Laatste preek

(door Robert)

 

Vrijheid

 

Jezus dan zei tegen de Joden die Hem geloofden (in Joh. 8:31-32):

Jezus zegt dus dat we niet vrij zijn:
Waarachtig, Ik verzeker jullie: iedereen die zondigt is een slaaf van de zonde (Joh. 8:34). Wie slaaf is van de zonde is een slaaf van de satan, de koning van deze wereld.

Lekker doen wat je zelf wilt, lekker genieten van alles waar je zin in hebt lijkt vrijheid, maar dat is het niet. Het is een leugen van de satan. Je raakt alleen maar verstrikt en wordt verslaafd en o wee als iemand je in de weg loopt!
Als baby’s worden we in feite geboren in vijandelijk gebied en moeten we gered worden.
De naam Jezus betekent “God redt”. En Hij helpt ons te vluchten en te verhuizen naar het koninkrijk van God. We worden dus vluchtelingen.

Het eerste wat Jezus zei was: Bekeer je en geloof het Evangelie.
Dat is de sleutel naar vrijheid.
Maar wat betekent dat?

Die nacht dat Jezus tot mij naderde, liet hij zijn licht op mij schijnen. Ik wist op dat moment nog niet dat God met mij bezig was en dat ik met Jezus te maken had.
Het licht bracht mij beetje bij beetje aan het licht. Ik werd steeds meer zichtbaar voor mezelf en ook dingen waarvan ik dacht dat die wel oké waren in mijn leven zagen er in dat licht onzuiver en vies uit. Tegelijkertijd ervoer ik dat er iets of iemand achter dat licht zat dat of die mij niet (ver)oordeelde.
Dat licht werd steeds indringender en uiteindelijk bleek er niets van mij zuiver te zijn. Ik ging door de grond.
Ook de demon die in mij zat kwam aan het licht met al zijn haat. Ik schaamde me dood en wilde letterlijk dood en mijn eerste gebed was: God, als U bestaat, laat mij dan doodgaan. Direct daarop werd ik bevrijd en werd ik wedergeboren. Vrij!

Bekeren betekent dus: toegeven dat je slecht bent en je tot God keren, in Jezus geloven, je overgeven, gehoorzaam worden, dus niet meer je eigen baas zijn.
Als teken daarvan laat je je dopen en ontvang je van God de heilige Geest.

Je zult de waarheid kennen en de waarheid zal je vrijmaken, zegt Jezus.

Ik had de waarheid overal gezocht, maar geen van die menselijke en door demonen geïnspireerde waarheden hadden mij vrij gemaakt. En nu zag ik de waarheid over mijzelf én de waarheid over Jezus! Dat is de echte verlichting!

Jezus zegt: Als je in Mijn woord blijft, zijn jullie werkelijk discipelen van Mij.

De eerste keer liet Jezus een heleboel licht door me heen gaan, maar nu moet ik dit licht zelf blijven opzoeken, in dat licht wandelen. Jezus zegt van zichzelf dat Hij het licht is. Dus moeten we op de eerste plaats in relatie met Hem blijven.
En dat doen we onder andere door in de Bijbel te lezen. In Psalm 119 zegt David dat het openen van Gods Woord licht verspreidt. Dus ook zo leren we de waarheid kennen over onze eigen menselijke natuur waar de satan doorheen werkt, en onze nieuwe natuur waar God doorheen werkt.

De Bijbel zegt dat er in ons vlees, dus in onze natuurlijke mens, geen goed woont.
De menselijke natuur is egoïstisch en laat zich door begeerten leiden.
Wij zijn dus in wezen niet goed en kunnen zelfs niet verbeterd worden. Maar dat proberen we vaak wel. We leggen onszelf allerlei regels op, brengen onszelf als het ware onder de wet – wetticisme heet dat – en hopen dan goed te worden.
Mensen die aan regeltjes hangen zijn trouwens vaak het felste in het veroordelen van andere christenen en kunnen zelf het diepste vallen.

Jezus en Paulus waren bijzonder streng tegen mensen die deze weg kozen.
Tegen de Galaten, in hoofdstuk 3:1-5 zegt Paulus:
Galaten, u hebt uw verstand verloren! Wie heeft u in zijn ban gekregen? Ik heb u Jezus Christus toch openlijk en duidelijk als de gekruisigde bekendgemaakt? Ik wil maar één ding van u weten: hebt u de Geest ontvangen door de wet na te leven of door te luisteren en te geloven? Bent u werkelijk zo dwaas weer op uw eigen kracht te vertrouwen, en niet langer op de Geest? Is alles wat u hebt meegemaakt dan voor niets geweest? Dat kan toch niet! Geeft God u de Geest en goddelijke krachten omdat u de wet naleeft? Of geeft hij ze omdat u naar Hem luistert en op Hem vertrouwt?

Het beste is dus om die oude rebelse schijnheilige natuur te kruisigen en regelmatig te controleren of de spijkers nog goed vast zitten en ons dan te richten op het nieuwe leven, daar ruimte aan geven. Daarom moeten we altijd een kruis bij ons hebben zegt Jezus.

Dat kruisigen is een proces, iedere keer moet er een stukje van ons er weer aan geloven. Steeds weer moet er iets van ons aan het licht komen, moet het gekruisigd worden en ruimte maken voor het nieuwe leven.

Onze persoonlijkheid zit heel erg vervlochten met de zelfzuchtige natuur en dat moet losgesneden worden – dat doet zeer. Daarna moet het aan het nieuwe leven gehecht worden.

Hebreeën 4:12 – Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door tot op de scheiding van ziel en geest, van gewrichten en merg, en het oordeelt de overleggingen en gedachten van het hart.

Gods Woord dringt door tot het diepste van onze innerlijke mens en scheidt ons van de slechte natuur, maar het haalt ook de dingen uit elkaar om ze dan weer goed in elkaar te zetten, want de boel steekt nu scheef in elkaar in ons.
Oorspronkelijk had de geest de leiding in de mens en waren de ziel en het lichaam daaraan onderworpen, maar nu is het ‘t omgekeerde en bungelt de geest erbij.

Onze persoonlijkheid moet dus verhuizen van de vleselijke wereld naar de geestelijke wereld. En de “verhuiswagen” is het kruis: afsterven en uit de dood opstaan. Van rebellie naar gehoorzaamheid, van zelfzucht naar liefde, van egoïsme naar dienstbaarheid.
En ondertussen moet ons denken flink vernieuwd worden. Dat lukt niet van de een op de andere dag.

Bij bekering, die iedere keer weer moet gebeuren, moeten we geconfronteerd worden met onszelf. Maar als dat gebeurt, treden er allerlei verdedingsmechanismen in werking, zoals bij Adam en Eva te zien is:

  • Ze gaven direct de schuld aan de ander, zelfs aan God.
  • Of je geeft de schuld aan de omstandigheden
  • zoals aan het verleden.
  • Of je vergelijkt je met anderen en dan val je zelf mee en dan denk je dat je je niet hoeft te bekeren.
  • Een ander verdedingsmechanisme is het kwaadspreken en oordelen over anderen zodat we zelf buiten beeld blijven.
    Het woord duivel betekent o.a. lasteraar, dus zijn we direct in één lijn met hem als we dat doen.
    Het grappige is dat Jezus zegt dat als we een doorn uit iemands oog willen halen daarmee aangeven zelf een balk in het oog te hebben.
    Ik heb gemerkt dat als je je flink aan iemand kunt ergeren, dat een teken is dat je zelf dat probleem in je hebt (maar misschien nog zo diep verborgen dat je het van jezelf nog niet door hebt).

Maar goed, hieruit blijkt hoe moeilijk het is om ons te laten bevrijden, want je moet eerst aan het licht komen en de waarheid over jezelf leren kennen en erkennen.

  • Een ander verdedigingsmechanisme is vroom  doen. Ik heb vaker gemerkt bij mezelf en bij anderen dat overgeestelijkheid en vroom doen een manier is om de deksel op de beerput te houden. Je voelt dat er iets grondig gereinigd moet gaan worden in jezelf en je probeert met een self made heiligheid God voor te zijn en anderen en jezelf voor de gek te houden.
  • Of God spreekt je aan en je gaat dat tegen anderen preken in de plaats van dat op jezelf toe te passen.

Het is niet makkelijk om onszelf onder ogen te zien. Het geeft ook een gevoel van heel erg kwetsbaar zijn, dat roept angst op.

In zekere mate zijn we allemaal moordenaars, dieven, schijnheiligen, hoereerders, leugenaars; we zijn laf, onbetrouwbaar, onrein, egoïstisch, dat zit er bij ons allemaal in. En ook al in al die kleine lieve onschuldige baby’tjes… Ik ben in zonde ontvangen, zei David al.

Na lang tegensputteren en halsstarrigheid en ellende en geduldig werk van de heilige Geest erken je dan eindelijk wat je bent en ga je op je knieën en vraag je om genade, en die krijg je dan meteen!

1 Joh. 1:8-9
Als we zeggen dat we de zonde niet kennen, misleiden we onszelf en is de waarheid niet in ons. Belijden we onze zonden, dan zal Hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad.

 

En dan de waarheid over het nieuwe leven.

Die is gebaseerd op genade, op onverdiende goedheid. Die heb je door geloof ontvangen, en zelfs dat geloof heb je van God gekregen. Het nieuwe leven heb je niet gekregen als beloning voor je goede daden.
Je hoeft jezelf dus niet meer goed voor te doen. Je hoeft de schone schijn niet meer op te houden. Je mag je ontspannen. En nu gaat het erom te leren in Jezus te blijven en Gods Geest in je laten werken.

Door de wedergeboorte komt Gods Geest in ons hart wonen. Het is dezelfde Geest die in Jezus kwam wonen toen Hij zich liet dopen. We zijn vanaf onze wedergeboorte dus een kind van God en een klein broertje of zusje van Jezus geworden. En vanaf die dag mogen we de satan en zijn kornuiten bij problemen dreigen om onze grote Broer erbij te halen.

We hebben dus dezelfde Geest als Jezus met dus dezelfde mogelijkheden. We moeten alleen nog hetzelfde geloof zien te krijgen….
In Kolossenzen 2: 9-10 staat het zo: Want in Hem (Jezus) is de goddelijke volheid lichamelijk aanwezig, en omdat u één bent met Hem, het hoofd van alle machten en krachten, bent ook u van die volheid vervuld.
Zo, dat is niet mis als je dit leest!

En in het evangelie van Johannes staat dat God net zoveel van ons houdt als dat Hij van Jezus houdt. Onvoorstelbaar! vooral als we daarbij bedenken dat we nog lang niet perfect zijn. Maar door Jezus ziet Hij ons dus al wel zo.

We houden onze eigen persoonlijkheid als Gods Geest in ons komt, Hij neemt ons niet over. Wij houden onze eigen vrije wil. Eigenlijk vermengt Gods Geest zich met onze geest. We mogen helemaal onszelf zijn, helemaal vrij zijn, en zelfs helemaal ongeremd als we in Zijn liefde zijn.

Paulus zegt in Galaten 5:1
Christus heeft ons bevrijd opdat wij in vrijheid zouden leven; houd dus stand en laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen.

Er zijn altijd mensen en geesten die ons weer gevangen willen nemen, op ons geweten werken, regels voor willen schrijven, maar we zijn vrij van dat alles als we uit liefde leven. We hoeven ons niet in te laten pakken. Zolang we niet onze begeerten achterna lopen blijven we vrij.
Als je hoofddoel is om God te eren en anderen te dienen, dan ben je altijd vrij, zelfs in de gevangenis, net zoals Jozef in Egypte.

Als we in Jezus blijven, dan zijn we vrij van schuld en zonde en verslavingen, ook de verslaving aan onszelf. Maar dat is een hele weg.
We moeten steeds weer onszelf loslaten en onszelf steeds weer aan God overgeven.
En dan ontstaat er een heel bloeiend sterk nieuw leven. En dan kunnen we ook het echte Evangelie preken, een van bevrijding en vrijheid.