangens, vooroordelen en andere verborgen gedachten en gevoelens. Wat gebeurt er als je dat niet doet? Dan blijf je met veel vragen zitten, zoals ‘wat als….’, ‘als ik maar…’ (vul maar in), ‘wat als anderen het niet begrijpen’, ‘wat als iedereen het er niet mee eens is’, of: ‘als we maar meer geld hadden, dan…’, ‘als we maar meer mensen met talenten in de gemeente hadden’ en ; ‘als er maar niet zoveel lastige vragen gesteld worden’ enzovoort.

Het lijkt soms of we in de gemeente te veel mensen hebben die argumenten kunnen bedenken waarom iets niet gedaan zou moeten worden. Mij lijkt dat God mensen zoekt die gemotiveerd zijn om iets wél te doen!

Groeien gebeurt in een geestelijke omgeving

Een omgeving die groei bevordert, geeft de kans om hechte en betekenisvolle persoonlijke relaties op te bouwen. Waarom? Om gezamenlijk het zout der aarde te zijn! Ik heb al heel wat christenen ontmoet die beweren dat het vast behoren bij een plaatselijke gemeente niet zo belangrijk is. Gelukkig zijn er meer die beweren en weten dat het behoren tot een gemeente fundamenteel is voor hun ervaring met Christus. In Hebreeën 10:24-25 staat: 24Laten we opmerkzaam blijven en elkaar ertoe aansporen lief te hebben en goed te doen, 25en in plaats van weg te blijven van onze samenkomsten, zoals sommigen doen, elkaar juist bemoedigen, en dat des te meer naarmate u de dag van zijn komst ziet naderen.’

Als we op die manier samenkomen, dan kunnen we onze talenten op de juiste manier inzetten. Dan wordt het niet een maar samenkomen om samen te komen en elkaar even te zien. Voor groei is er een wisselwerking nodig met God en met elkaar. De boodschap, het gebed, het samen zingen is het middel voor de onderlinge verbondenheid. God wil daarbij zijn. > Jezus zegt in Mattheüs 18:20: ‘Want waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn, ben ik in hun midden.’

Jezus gaf ons het goede voorbeeld: hij had omgang met twaalf discipelen, met Lazarus, Maria, Martha, Maria Magdalena en anderen. Het kenmerk van de eerste gemeenten was dat ze openlijk samenkwamen om Gods woord te bestuderen, samen te eten, avondmaal te vieren en te bidden. Handelingen 2:42: Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed. En in vers 46: Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde.

Je zou er oeverloos over kunnen discussiëren waarom God de bedoeling heeft ons geestelijk leven zo specifiek in verband te brengen met onze verhouding tot anderen. Maar het is nu eenmaal Gods wil voor onze groeimogelijkheden. En in die tijd van samenzijn wil God dat we de relatie met elkaar opbouwen met grote hoeveelheden tederheid, liefde, zorg, meelevendheid en vooral geduld. Dat kost wel tijd, maar geeft wel vrucht. Mensen bloeden dood als ze dat in een gemeente niet ervaren. Want dat is waar we allemaal naar verlangen: liefdevolle relaties, respect, je gewaardeerd weten; zorg, liefde, meeleven ervaren en begrepen worden. Met relaties die van hart tot hart gaan, ontstaat verandering ten goede en groei, groei naar elkaar maar op de eerste plaats naar God. Jezus zegt in Mattheüs 25:40: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.”

Het doet er niet toe dat onze maatschappij ons in de richting van eigenliefde en liefdeloosheid duwt. De basisregels van God blijven hetzelfde: onze geestelijke groei is gekoppeld aan het vermogen om persoonlijk bij anderen betrokken te zijn en met hen om te gaan. Onze problemen vragen niet om algemene antwoorden en losse relaties. Die voorzien niet in onze behoeften.

Zijn we goed, liefdevol en eerlijk?

Paulus zegt in zijn brief aan de Filippenzen (4:8): Ten slotte, broeders en zusters, schenk aandacht aan alles wat waar is, alles wat edel is, alles wat rechtvaardig is, alles wat zuiver is, alles wat lieflijk is, alles wat eervol is, kortom, aan alles wat deugdzaam is en lof verdient. Vergeet al het negatieve en schenk vooral of beter nog: alleen aandacht aan het positieve. De Psalmist (37:1) bevestigt: Erger je niet aan slechte mensen, wees niet jaloers op wie kwaad doen. Als de discipelen in paniek raken als ze met veel tegenwind en hoge golven te maken hebben in hun overtocht van het meer van Galilea en iemand over het water zien lopen, dan zegt Jezus tegen hen: ‘Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang!’

Door de Bijbel heen worden we opgeroepen om onszelf steeds positief te gedragen en in anderen in alles het positieve te zoeken. Kijk maar naar de vergelijking in Galaten 5 naar wat onze eigen geest en kracht bewerkt en wat we door de kracht van Gods Geest als vrucht mogen voortbrengen (vers 19‑23a): 19Het is bekend wat onze eigen wil allemaal teweegbrengt: ontucht, zedeloosheid en losbandigheid, 20afgoderij en toverij, vijandschap, tweespalt, jaloezie en woede, gekonkel, geruzie en rivaliteit, 21afgunst, bras- en slemppartijen, en nog meer van dat soort dingen. Ik herhaal de waarschuwing die ik u al eerder gaf: wie zich aan deze dingen overgeven, zullen geen deel hebben aan het koninkrijk van God. En daartegenover staat: 22Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, 23zachtmoedigheid en zelfbeheersing.

Onze leefomgeving schreeuwt om mensen die de vrucht van de geest voortbrengen. Er is zoveel te doen: zieken bezoeken, mensen die in de put zitten opbeuren, een helpende hand bijvoorbeeld bij schuldsanering, armoedebestrijding enzovoorts. De hele wereld heeft liefde nodig, de liefde die van God komt en ons aanzet om goede dingen te doen. Daarom heeft een groeiende christen Gods kracht nodig en een groei stimulerende gemeente, waar geen muren van kritiek en ongeloof zijn opgebouwd. Een gemeente dus van zoutkorrels die de soep ingaan om werkelijk het zout van de aarde te zijn. We moeten dus steeds alert zijn bij al onze activiteiten in de gemeente en ook in ons persoonlijk leven. Werkt alles mee voor onze groei? Zijn alle omstandigheden goed? Jezus zegt (Mattheüs 5:13): Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan weer zout gemaakt worden? Het dient nergens meer voor, het wordt weggegooid en vertrapt.

De uitdaging om te groeien is er voor elke christen. De omgeving – met welke christenen ga ik om – is van grote betekenis voor het groeiproces. Wie de waarde van een groeizame omgeving ziet, is ook zelf in staat aan zo’n groeizame omgeving mee te bouwen. Als we ons door God laten planten in Zijn gemeente dan groeien we en staat ons een rijke oogst te wachten. God geeft groei! Laat je uit het zoutvat gooien!