Laatste preek

(door Roelof)

 

Rekening houden met de kracht van het kruis

Vandaag wil ik met jullie een stuk van de brief aan de Kolossenzen doornemen. We beseffen en weten denk ik wel dat de Heilige Geest voor ons een Trooster en Leidsman is, die ons in alle waarheid leidt en ons er aan herinnert wat Jezus tot ons te zeggen heeft. Paulus is de schrijver van deze brief aan de Kolossenzen en wil in deze brief laten zien dat het nodig is Jezus de leiding te geven over ons leven.

Kolosse was een kleine stad in Klein Azië (Turkije), in de buurt van Laodicea en Efeze met een kleine gemeente Gods. Ik vind dat aan deze gemeente een geweldig mooie brief is geschreven. Uit de brief blijkt dat God niemand vergeet. De eenzamen niet, de kleine gemeenten niet. En: dat God alles wil geven wat nodig is tot onderwijzing, lering en groei. Handelingen 19 vertelt iets over het ontstaan van deze gemeente. Paulus was tijdens zijn derde zendingsreis bijna drie jaar in Efeze. Daar ontstond een opwekking en het evangelie verspreidde zich naar de omliggende gebieden. Hand. 19:10: Voortaan sprak hij dagelijks in de school van Tyrannus, 10iets dat hij twee jaar bleef doen, zodat alle inwoners van Asia kennismaakten met de boodschap van de Heer, Joden zowel als Grieken.  Ondanks het niet hebben van onze moderne communicatiemiddelen ging alles zeer snel. Ze hadden wat veel christenen in onze tijd vaak schijnen te missen: de Geest en kracht van God. Uit de brief blijkt dat alleen dat, ja alleen dat het werk van God laat groeien. Paulus is voor hij deze brief schreef niet eerder in Kolosse geweest (blijkt uit 2:1). Waarschijnlijk was het Epafras die hier het evangelie doorvertelde (4:12-13), de opwekking in Efeze beleefde en naar zijn geboortestad was teruggegaan.

Over de brief
Hoe en waar de brief tot stand kwam blijkt uit 4:18: Paulus zat in de gevangenis door zijn evangelieverkondiging. Paulus’ leven is geheel in overeenstemming met deze brief. Dat zorgt ervoor dat wat is geschreven zijn kracht en uitwerking niet mist. Geketend aan een cipier moest Paulus schrijven. Normaal gesproken zou dat een enorme belemmering zijn om te schrijven of een preek op papier te zetten. Maar Paulus kende de Heer. En dat blijkt hem boven de slechte arbeidsvoorwaarden, gebrek aan loon, gereedschap en werkruimte te plaatsten. Uit de geschiedenis blijkt regelmatig dat de grootste gebeurtenissen in het Koninkrijk van God altijd in de onmogelijkste omstandigheden hebben plaatsgevonden. Paulus zat in de boeien geketend, maar kende God als maar weinig anderen Hem hebben gekend. Normaal gesproken zouden door de gevangenschap de activiteiten van deze man gestopt zijn. Maar het ligt hier toch anders. Kijk maar naar de laatste woorden van Handelingen: Zonder enige belemmering’ (NBG) – ‘Ongehinderd’ (HSV) – ‘zonder dat hem iets in de weg werd gelegd’ (NBV) verkondigde Paulus het evangelie. Dat is wat er ook gebeurt in het leven van een met de Geest vervulde gelovige. Niets en niemand kan Gods geheiligde volgelingen hinderen de wil van God te doen en het werk dat hen door God is toevertrouwd te volbrengen, werkelijk niets. Net als bij Paulus tijdens zijn gevangenschap: ongehinderd.

Velen ook in onze tijd roepen ons toe: ‘gedenk onze boeien’, zie de berichten van Open Doors bijvoorbeeld. Voorbede is beter dan vijven en zessen over dogmatische zaken. De kracht van God moet worden vrijgemaakt voor hen door ons aanhoudend gebed. Alleen die kracht stelt in staat om de wil van God te doen, zowel in ons vrije westen als in gevangenschap of onder vervolging. Door die kracht kan het evangelie ‘ongehinderd’ doorgegeven worden, ondanks alle beproevingen en verzoekingen. Heidenen dienden afgoden, het Joodse volk verbrak Gods verbond door afgoden te gaan dienen, daarbij zelfs hun kinderen te offeren. Ook in onze tijd moeten we oppassen dat we niet door afgoderij afwijken van de weg die God ons wijst. Staan we daarboven, zodat we kracht van God ontvangen om in woord en daad ongehinderd het evangelie met de gaven die we van God hebben gekregen door de geven?

Paulus kreeg bericht over diverse moeilijkheden in Kolosse. Menselijk gesproken had hij eigenlijk wel genoeg aan zichzelf. Je mag toch wel een beetje zelfmedelijden hebben en aan jezelf denken? Paulus was een man die veel moeiten en beproeving moest doorstaan, veel zorgen had. Toch was hij zo los van zichzelf en zijn omstandigheden en zo gegrepen door Christus dat hij niet stopt met zijn verkondiging. Paulus is vol van de Heilige Geest, in zijn leven was geen ruimte voor zelfmedelijden, moedeloosheid, klagen en zuchten. Als Gods Geest de ruimte krijgt je leven te vullen dan wordt in een mens onmiskenbaar de gelijkenis met Christus tot stand gebracht. Dat betekent dat zo iemand Christus kent (en steeds beter leert kennen), Christus in hem is en zo iemand één met Christus is.
Paulus schreef terwijl hij in Rome in de boeien zat aan de gelovigen in Efeze een brief met verborgenheden en raadgevingen van God die in geen enkele andere brief in de wereldliteratuur zijn te vinden. Ook schreef hij aan Philemon in Kolosse en aan de gemeente in Kolosse. Zijn brieven werden er door Tychicus bezorgd. Het moet een plechtig ogenblik zijn geweest toen hij met de weggelopen slaaf Onesimus uit Rome vertrok.
De broeders en zusters in Kolosse zijn bijeen. Philemon en zijn vrouw Appia, hun zoon Archippus en vele anderen. En daar wordt voor de eerste keer de brief van Paulus aan hen voorgelezen.
Denk eens na over wat hier door de gevangene Paulus werd bereikt. Moeten wij dan misschien niet bekennen en belijden dat we ons door allerlei uiterlijke omstandigheden hebben laten afleiden om door te gaan met dat wat God ons heeft opgedragen? Zomaar een vraag die je je mag stellen: Wat heb ik voor de Heer tot stand gebracht?
Geven we God toestemming om ons duidelijk te maken wat Hij door ons wil doorgeven uit zijn onuitputtelijke volheid? God heeft meer dan genoeg voor onze noden, in wat voor situatie we ook mogen zitten.

Waarom deze brief?
Waarom wilde Paulus deze brief schrijven? In hoofdstuk 1:6 spreekt Paulus over ‘Gods genade’ en ‘de ware betekenis ervan’ (NBV) – ‘genade van God in waarheid’ (HSV/NBG). Dat betekent dat er ook namaak is. Zo’n namaak-evangelie drong de gemeente binnen, lezen we in hoofdstuk 2:16-23. Paulus waarschuwt voor 1voorschriften over eten en drinken (onthouding), 2het vieren van feestdagen, sabbatten, 3zelfvernedering en 4mystieke bezigheden als engelenverering en visioenen die uit de eigen gedachtewereld voortkomen. Op het eerste gezicht lijken dat goede dingen te zijn. Waarom staan deze dingen dan de genade van God in waarheid in de weg?
Laten we links van een streep eens deze vier begrippen plaatsen.

Paulus legt een en ander uit in 2:23: “Dat moet allemaal voor wijsheid doorgaan, maar het is zelfbedachte godsdienst, zelfvernedering en verachting van het lichaam; het heeft geen enkele waarde en dient alleen maar tot eigen bevrediging.”
Dus schrijven we boven de vier begrippen uit de eerdere verzen: ‘Eigen’. Daarom staan ze dus de genade van God in waarheid in de weg.
1. Het u moet dit niet eten, u moet dit niet doen, enzovoorts maakt je slaaf van voorschriften. Dan worden die zaken ondragelijke verplichtingen en de vreugde voor het dienen van God verdwijnt. Het heeft niets te maken met de blijde boodschap van Jezus Christus.
2. Uit eigen ik bewerkte feestdagen en houden van sabbatten worden plicht, gewoonte, traditie en dan hebben deze geen geestelijke waarde.
3. Uit eigen ik voortgekomen nederigheid is in feite de ergste verslaafdheid of slavernij die je kan overkomen. Mensen houden het hoofd gebogen, zien er vroom uit, maar het enige wat men voor hen voelt is uiteindelijk afkeer. Ze denken dat ze een heel eind op de goede weg zijn, maar zijn in feite een karikatuur van het ware christendom en zetten het te spot.
4. Eigen opgebouwd mysticisme leidt tot een verkeerde, foutieve aanbidding door je over te geven aan je eigen gevoelens, extase, eerste indrukken en visioenen, vooral als dat ook nog resulteert in de gedachte te zijn doorgedrongen tot de diepere kennis van God.
Dit alles leidt, zo zegt Paulus, alleen maar tot bevrediging van de eigen menselijke natuur. We moeten dus een streep zetten door het afgaan op eigen inzicht en het terzijde schuiven als van generlei waarde in Gods ogen.

Hoe dan wel?
Als we verder in Gods woord lezen, dan blijkt dat voor een ware volgeling van Jezus rechts van de streep overeenkomstige dingen komen te staan, maar dan onder het kopje ‘in Hem’: Christus.
1. Over onthouding lezen we in  2 Tim. 2:22: Mijd de begeerten van de jeugd, streef naar rechtvaardigheid, geloof, liefde en vrede met hen die de Heer met een zuiver hart aanroepen
2. Over het houden van feestdagen lezen we bijvoorbeeld in 1 Cor. 11: 25-26 hoe we Jezus mogen gedenken in het avondmaal
3. Over nederigheid: Fil. 2:5-8 Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had … En als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis.
4. Over het mystieke in het leven met God: Kol. 1:17 en 2:2-3. Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in hem. EN: Zo wil ik hen bemoedigen en hen in liefde bijeenhouden, opdat ze tot de volle rijkdom van allesomvattend inzicht komen, tot de kennis van Gods mysterie: Christus, in wie alle schatten van wijsheid en kennis verborgen liggen.

Dat maakt het grote verschil. Christus is in een christen (1:27) en wij zijn in Christus (2:6-7). Zo’n leven draagt vrucht in alle genoemde zaken.
Dus het is de vraag uit welke bron wij leven. Leven we uit ons eigen ik of leeft Christus in mij? Is het ‘ik’ of ‘Hij’?

‘In Hem’ is het sleutelwoord, leert ons de brief aan de Kolossenzen:
1:14  in Wie wij de verlossing hebben, de vergeving der zonden.
2:6 Wandelt in Hem (NBG)
2:7(Blijf) in Hem geworteld en gegrondvest
2:9-11: want in Hem woont al de volheid der godheid lichamelijk; en gij hebt de volheid verkregen in Hem, die het hoofd is van alle overheid en macht. In Hem zijt gij ook met een besnijdenis, die geen werk van mensenhanden is, besneden door het afleggen van het lichaam des vlezes, in de besnijdenis van Christus, daar gij met Hem begraven zijt in de doop. In Hem zijt gij ook mede opgewekt door het geloof aan de werking Gods, die Hem uit de doden heeft opgewekt.
‘In Hem’ is de rechterkant van deze afbeelding. Dat is het echte geloven zoals Paulus de Kolossenzen duidelijk wil maken. De Heilige Geest leert je al deze dingen te begrijpen. Dat is het werkelijke leven in vrijheid, de genade van God in waarheid.

Er is een weg om van de linkerkant naar de rechterkant te komen. Daarvoor moet ik nog een streep zetten.  Het Kruis van Christus beeld de dood en de opstanding van Jezus uit. Hij overwon de kloof die ons scheidt van de liefde van en de relatie met God.

 

Wat is anders?

Paulus zegt dat hij met Christus is gekruisigd, “ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij.” (Gal. 2:20). In Kol. 3:3 staat: U bent immers gestorven, en uw leven ligt met Christus verborgen in God. . Paulus maakt duidelijk dat als we de weg van het kruis van Christus gaan alles anders wordt in ons leven. We zijn dan een nieuwe schepping in HEM. In de eerste regels van deze brief blijkt dat Paulus spreekt tegen zijn heilige en gelovige broeders en zusters. Christus eist die heiligheid en het geloven in Hem van ons, maar geeft er ook genade voor zodat het in ons leven werkelijkheid wordt. Maar we moeten die weg van links naar rechts gaan: Alleen door de kracht van het kruis worden we zoals Jezus ons hebben wil, vrij van zonden en in een nieuwe relatie met Hem. Door het geloof in Jezus kon Paulus danken voor de Kolossenzen en hun liefde voor alle heiligen. Geloof is de bodem waarop de mooiste geloofsbloem: de liefde voor God en onze naaste gaat bloeien door het Woord der Waarheid: Jezus. Paulus bidt: (1:9b-14) dat u Gods wil ten volle mag leren kennen door de wijsheid en het inzicht die zijn Geest u schenkt. Dan zult u leven zoals het past tegenover de Heer, hem volkomen welgevallig. U zult vrucht dragen door al het goede dat u doet, uw kennis van God zal groeien en u zult door zijn luisterrijke macht de kracht ontvangen om alles vol te houden en alles te verdragen. Breng dus met vreugde dank aan de Vader. Hij stelt u in staat om te delen in de erfenis die alle heiligen wacht in het licht. Hij heeft ons gered uit de macht van de duisternis en ons overgebracht naar het rijk van zijn geliefde Zoon, die ons de verlossing heeft gebracht, de vergeving van onze zonden.

Het zijn allemaal dingen die aan de rechterkant thuishoren. Paulus wist: Alles is mogelijk door Christus die mij kracht geeft.

Dan nu de vragen aan ons: zijn we werkelijk in Christus? Merken we groei, vruchten van de Geest, bevestiging van Zijn kracht en Zijn aanwezigheid? Want dat alleen bewijst dat we aan Jezus kant van het kruis staan. Houden we rekening met de kracht van het kruis: leven we alleen vanuit deze kracht? God wil ons door Zijn Genade kracht geven in moeilijkheden, zorgen, nood, pijn, verdrukking. Maar als we zelf proberen te regelen dat te overwinnen zullen we bedrogen uitkomen.

Met Christus in ons kunnen we de hele wereld aan, zoals Paulus zegt in Romeinen 8: 37 (NBG): Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, die ons heeft liefgehad. Als we maar leven en rekenen met de  kracht van het kruis!