Robert Severin

Blauwdruk van de gemeente

Een paar jaar geleden zag Hermien een visioen waarin God een kandelaar in het midden van de universele kerk plaatste.
Een jaar later zag ze eenzelfde visioen waarin God de kandelaar aanreikte aan de gemeente maar deze weer langzaam terugtrok omdat er te weinig handen waren om hem aan te nemen.

We zien in het boek Openbaringen dat Jezus in de brief aan de gemeente van Efeze zegt dat ze hun eerste liefde zijn kwijtgeraakt en dat wanneer zij zich niet bekeren Hij de kandelaar weg zou nemen.
Wat is die kandelaar?
Het was een gouden standaard met zeven armen met zeven olielampjes in de tabernakel en in de tempel. Het symboliseerde de aanwezigheid van de heilige Geest.

Bij de meeste eerste gemeenten is de kandelaar verdwenen, maar ze zijn vaak toch blijven bestaan. En vanaf die tijd kwam de nadruk steeds meer op de vorm te liggen (vaste riten, ceremonieën).

Nu zijn we vele eeuwen verder en vele kerken hebben geen kandelaar, of wel een, maar dan met walmende vlaspitten. Maar de wereldwijde kerk is sinds een tijd langzaam uit het grote dal aan het klimmen en meer en meer gemeenten ontvangen hun kandelaar. Wat dat betreft leven we in een heerlijke en spannende tijd.

Met de meeste gemeenten waar Jezus zich tot richtte in Openbaringen ging het niet zo goed. En twee gemeenten hadden daarbij ook te maken met de leer van de Nikolaïeten en Jezus zei dat hij die leer haatte. Verder wordt er niet uitgelegd wat die leer was, dus we kunnen er van alles bij denken.

De naam Nikolaïeten bestaat uit twee Griekse woorden: “nikao”, dat ‘overwinnen’ betekent, en “laos”, dat ‘leken’ (volk) betekent. En daarom zou het kunnen gaan om een leer van scheiding tussen geestelijken en leken. We zien dat al heel snel in de vroege kerk ontstaan en bij de katholieke kerk is dat nog steeds zo, met nog een hele hiërarchie erbij.

Het protestantisme is dat niet allemaal kwijtgeraakt – Luther wilde wel – maar de dominees kregen toch weer dezelfde positie als de priesters in de katholieke kerk – die van de ‘geestelijken’ – en veel voorgangers van tegenwoordig ook.

En wijzelf hebben dan wel geen altaar of kansel, maar wel een podium.
Daarvandaan wordt de gemeente bediend door de aanbiddingsleider en de prediker. Maar als je leest wat Paulus zegt in de eerste brief aan de Korintiërs, dan is dat niet echt de bedoeling. Deze tekst is als het ware een blauwdruk van hoe het zou moeten/mogen/kunnen.

I Kor. 14:26
Wanneer u samenkomt draagt iedereen wel iets bij: een lied, een onderwijzing, een openbaring, een uiting in klanktaal of de uitleg daarvan.

En verder in vers 29-31:
Laat van de profeten er telkens twee of drie spreken; de anderen moeten het beoordelen. Wanneer aan iemand die nog op zijn plaats zit iets geopenbaard wordt, moet degene die op dat moment spreekt verder zwijgen. U kunt ieder op uw beurt profeteren, zodat ieder van u kan worden onderwezen en bemoedigd.

Dat is dus het beeld van een normale dienst.

Maar zo doen we het dus helemaal niet. Wij hebben een podium zoals zovele kerken en van daaruit wordt alles gedaan. En wij zitten te kijken op kerkbanken of stoelen die achter elkaar staan. Dat heeft gewoon nauwelijks iets met een Bijbelse gemeente te maken.

Er wordt wel gezegd dat onze samenkomsten daar te groot voor zijn, maar de woonkamers van de huizen waar de christenen in de tijd van Paulus samenkwamen schenen wel 100-150 mensen te kunnen bevatten.

Samenkomsten zoals Paulus die beschrijft zijn niet mogelijk zonder kandelaar en zonder persoonlijk de doop in de heilige Geest te hebben ontvangen.

Onze denominatie en nog heel wat andere denominaties hebben nog moeite met de heilige Geest, dus eigenlijk met God zelf.

In I Kor. 12:7-10 staat:
In iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de gemeente. Aan de een wordt door de Geest het verkondigen van wijsheid geschonken, aan de ander door diezelfde Geest de gave van kennis; de een ontvangt van de Geest een groot geloof, de ander gaven om te genezen. En weer anderen de kracht om wonderen te verrichten, om te profeteren, om geesten te onderscheiden, om in klanktaal te spreken of om uit te leggen wat daar de betekenis van is.

In iedereen zegt Paulus, dus het is normaal dat iedereen wel wat van die gaven heeft. Maar hebben we dat wel? Zien wij die gaven wel werken in onszelf?
Zo niet, hoe zou dat komen? En dan niet zeggen dat het niet van deze tijd is, want dat is geen ‘wijsheid’ die uit de Bijbel komt. En niet zeggen dat God het niet wil geven, want Hij wil niets liever dan dat de gemeente volwassen en vruchtbaar wordt.

Zichtbaar staat er in de tekst, dus niets vaags aan.

In Handelingen staat het verhaal van Filippus die in Samaria predikte en vele mensen tot geloof had gebracht en had gedoopt. Dan staat er verder in hoofdstuk 8:14-19:
Toen de apostelen in Jeruzalem hoorden dat de inwoners van Samaria het woord van God hadden aanvaard, stuurden ze Petrus en Johannes naar hen toe. Nadat ze waren aangekomen, baden ze dat ook de Samaritanen de heilige Geest mochten ontvangen, want deze was nog op niemand van hen neergedaald; ze waren alleen gedoopt in de naam van de Heer Jezus. Na het gebed legden Petrus en Johannes hun de handen op, en zo ontvingen ze de heilige Geest. Toen Simon zag dat de mensen door de handoplegging van de apostelen vervuld raakten van de Geest, bood hij Petrus en Johannes geld aan en zei: ‘Geef ook mij deze macht, zodat iedereen wie ik de handen opleg de heilige Geest ontvangt.’

Simon zag het, dus het was direct heel zichtbaar.

Maar wat te doen dan als al die gaven bij ons niet werken? want we kunnen het niet zelf maken.
Eigenlijk heeft de Heer dat door die visioenen aan Hermien al duidelijk gemaakt:
Door aanbiddende en reikende handen kan de kandelaar in ons midden komen te staan. En er bestaat geen groter feest dan dat de levende God in ons midden komt, dat is veel en veel mooier dan veilig kerkje spelen…

We waren in de gemeente begonnen te bidden om een opwekking op maandagavond en het was best wel druk in het begin, maar niet iedereen kwam en nu komt er nog minder ‘iedereen’. Er zijn te weinig handen die reiken.

De heilige Geest is in feite God van dichtbij nu. Door de gaven van de heilige Geest komt God nog dichterbij:
Hij spreekt tot je door profetie,
Hij raakt je aan om lichamelijk of innerlijk te genezen.
Hij brengt dingen aan het licht. Hij jaagt een boze geest weg.
Door de tongentaal lokt hij je naar de bovennatuurlijke wereld, zijn wereld.

  • Maar willen we God wel dichtbij hebben? Is dat het probleem?
  • Of vinden we het moeilijk Hem Koning te laten zijn in ons midden en Hem de leiding te laten nemen?
  • En door de gaven komen we ook dichter bij elkaar te staan, worden we transparanter voor elkaar. Misschien is dat wat ons beangstigt, wat ons afremt?
  • Of hebben we angst voor het bovennatuurlijke waar wij minder controle op hebben?
  • Of is het gewoon onwennigheid?

 

Jezus is de grote architect van de gemeente, een gemeenschap van een stel eigenwijze, lieve, zondige en hopelijk verlangende mensen.

De gaven en bedieningen zijn het steigerwerk om het huis te kunnen bouwen, het zijn middelen, het is dus niet het belangrijkste, maar het steigerwerk is voorlopig wel onmisbaar.
Het belangrijkste is het huis zelf, dat is de relatie met God en elkaar. Hoe meer Gods heilige Geest er is, hoe dieper de relatie wordt. Bij God staat de liefde boven alles. Het is niet de bedoeling dat we een indrukwekkend steigerwerk gaan krijgen, maar met een armzielig huisje in het midden. Daarom zegt Paulus ook: Jaagt de liefde na maar dus ook: streeft naar de gaven van de Geest. Want die zijn de handen van Gods liefde.

Behalve de gaven geeft de heilige Geest ook bedieningen, die trouwens nauw met de gaven samenhangen. Er zijn allerlei bedieningen. God wil ons allemaal gebruiken, maar sommigen geeft Hij een duidelijk zichtbare taak.
Dat lezen we in Efeziërs 4:11-12:
Hij is het die apostelen heeft aangesteld, en profeten, evangelisten, herders en leraren, om de heiligen toe te rusten voor het werk in zijn dienst.

Dus een gemeente die door Jezus gebouwd wordt ziet deze bedieningen werken.

We beginnen met de laatsten. Dat zijn de herders en leraren. Die worden hier in één adem genoemd, die bedieningen liggen dicht bij elkaar. Deze mensen hoeden en onderwijzen de gemeente. In het nieuwe testament worden de herders ook presbyters, opzieners, oudsten of voorgangers genoemd, maar het is steeds dezelfde bediening.
Het idee van één voorganger met daaronder oudsten is de hiërarchische katholieke vorm: de pastoor met zijn kapelaans.
Een oudste of herder herken je doordat hij veel met mensen bezig is. Hij ontvangt mensen thuis en gaat bij ze op bezoek, hij heeft een passie voor mensen.
Maar hij geeft ook leiding aan het grote geheel als opziener.
Een oudste heeft verschillende geestelijke gaven nodig, zoals die van leiding geven, wijsheid en hij moet natuurlijk ook goed thuis zijn in de Bijbel, net zoals de leraar.

Daarnaast heb je de diakenen, die zorgen voor de materiële zaken in de gemeente.

Verder zijn er de evangelisten, die brengen de mensen bij Jezus en in de gemeente.
Zij hebben vaak de gave van genezing en de gave van onderscheid van geesten.
En profeteren doen evangelisten ook makkelijker.
Hun passie is mensen winnen voor Jezus.

En als eerste dus noemt Jezus de apostelen en profeten, die je trouwens ook vaak samen ziet werken.
In principe heeft de apostel alle gaven.
In I Kor. 12: 12 zegt Paulus:
Alles wat een apostel tot apostel maakt, heb ik u laten zien: elke volharding, alle tekenen en wonderen, elke kracht.
Een apostel start gemeentes op, hij legt het fundament en stelt mensen aan.
Hij is onvermoeibaar, een pionier die de weg baant, dus ook met bovennatuurlijke krachten.

De profeet geeft boodschappen van God door aan de gemeente. Hij geeft de visie, de richting aan. Hij geeft openbaringen door en profeteert over mensen om ze te corrigeren en te bemoedigen. Net zoals de herder en de leraar spreekt hij ook de gemeente toe.
Hij heeft natuurlijk minstens de gave van profetie.

En als je dat allemaal leest en hoort, dan zou je kunnen denken, zie nou wel, daar heb je weer zo’n geestelijke bovenlaag!

Maar dat vers over de bedieningen moeten we wel goed lezen: Hij is het die apostelen heeft aangesteld, en profeten, evangelisten, herders en leraren, om de heiligen toe te rusten voor het werk in zijn dienst.

Dus het gaat om de gewone mensen, dat zij toegerust worden om God te kunnen dienen in zijn kracht. Daar staat dus niet dat de apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraren al het werk moeten doen. Integendeel!

En zo ook is het dus ook nooit de bedoeling geweest om in rijtjes achter elkaar te gaan zitten in de kerk om de anderen aan het werk te zien op dat podium. Want iedereen heeft wat.

Als je daar allemaal over leest in de Bijbel en daarover nadenkt dan besef je dat we daar met z’n allen nog een beetje ver vanaf staan. God is duidelijk in wat hij wil, maar wat willen wij?

In de evangelische gemeenten ontstaan vaak hierover spanningsvelden. De ene groep wil de heilige Geest meer zien werken en de andere groep ziet dat niet zitten, die willen alles bij het oude houden en in rijtjes achter elkaar blijven zitten. Want God is een God van orde zeggen zij.

Maar iedere keer dat er een opwekking ontstaat is dat omdat er teruggegrepen wordt op het Woord. Het wordt bestudeerd en gehoorzaamd en er wordt veel gebeden en dan schiet de vlam erin.
Daarom is het belangrijk dat we samen het Woord bestuderen om zijn wil te kennen en volhardend bidden en smeken tot een God die gebeden verhoort dat Hij zijn Geest over ons uitstort.

Want wie vraagt ontvangt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan. Welke vader onder jullie zou zijn kind, als het om een vis vraagt, in plaats van een vis een slang geven? Of een schorpioen, als het om een ei vraagt? Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je kinderen al goede gaven schenken, hoeveel te meer zal de Vader in de hemel dan niet de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen.’ (Lucas 11:10-13).

 



(door Robert)

 

 

Maria

 

Toen aan het begin van Jezus’ bediening Filippus tegen Nathanaël zei: we hebben de Messias gevonden, Jezus van Nazareth, zei Nathanaël: Kan er uit Nazareth iets goeds komen?

Of Nazareth had een slechte reputatie, of het was een volkomen onbelangrijk stadje in een onbelangrijke provincie, in Galilea.
Daar woonde Maria dus, de toekomstige moeder van Jezus.
We weten niets van haar ouders en van haar familie, behalve dat ze van David afstamde en dat Elizabeth haar tante, de moeder van Johannes de Doper. Zij stamde af van Aäron, en zij en haar man waren godvrezende mensen.

Probeer je eens in Maria in te leven. Je komt uit een provinciestadje, een gewone familie, je bent niet rijk, verloofd met een timmerman, gewoon een tienermeisje zoals er zoveel waren.
Komt daar ineens een engel binnen!
Probeer je eens in te dingen dat jij dat meisje bent en vraag je af hoe dat allemaal bij jou zou overkomen.

Lucas 1:26-38
Gabriël ging haar huis binnen en zei: ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’ Ze schrok hevig bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die begroeting te betekenen had. Maar de engel zei tegen haar: ‘Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken. Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet Hem Jezus noemen. Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en Jahweh God zal Hem de troon van zijn vader David geven. Tot in eeuwigheid zal Hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’

Nou, dat noem je nou echt met de deur in huis vallen.
En hoe reageert Maria? Met ongeloof? Nee, met volkomen geloof. En ze komt direct met een praktische vraag.

Maria vroeg aan de engel: ‘Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers geen gemeenschap met een man.’ De engel antwoordde: ‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God.

En toen God voor dat moment bij haar gekomen is, zal zeker een heel bijzonder moment geweest zijn.

En de engel Gabriël ging verder:
Luister, ook je familielid Elisabeth is zwanger van een zoon, ondanks haar hoge leeftijd. Ze is nu, ook al hield men haar voor onvruchtbaar, in de zesde maand van haar zwangerschap, want voor God is niets onmogelijk.’ Maria zei: ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’
Daarna liet de engel haar weer alleen.

Maria – en daar blijkt haar grootheid – reageert dus met volkomen geloof:
‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’

Heel weinig mensen zullen met zo’n wijd open hart met zoveel geloof en overgave op zoiets kunnen  reageren. Zelfs Mozes sputterde tegen toen hij geroepen werd.

Maar daarna ontstaan al vrij snel problemen, haar opleiding begint bijna direct.
Het godvrezende kuise meisje is zwanger. En dat wordt zichtbaar nadat ze 3 maanden bij Elisabeth is geweest. Iedere dag wordt haar buik een beetje dikker. Heeft ze het haar ouders verteld? en de familie en de buren en vrienden? Wat moest ze zeggen? “Dat heeft God gedaan, ik ben nog maagd?”

Eigenlijk zou het netjes zijn geweest als God een engel met een bazuin had rondgestuurd in de straten van Nazareth of via een buurtapp om aan te kondigen dat Maria zwanger was door de heilige Geest. Maar dat is zo te lezen niet gebeurd. En Maria heeft zelfs Jozef niets proberen uit te leggen, daar was geen beginnen aan dacht ze misschien, of hij had het al van anderen gehoord dat ze met een dik buikje van de familiereis was teruggekomen. Hij kwam er dus achter en wilde in stilte van haar scheiden, wilde haar niet in opspraak brengen, want hij hield van haar. Mooi hè? Hij heeft ook niet zichzelf lopen te rechtvaardigen, zo van: dat was ik niet, zo ben ik niet.

De engel had ook Jozef niet van tevoren gerustgesteld om hem die pijn en die pijn tussen hem en Maria te besparen. Twee heel geliefde mensen en God laat ze lijden.

Wij denken dat God wel niet zo veel van ons zal houden omdat Hij ons op z’n tijd laat lijden, maar niets is minder waar. Lijden heeft vaak een doel, het haalt het diepste van ons hart naar boven, maakt ons open en reinigt ons.

Eigenlijk deed God direct een stevig werk in haar: er werd flink ingehakt op haar gevoeligheid voor wat andere mensen zouden kunnen denken.
God wil dat bij ons allemaal doen, ons vrij maken van mensenvrees.

En toen begon de reis naar Bethlehem, hoogzwanger en dan zo’n reis maken.
In Bethlehem was geen plek te vinden, en ze hadden waarschijnlijk ook te weinig geld voor een mooie plek. Zij draagt Gods zoon en zelfs God had schijnbaar geen plekje voor hen geregeld?
Tja, uiteindelijk was er wel een plekje, tussen wat aardige beesten. Een tochtig plekje, geen warm water, geen stromend water, waarschijnlijk ook geen vroedvrouw. En daar moest Maria bevallen…. en leren op God te vertrouwen, hoe absurd het ook lijkt.

En het eerste kraambezoek, door engelen geregeld, begint met bezoek van herders, een onbehouwen zooitje kerels, grof in de mond, niet gerespecteerd door de maatschappij, zulke lui wil je als net gezin eigenlijk niet op bezoek hebben.
Maar dat moment was wel heel indrukwekkend en bemoedigend voor Jozef en Maria.

En later, toen ze al in een huis woonden, kwamen de wijzen uit het oosten.
Stel je eens voor, je woont in Hoensbroek in de Kastelenbuurt en ineens stoppen er 20 limousines voor de deur, een stel bodyguards stapt uit gevolgd door rijk uitgedoste persoonlijkheden. Ze hebben dure cadeaus bij zich en bellen bij je aan. Hoe leg je dat uit aan de buren? Zoiets van “Oh, die kwamen op het verjaardagsfeestje van mijn zoontje…”.
Weer doet God wat bijzonders en leert ze niet te denken aan wat andere mensen zouden kunnen denken.

Lang vóór dat bezoek waren ze in de tempel in Jeruzalem om Jezus aan God op te dragen toen een godvrezend man naar ze toe kwam (Lucas 2:34-35).
En Simeon zegende hen en zei tegen Maria, Zijn moeder: Zie, dit Kind is bestemd tot val en opstanding van velen in Israël en tot een teken dat tegengesproken zal worden, – ook door uw eigen ziel zal een zwaard gaan – opdat de overwegingen uit veel harten openbaar worden.

Hier zie je weer een moment dat God zegt dat haar het lijden niet bespaard zal worden. Jezus zelf werd de Man der Smarten genoemd, en Maria als moeder zou automatisch meelijden. Haar naam betekent “bitterheid”.

Van dat lijden zie je hoogtepunt tijdens de kruisdood van Jezus. Maria staat naast Hem, ze blijft een echte moeder, ook al wees Jezus haar als zodanig af. Ze werd op dat moment uit elkaar gescheurd. We lezen verder niet dat ze bij het graf was, waarschijnlijk was de “gezegende onder de vrouwen”, zoals Gabriël en Elisabeth haar genoemd hadden, te zeer aangedaan.

Ook aan het kruis had Jezus haar “vrouw” genoemd, haar weer op zichzelf teruggeworpen en duidelijk gemaakt dat ze niet meer was dan wie dan ook. Uiteindelijk vinden we haar met haar zonen ook in de bovenkamer om de doop in de heilige Geest te ontvangen. Ook zij moest tot bekering en wedergeboren worden en gedoopt in de heilige Geest. Zij was net als ieder ander volkomen afhankelijk van Jezus en zijn volbracht werk. Niks ‘Moeder van God’, niks ‘Eeuwige maagd’, niks ‘Onbevlekte ontvangenis’, maar wel een geweldig voorbeeld van overgave voor ons.

Onder dat zwaard zou behalve diep leed ook iets anders verstaan kunnen worden, namelijk het Woord van God als het “tweesnijdend scherp zwaard” dat ook door ons heen gaat.

Dat zien we al werken toen Jezus als twaalfjarige jongen in de tempel zat, nadat zijn ouders Hem drie dagen gezocht hadden:
Toen zijn ouders Hem zagen, waren ze ontzet, en zijn moeder zei tegen Hem: ‘Kind, wat heb je ons aangedaan? Je vader en ik hebben met angst in het hart naar je gezocht.’ Maar Hij zei tegen hen: ‘Waarom hebt u naar Me gezocht? Wist u niet dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn?’ Maar ze begrepen niet wat Hij tegen hen zei.

Maar het sneed wel. Jezus snijdt zich hier al wat los van zijn ouders. En God heeft zijn ouders dagenlang in angst gelaten. Het doet pijn als natuurlijke banden worden doorgesneden, maar het moet.
Het is trouwens de laatste keer dat er over Jozef gesproken wordt.
Misschien is Jozef vroeg gestorven zodat Jezus al op jonge leeftijd geoefend werd om verantwoordelijkheid op zich te nemen over anderen (als oudste man van het gezin). Ook dat kreeg Maria over zich heen.

Maria kreeg vaker een domper op haar neus.
In Markus 3 lezen we dat zijn moeder en broers bij zijn huis aankwamen, maar niet naar binnen konden vanwege de menigte die er was:
Ze stuurden iemand naar binnen om Hem te halen. Zelf bleven ze buiten wachten. Er zat een groot aantal mensen om Hem heen, en die zeiden tegen Hem: ‘Uw moeder en uw broers staan buiten en zoeken U.’ Hij antwoordde: ‘Wie zijn Mijn moeder en Mijn broers?’ Hij keek de mensen aan die in een kring om Hem heen zaten en zei: ‘Jullie zijn Mijn moeder en Mijn broers. Want iedereen die de wil van God doet, die is Mijn broer en zuster en moeder.’

Dat is niet leuk. Maria had duidelijk geen wit voetje bij Jezus, en zijn broers ook niet en die waren toen trouwens ook nog niet bekeerd. En ook Maria werd door Hem teruggezet als een normaal persoon die zoals iedereen ook tot bekering moest komen. Zelfs tegen zijn eigen leerlingen had Jezus vlak voor zijn gevangenneming gezegd: “Als jullie tot bekering gekomen zijn, …”, dus zij waren het ook nog niet.

Maria en de broers en zussen van Jezus waren niet automatisch gered omdat ze familie waren. Maar gelukkig vinden we Maria en haar zonen terug in de bovenkamer, wachtende op de heilige Geest.

Zo hebben wij ook geen wit voetje bij God. God trekt ons niet voor, maar Hij stelt ons ook niet achter, Hij kent geen aanzien des persoons.

Toen Jezus 30 jaar was en net wat eerste discipelen had uitgezocht, waren zijn moeder en Hij met zijn discipelen op een bruiloftsfeest uitgenodigd.
Toen de wijn bijna op was, zei de moeder van Jezus tegen Hem: ‘Ze hebben geen wijn meer.’
‘Wat heb Ik met u van doen, vrouw?’ zei Jezus. ‘Mijn tijd is nog niet gekomen.’

Zo zeg, wat een opmerking. Dat komt brutaal, scherp en kil over en zeker in zo’n maatschappij waar familie en respect voor de ouders heel hoog in het vaandel stonden.
Jezus laat duidelijk weten dat zij totaal geen gezag over Hem heeft. Soms moet je dat je ouders op een zekere leeftijd laten weten….
En dan zie je weer typisch Maria, ze laat zich zelfs niet overdonderen door haar zoon, ze luistert naar de stem van God – dat heeft God haar geleerd.

Daarop sprak zijn moeder de bedienden aan: ‘Doe maar wat Hij jullie zegt, wat het ook is.’

Als zij zoiets zegt, dan wil dat zeggen dat zij diezelfde houding had – een van volledige overgave, zo reageerde ze zelf op het bezoek van de engel Gabriël. En wat moesten ze doen? Kruiken met water vullen – absurd! Idioot! Maar ze deden het, wat de anderen ook zeiden. Maria kende dit. En Jezus zei, laat de ceremoniemeester een glas drinken. En ze deden het ook nog! Je vraagt je af wat voor een atmosfeer er toen hing, hoe dat kon dat ze zo gehoorzaamden.

En wat was het resultaat? Water werd wijn!

Je leven verandert van water in wijn als je stomweg doet wat God zegt, als je volledig overgegeven bent. En wat zou God nu van ons  vragen? Wat wil Hij dat we nu of vandaag doen? Ik heb dat vaker aan God gevraagd en gezegd: “Wat U ook zegt, Ik zal het doen”, en ik heb soms gezweet…. Maar dat hoeft niet allemaal zwaar te zijn, maar overgave gaat inderdaad wel tegen ons vlees in, het kost soms wat of veel, maar het resultaat is dat je leven van water in wijn verandert, en niet alleen voor jezelf maar ook voor de mensen om jou heen.

Dus neem een tijd van stilte en vraag aan de Geest wat Hij wil dat je doet, wat je volgende stap zal zijn.

 



Elisa

Elia was een van de grootste profeten van het oude testament en leefde in een heel donkere tijd, namelijk toen Achab en Izebel heersten, rond 850 jaar vóór Christus. Er was toen veel afgoderij en vele profeten waren gedood. Elia niet en hij is zelfs geen natuurlijke dood gestorven, maar zo met paarden en wagens van vuur naar de hemel gevoerd. Elisa was daar getuige van en ontving de zalving van Elia om zijn werk als profeet voort te zetten. Met hem beleven we het onderstaande avontuur.

 2 Koningen 6:8-23

 De koning van Aram voerde oorlog tegen Israël. Telkens als hij in overleg met zijn bevelhebbers besloot [Syrië] om bij een bepaalde plaats zijn kamp op te slaan, liet de godsman Elisa de koning van Israël waarschuwen dat hij uit die buurt moest wegblijven omdat de Arameeërs daar een aanval beraamden.
10 De koning van Israël liet dan de inwoners van de plaats die de godsman had genoemd waarschuwen en zorgde ervoor zelf uit de buurt te blijven. Dat ging zo keer op keer, 11 tot grote ergernis van de koning van Aram. Hij riep zijn bevelhebbers bij zich en vroeg hun: ‘Zeg me: wie van onze mensen heult met de koning van Israël?’
12 Een van de bevelhebbers antwoordde: ‘Niemand, mijn heer en koning, maar de profeet Elisa in Israël weet de koning van Israël zelfs te vertellen wat u in uw slaapkamer zegt.’

Dat is een echte profeet! Dan zie je hoeveel invloed één man die goed naar God luistert kan hebben.
De oude profeten hadden altijd contact met de koning, de leider van het volk. Niet dat die koningen daar altijd even blij mee waren….

In het nieuwe testament zijn ook profeten. Paulus zegt in Efeziërs 4:11 als hij het heeft over de gemeente heeft: En Jezus is het die apostelen heeft aangesteld, en profeten, evangelisten, herders en leraren.
De apostelen zijn de bouwmeesters die gemeenten stichten. Hij werkt vaak samen met de profeten, die de richting aangeven die de gemeente op moet gaan, die visie hebben, maar die ook over mensen afzonderlijk profeteren.
De evangelisten gaan de straat op om de mensen binnen te halen, de herder (pastor) hoedt ze en de leraar onderwijst ze.
We leven in een tijd dat langzamerhand die vijfvoudige bediening weer zijn plaats krijgt binnen de gemeente.

Een profeet kan heel vervelend zijn omdat hij ook het verborgene aan het licht kan brengen, maar hij is daardoor ook tot grote zegen. Zo ook Elisa in dit verhaal.

13 Hierop zei de koning [van Syrië]: ‘Zoek voor mij uit waar hij is, dan zal ik hem gevangen laten nemen.’ Toen hem werd verteld dat Elisa in Dotan was, 14 stuurde hij een groot leger met strijdwagens en paarden op de stad af. De Arameeërs kwamen ‘s nachts bij Dotan aan en omsingelden de stad.

Iedereen krijgt weleens een leger op zich af, maar mensen met een duidelijke bediening krijgen het leger van de vijand vaker op zich af. Daarom zegt de Bijbel dat we voor onze voorgangers moeten bidden, waarbij we wel moeten beseffen dat voorganger ruimer bedoeld is dan hoe we dat tegenwoordig gebruiken.

 15 Toen de bediende van Elisa de volgende morgen opstond en naar buiten kwam, zag hij dat de stad omsingeld was door een leger met strijdwagens en paarden. ‘Wat moeten we beginnen, heer?’ riep hij uit. 16 Zijn meester antwoordde: ‘Wees niet bang, wij zijn met meer dan zij.’ 17 En hij bad: ‘Jahweh, open zijn ogen en laat het hem zien.’ Jahweh opende Elisa’s knecht de ogen, en toen zag hij dat de heuvels vol stonden met paarden en wagens van vuur, die Elisa omringden.

 

Elisa wist door het geloof dat God met Hem was en dat Gods engelen machtiger waren dan alle vijandelijke legers. Dat zou niet gek zijn hè, engelen zien zo nu en dan? En veel mensen, ook vandaag, krijgen wel eens en meestal in hele moeilijke situaties engelen te zien. En als je denkt: Ik ben niet zo’n geweldige christen, want ik heb zoiets nooit gezien, dan zegt Jezus tegen je: Zalig zij die niet zien en toch geloven.

Maar de knecht van Elisa moest het wel even te zien krijgen om rustig te kunnen blijven. Hij zag de realiteit: een leger vijanden, maar Elisa zag door de Geest en door het geloof een hogere werkelijkheid. Er zijn mensen die zeggen: Voor dat soort dingen ben ik te nuchter, ik sta met beide benen op de grond. Maar de grond waarop ze staan is tijdelijk en het onzichtbare is eeuwig zegt het Woord van God, dus echt nuchter zijn ze niet.

Ik heb zelf ook een paar keer in de onzichtbare wereld mogen kijken.

Mijn vrouw en ik waren naar Heerlen naar het grote woonwagenkamp gegaan om haar vader te bezoeken en hem het evangelie te vertellen. Hij had hele zware zonden op zijn geweten. Eerst nam hij de boodschap aan, maar in de loop van de week verhardde hij zich tegen Jezus en een week later was hij dood. Wij gingen toen naar christenen in de buurt en hadden echt bemoediging nodig. Maar die mensen zagen hoe uitgeput we waren en waren ervan overtuigd dat we drugs gebruikt hadden en we werden zwaar veroordeeld. De volgende dag met onze kleine kindertjes met het openbaar vervoer terug naar Groningen, we kwamen helemaal kapot aan.
En toen ik het huis binnenkwam zag ik links een engel staan, een wachter. Alle last gleed van me af. Dat maakte zo’n indruk op mij, dat heeft nog maanden doorgewerkt.
God had ons laten zien dat wij extra hulp hadden in de strijd.

Maar of we ze zien of niet, ze zijn er, zoals in Hebreeën 1:14 staat: Zijn zij niet allen dienende geesten, uitgezonden om hen bij te staan die deel zullen krijgen aan de redding?
Alleen de meesten van ons krijgen die dus niet te zien.
Jammer genoeg heb ik, en de meesten die wel eens wat dingen te zien krijgen, vaker demonen dan engelen gezien.
Als we demonen zien dan is dat vaak een seintje dat we ze aan moeten pakken, zo versta ik dat.

Miep en ik hebben regelmatig te maken met mensen die last van demonen hebben in hun huis. We gaan er dan heen om te bidden.
Het mooie is dat die mensen het evangelie te horen krijgen in hun eigen huis, we samen met ze kunnen bidden en dan het hele huis, kamer voor kamer, mogen zegenen. Dat is een geweldige ingang. En dan zien ze ook direct Gods kracht werken.
En we merken trouwens dat er best wel veel mensen last van hebben, ook christenen. Dus als je mensen kent met zulke problemen, we zijn beschikbaar.

Maar nu terug naar Elisa. Stel je voor dat hij dat van die engelen niet had geweten, dan was hij er waarschijnlijk vandoor gegaan of had hij zich diep onder de grond verstopt.

Onze vijanden van vandaag bestaan niet uit vlees en bloed zegt de Bijbel, maar het zijn boze geesten die allerlei problemen, ziekten, verwarring, slechte mensen enzovoorts op ons af sturen. Als je niet het geloof hebt dat God je eruit zal helpen, dan raak je in paniek en trek je je terug of je gaat rare dingen doen, of je raakt oververmoeid doordat je in eigen kracht strijdt.

Maar Elisa bleef kalm vertrouwen. En daardoor hebben ze een mooi wonder mogen beleven en mogen we dat vandaag dan als bemoediging lezen.

18 Toen de Arameeërs op Elisa afkwamen, smeekte hij Jahweh hen te verblinden.

Hier zien we dat Elisa dus waarschijnlijk niet op een tuinstoeltje met een kopje koffie en een sigaar rustig zat af te wachten. Nee, hij werd bij de geestelijke strijd betrokken en moest God zelfs smeken. Het ging dus allemaal niet van een leien dakje.

Bij ons is het ook zo: Jezus heeft alles volbracht aan het kruis, maar we hebben toch nog te maken met ons vlees, ons ongeloof en met boze geesten en we hebben dus nog strijd te voeren, maar dat is vooral een geloofsstrijd. Strijden om te kunnen blijven geloven en in Gods Geest te blijven.

En Jahweh verblindde hen, zoals Elisa had gevraagd, 19 en toen zei Elisa tegen hen: ‘U bent verkeerd. Dit is niet de stad waar u zijn moet. Volg mij, dan zal ik u de weg wijzen naar de man die u zoekt.’

Wat een humor! En daar liepen ze dan, alle stoere kerels hielden elkaar het handje vast als hulpeloze kleine kinderen die de weg niet meer konden vinden.
“Mensenkinderen” zei God vaak tot de Israëlieten en dat zegt Hij ook tegen ons, waarmee hij eigenlijk zegt: jullie zijn maar kinderen, hoe belangrijk ook in de ogen van jezelf of anderen, hoe macho en stoer of rijk, jullie zijn zo kwetsbaar. En dat moeten we nooit vergeten – we stellen eigenlijk niets voor in onze eigen kracht.

En Hij leidde hen naar Samaria, 20 en daar aangekomen bad hij: ‘Jahweh, open hun ogen en laat hen weer zien.’ Jahweh opende hun de ogen, en toen zagen ze dat ze zich midden in Samaria bevonden. 21 Toen de koning van Israël de Arameeërs zag, vroeg hij aan Elisa: ‘Wat vindt u, vader? Zal ik ze doden?’ 22 ‘Nee’, antwoordde Elisa, ‘dood hen niet. Hebt u ze soms met uw eigen wapens krijgsgevangen gemaakt, dat u hen zou doden? Zet hun een maaltijd voor, zodat ze kunnen eten en drinken, en laat hen teruggaan naar hun heer.’

Mozes zei in de wet: Je naaste zul je liefhebben en je vijand zul je haten.
Maar zoals we vaker zien, liepen de profeten al vooruit; door de Geest proefden ze al iets van het nieuwe verbond – ze gaven die richting al aan.

23 Hierop liet de koning een overvloedig gastmaal voor hen aanrichten, en toen ze gegeten en gedronken hadden stuurde hij hen terug naar hun heer. Van toen af aan deden de Aramese benden geen invallen meer in Israël.

Dat doet me denken aan de tijd dat Frédéric en ik op het woonwagenkamp in Meerssen woonden – dat was echt een duistere plek! Zelfs andere kampbewoners wilden daar niet zitten, voor geen 2.000 gulden per dag. De kinderen waren er niet in bedwang te houden en we hadden onder andere een buurvrouw die enorm tekeer kon gaan en sommige mensen diep haatte. Als ik haar zei dat ze zelfs haar vijanden moest liefhebben, dan werd ze roodgloeiend. Ze dreigde mij zelfs te doden. En de anderen op het kamp waren trouwens echt bang voor haar. Toen besloot ik op een dag na weer zo’n uitbarsting een hele grote bos bloemen voor haar te kopen. En dat was het begin van haar ommekeer. Dat had haar helemaal overrompeld. Daar had ze niet van terug. En later, toen ik daar weg was gegaan, stuurde ik een Bijbel voor haar man die jarig was en die analfabeet was, zodat ze hem wel moest voorlezen. Ze sloeg de Bijbel open en het eerste wat ze las was: Heb je vijanden lief. En toen begon ze direct tegen het bezoek te preken – ze zag ineens, haar ogen werden geopend.

En daar gaat dit hele verhaal eigenlijk over, de een wordt de ogen geopend, zoals Elisa en de knecht, en de anderen worden de ogen verblind.

Het gaat erom dat wij steeds meer gaan zien – niet de werkelijkheid, maar de waarheid. De werkelijkheid is dat we van alles tegen hebben, allerlei problemen in onszelf, misschien ook met andere mensen, met ziekten, financiële problemen, enz. Maar de waarheid is dat Jezus alles overwonnen heeft, ons genezing aanbiedt, voor ons zorgt en dat we Hem in alles mogen vertrouwen. Daarom is het ook belangrijk de waarheid te belijden, Gods Woord te belijden in plaats van onze problemen, soms als het ware tegen beter weten in.

In Spreuken 18:20 staat:
Van de vrucht van iemands mond wordt zijn buik verzadigd, hij wordt verzadigd van de opbrengst van zijn lippen.

Dus we zien óf de vijandelijke legers en belijden dat en wij kermen van ellende, óf we zien de hemelse legers en belijden dat en juichen alvast in de overwinning. En dan gaan we wonderen meemaken.

En zo wil God ook dat we leven: van heerlijkheid naar heerlijkheid en van overwinning naar overwinning.

 

 

 

Voetwassing

Van de zomer zijn we naar een zomerconferentie gegaan van een beweging ontstaan in de christelijk-gereformeerde kerk. We waren daar aan het kamperen met een kleine 5.000 mensen. Het viel ons allebei op dat de mensen van klein tot groot allemaal bijzonder vriendelijk en ontspannen waren, we hebben de hele week geen verkeerd woord gehoord.
De sfeer was open naar elkaar en er was zo’n fijngevoeligheid in het luisteren naar en afstemmen op de heilige Geest. Er waren ook allerlei genezingen en profetieën, ook onder de kinderen.
Alles was mooi, alles was rein, alleen één ding niet, ook niet bij de keurig verzorgde meisjes, de nette dames en de heren: de voeten! En jammer genoeg heeft niemand elkaar de voeten gewassen.

Johannes 13:1-5
Het was kort voor het pesachfeest. Jezus wist dat zijn tijd gekomen was en dat Hij uit de wereld terug zou keren naar de Vader. Hij had de mensen die Hem in de wereld toebehoorden lief, en zijn liefde voor hen zou tot het uiterste gaan. Jezus en zijn leerlingen hielden een maaltijd. De duivel had intussen Judas, de zoon van Simon Iskariot, ertoe aangezet Jezus te verraden. Jezus, die wist dat de Vader Hem alle macht had gegeven, dat Hij van God was gekomen en weer naar God terug zou gaan, stond tijdens de maaltijd op. Hij legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek om en goot water in een waskom. Hij begon de voeten van zijn leerlingen te wassen en droogde ze af met de doek die Hij omgeslagen had.

Het was zeker een ongemakkelijk moment geweest aan het begin van de maaltijd – er was niemand om ze de voeten te wassen, ze hadden misschien het idee gehad om het zelf te doen, maar niemand deed het. Het was trouwens ook een werkje dat zelfs Joodse slaven niet eens schenen te doen, alleen buitenlandse.

Wat zijn die geschrokken toen de Zoon van God, de Koning van Israël, die net Jeruzalem was binnengereden, hun de voeten begon te wassen. Dat was het laatste wat ze verwacht hadden. En Jezus verweet niemand iets, maar begon zelf, met alle liefde die Hij had.

Toen Hij bij Simon Petrus kwam, zei deze: ‘U wilt toch niet mijn voeten wassen, Heer?’ Jezus antwoordde: ‘Wat Ik doe, begrijp je nu nog niet, maar later zul je het wel begrijpen.’

Typisch hè, Jezus zegt: later zul je het wel begrijpen. Wat viel er dan te begrijpen? Want voeten wassen is voeten wassen en Hij legde zelf direct daarna uit dat niemand boven de ander staat en iedereen elkaars dienaar moet zijn, dat het dus ook een daad van nederigheid en dienstbaarheid is. Wat valt er dan nog meer te begrijpen?

‘O nee’, zei Petrus, ‘míjn voeten zult u niet wassen, nooit!’ Maar toen Jezus zei: ‘Als Ik ze niet mag wassen, kun je niet bij Mij horen’, antwoordde hij: ‘Heer, dan niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en mijn hoofd!’

Lekker radicaal en enthousiast hè?
Maar wat raar dat Jezus zegt dat Petrus dan niet bij Hem kan horen.

Hierop zei Jezus: ‘Wie gebaad heeft hoeft alleen nog zijn voeten te wassen, hij is al helemaal rein. Jullie zijn dus rein – maar niet allemaal.’ Hij wist namelijk wie Hem zou verraden, daarom zei Hij dat ze niet allemaal rein waren. Toen Hij hun voeten gewassen had, deed Hij zijn bovenkleed aan en ging weer naar zijn plaats. ‘Begrijpen jullie wat Ik gedaan heb?’ vroeg Hij. ‘Jullie zeggen altijd meester en Heer tegen Mij, en terecht, want dat ben Ik ook. Als Ik, jullie Heer en jullie meester, je voeten gewassen heb, moet je ook elkaars voeten wassen. Ik heb een voorbeeld gegeven; wat Ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen. Waarachtig, Ik verzeker jullie: een slaaf is niet meer dan zijn meester, en een afgezant niet meer dan wie hem zendt. Je zult gelukkig zijn als je dit niet alleen begrijpt, maar er ook naar handelt.

Dat was werkelijk het toppunt van nederigheid en dienstbaarheid! En met een duidelijke boodschap aan ons.

In die tijd was het wassen van de voeten heel praktisch, want je lag aan om te eten en dus met je neus vlakbij de tenen van de ander die misschien naar kamelenpoep roken. Maar het was ook een daad van gastvrijheid. Het is heerlijk is als iemand een onderdeel van je lichaam wast waar je zelf wat moeilijk bij kan komen, en een voetwassing verfrist en ontspant.

Als wij bij ons Avondmaal volgens de traditie van de Gemeente Gods elkaar de voeten wassen, dan valt er eigenlijk niets meer te wassen, want iedereen doet dat gauw even van tevoren. We willen ons vuil niet aan de ander laten zien.
Een tijd geleden hebben we het blotevoetenpad gelopen in het bos – iedereen had toen echt vieze voeten, maar geen van ons heeft toen de voeten van de ander gewassen.
We wassen in onze gemeente trouwens de voeten altijd ná het Avondmaal, terwijl we het eigenlijk zoals Jezus vóór het Avondmaal zouden doen als we de geestelijke betekenis ervan zouden begrijpen.

We zien Paulus ook spreken over de voetwassing in het verband van het onderhoud van weduwen door de gemeente (1 Tim. 5:9-10):
Als weduwe mogen alleen vrouwen worden ingeschreven van boven de zestig jaar die maar één man hebben gehad en bekend staan om hun goede daden, kinderen hebben opgevoed, gastvrij zijn geweest, gelovigen de voeten hebben gewassen en zich hebben ingezet voor verdrukten, die, kortom, allerlei goede daden hebben verricht.

Hier staat dus: gelovigen de voeten hebben gewassen. Daar staat niet bij: gelovigen hebben getroost, geholpen in financiële nood, geholpen bij ziekten, op de kinderen gepast, gelovigen liefdevol terechtgewezen, geholpen op de goede weg te blijven, enz., enz.; dat staat er allemaal niet bij, maar alleen: “de voeten hebben gewassen”. Dat heb ik daarom altijd begrepen als een samenvatting van: “dienstbaar is geweest”. En misschien hebben ze toen ook eens letterlijk wat voeten gewassen. Het is net zoiets als de zigeuners die voor dienen zeggen: “uit de hand geven”. Die geven ook niet alles letterlijk uit de hand als ze dienen.

 

Maar nu weer terug naar de voetwassing door Jezus in vers 8-10 van hoofdstuk 13 van Johannes:

‘O nee’, zei Petrus, ‘míjn voeten zult u niet wassen, nooit!’ Maar toen Jezus zei: ‘Als Ik ze niet mag wassen, kun je niet bij Mij horen’, antwoordde hij: ‘Heer, dan niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en mijn hoofd!’
Hierop zei Jezus: ‘Wie gebaad heeft hoeft alleen nog zijn voeten te wassen, hij is al helemaal rein. Jullie zijn dus rein.

Als je dit leest, dan kun je eigenlijk de boodschap van de voetwassing niet letterlijk nemen, want als je het wél letterlijk neemt, dan houdt dat in dat je dus nooit meer je hoofd en je handen hoeft te wassen, want die zijn al rein zegt Jezus in vers 10.

Wat zou Jezus hier dan mee bedoelen?

Vóór mijn bekering heb ik heel veel nagedacht en veel proberen te doorvorsen, en me de laatste 5 jaar intensief verdiept in Oosterse en andere filosofieën. Op een gegeven moment raakte ik overstuur van al dat zoeken. Toen ik tot bekering was gekomen kreeg ik een profetie waarin de Heer zei: “Ik heb je vele lopen gezien en je voeten zijn moe, stop met zoeken, je hebt het gevonden”.

Hier vergeleek die profeet mijn voeten met mijn gedachten, die als het ware door de wereld hadden gelopen en die helemaal moe en vies waren geworden. Maar voordat Jezus mijn voeten ging wassen had Hij mij eerst gebaad. En door de vele Bijbelstudies zijn mijn gedachten vernieuwd, mijn voeten gewassen.

In Titus 3:5b staat:
Hij heeft ons gered door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwende kracht van de heilige Geest.

En in Hebreeën 10:21-22
We hebben nu een hogepriester die dienst doet in het huis van God; laten we God dan naderen met een oprecht hart en een vast geloof, nu ons hart gereinigd is, wij van een slecht geweten bevrijd zijn en ons lichaam met zuiver water is gewassen.

Dit water kun je ook niet letterlijk nemen, want dan zou er staan dat je lichaam eens en voor altijd gewassen is en dat je dus nooit meer onder de douche hoeft.
Dus door onze bekering, door onze wedergeboorte worden we rein gewassen, is ons hart rein. En als we bij Jezus en in het licht blijven, dan blijven we rein. Maar we lopen door de wereld en horen en zien van alles en dat kan ons vervuilen, daar kunnen we niets aan doen en daar hoeven we ons ook niet schuldig onder te voelen. Maar we moeten ons wel de voeten laten wassen. Of zelf wassen.

Maar hoe doen we dat? En wat is dat water?

1 Joh. 5:6
Hij, Jezus Christus, is gekomen door water en bloed – niet door het water alleen, maar door het water en het bloed. En de Geest getuigt ervan, omdat de Geest de waarheid is.

Efeziërs 5:25
Mannen, heb uw vrouw lief, zoals Christus de kerk heeft liefgehad en zich voor haar heeft prijsgegeven om haar te heiligen, haar te reinigen in het bad van water.

Er zijn een heleboel teksten waar het water overdrachtelijk gebruikt wordt, en iedere keer wordt daar het Woord en de Geest mee bedoeld.

Dus onze voeten worden met het Woord en de Geest gereinigd, en dat moeten we ook bij elkaar doen. Je ziet iemand die vervuild is geraakt door het stof van de wereld: door een stukje dwaalleer of door een zonde en je wilt hem of haar dienen en je gaat op je knieën om de voeten te wassen, door het Woord te gebruiken. Maar je hebt natuurlijk wel de kans dat je een trap krijgt. We moeten dat leren doen in alle nederigheid en met alle liefde en zonder kritiek te hebben. Dus niet met die instelling van: Ik zal hem of haar eens flink de oren wassen.

Misschien begreep Petrus wat Jezus met de voetwassing bedoelde toen Jezus dat gesprek met Hem had na zijn opstanding en Hem tot 3x vroeg of hij Hem liefhad. Petrus was wel rein, maar als hij zich hier niet de voeten had laten wassen na die verloochening, dan had hij geen deel meer aan Jezus kunnen hebben, zoals Jezus hem gezegd had op de avond van het laatste Avondmaal.

 

En ten slotte ligt in deze tekst natuurlijk ook een heel belangrijke boodschap voor de voorgangers, de leiders.

Matteüs 21:26
Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen, en wie van jullie de eerste wil zijn, zal jullie dienaar moeten zijn.

Dat is interessant. Je bent ambitieus, je wilt geëerd worden, belangrijk zijn en de baas spelen en dan krijg je deze woorden van Jezus op je af. Of je bent een krachtige leider met een sterke overredingskracht en dan zegt Petrus in 1 Petrus 5:3
Stel u niet heerszuchtig op tegenover de kudde die aan u is toevertrouwd, maar geef het goede voorbeeld.

En zo mogen we met elkaar leven zonder elkaar te overheersen, zonder op elkaar kritiek te hebben – moeilijk hè? En mogen we ook samen leven zonder aan elkaar voorbij te gaan, want Jezus wijst hier op onze verantwoordelijkheid voor elkaar. En als degene die de voeten wast en degene van wie de voeten gewassen worden nederig zijn, dan is er geen vuiltje aan de lucht, dan kunnen we dicht bij en met elkaar leven.

En dat is het geheim van onze eenheid: elkaar dienen.

 

 



Geld, wie heeft daar ooit genoeg van?

 

Adam en Eva hoefden niets te betalen voor de lekkere appeltjes, druiven, ananassen of bananen die ze aten, en ook niet voor hun verblijf in het Center Parcs Eden. En Adam hoefde zich ook niet uit de naad te werken om kleren van de laatste mode voor Eva te betalen.

Hadden ze nooit van de verkeerde banaan of zo gegeten, dan hadden we nooit geld gekend.

Als alles liefde en gehoorzaamheid aan God is, dan is geld helemaal niet nodig, dan doe je gewoon alles als vanzelf voor elkaar.
Maar we hebben het allemaal gemerkt, er is wat goed mis gegaan daar in het paradijs.
Niet dat er direct daarna geld was, dat heeft nog heel wat eeuwen geduurd. Er was op een gegeven moment ruilhandel: je deed wat en kreeg er een zak aardappelen voor terug bijvoorbeeld. Maar omdat aardappelen niet zo goed in een portemonnee passen, zijn de munten en later de biljetten uitgevonden.

image119Geld is een goede oplossing om egoïstische mensen samen te laten werken. Je werkt meestal niet om anderen een plezier te doen, maar om de beloning waarmee je jezelf een plezier doet. En dat werkt redelijk goed als we zo om ons heen kijken.

Geld vertegenwoordigt op de eerste plaats onderhoud, maar ook luxe, macht, plezier. Wie heeft daar ooit genoeg van?

De Mammon

Jezus heeft het best wel veel over geld. Hij noemt het de mammon. Mammon is eigenlijk het Aramese woord voor geld, maar Jezus geeft aan dat het ook een soort god is en een gevaarlijke, en dat we moeten kiezen wie we dienen zullen: Jahweh of de mammon.
‘Niemand kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon.’
Dat staat er behoorlijk scherp, je kunt dus niet voor allebei leven, je moet een keus maken.
Want de wortel van alle kwaad is de geldzucht, zegt Paulus.
Als God bij je centraal staat, dan zoek je lief te hebben, te dienen, te helpen. Als geld centraal staat, dan zoek je te hebben, dan draait alles om jezelf en dan kun je zelfs over lijken gaan. Geldzucht is de wortel van heel wat criminaliteit, bij de gauwdief tot aan vele machthebbers.

image327Wat uit de duivel is, is heel makkelijk te herkennen: je wordt erdoor geboeid, raakt eraan verslaafd. Paulus zegt:
Laat uw leven niet beheersen door geldzucht, neem genoegen met wat u hebt. Hij heeft immers zelf gezegd: ‘Nooit zal ik u afvallen, nooit zal ik u verlaten’

Wij hebben niets in deze wereld meegebracht en kunnen er ook niets uit meenemen. Wij hebben voedsel en kleren, laten we daar tevreden mee zijn. Wie rijk wil worden, staat bloot aan verleiding, raakt in een valstrik en valt ten prooi aan dwaze en schadelijke begeerten die een mens in het verderf storten en ten onder doen gaan.
En in psalm 62 staat: …ook al groeien geld en goed, houd je hart ervan vrij

Er is niets mis met werken, het moet zelfs, maar niet uit geldzucht dus.
Je moet die mensen eens zien op de beurzen, een geschreeuw en gespring voor hun god! Je hebt het idee dat er om de kwartier eentje met een hartinfarct afgevoerd moet worden. Hun hele leven hangt van geld af: het is hun zekerheid, prestige, alles. Dus o wee als de koersen zakken! De mammon is een god die helemaal niet goed voor zijn mensen zorgt.

Als iemand aan geld gebonden is, heeft Jezus een goed advies: ‘Ga naar huis, verkoop alles wat u hebt en geef het geld aan de armen, dan zult u een schat in de hemel bezitten; kom dan terug en volg Mij.’ Maar de man aan wie Jezus dat zei werd somber toen hij dit hoorde en ging terneergeslagen weg; hij had namelijk veel bezittingen. Jezus keek de kring rond en zei tegen zijn leerlingen: ‘Wat is het moeilijk voor rijken om het koninkrijk van God binnen te gaan.’

Psalm 23

Ken je deze psalm? Klinkt die voor jou ook zo?

De Mammon is mijn herder, mij ontbreekt af en toe heel wat.
Hij gunt mij geen rust en jaagt mij voortdurend op.
Hij put mij uit en laat mij dingen doen die het daglicht niet verdragen.

Als de economie slechter gaat, zweet ik me een ongeluk en
vind ik geen houvast; zijn stokslagen meppen me beurs.
Regelmatig vreet ik me goed vol voor het oog van de armen,
hij laat me vaak ook bezopen en beneveld zijn.

Maar toch, zorgen en opgefoktheid zullen mij volgen, al de dagen van mijn leven,
en ik weet niet waar ik de eeuwigheid door zal brengen.

Dit is de goede versie:

Jahweh is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets.
Hij laat mij rusten in groene weiden en voert mij naar vredig water,
Hij geeft mij nieuwe kracht en leidt mij langs veilige paden
tot eer van zijn naam.
Al gaat mijn weg door een donker dal, ik vrees geen gevaar,
want U bent bij mij, uw stok en uw staf, zij geven mij moed.

U nodigt mij aan tafel voor het oog van de vijand,
U zalft mijn hoofd met olie, mijn beker vloeit over.
Geluk en genade volgen mij alle dagen van mijn leven,
Ik keer terug in het huis van Jahweh tot in lengte van dagen.

Ik heb heel wat keren ervaren dat God zorgt, het houdt eigenlijk niet op, duizenden voorvallen. Ik heb er een beetje van opgeschreven. Die kun je lezen als je wilt door hier te klikken.

‘Jullie hemelse Vader weet wel dat jullie dat alles nodig hebben. Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden. Maak je dus geen zorgen voor de dag van morgen, want de dag van morgen zorgt wel voor zichzelf.’

Tienden

Een goed medicijn tegen verleiding van geldzucht is het geven van tienden. Dat wil zeggen dat je een tiende deel van alles dat je krijgt aan God geeft: aan de kerk en zendingswerk. Dus dat wil zeggen dat je iedere keer dat je inkomen krijgt eerst aan God denkt.
Moeilijk hè?

De aartsvaders gaven hun tienden al en Mozes maakte er later een wet van:
Van de opbrengst van het land, zowel de gewassen op de akkers als de vruchten aan de bomen, is een tiende als heilige gave voor Jahweh bestemd. … Van runderen, geiten en schapen moet elk tiende dier dat bij de telling de herdersstaf passeert als heilige gave voor Jahweh apart gehouden worden.

God zei eeuwen later door de profeet Maleachi:
‘Stel mij maar eens op de proef – zegt Jahweh van de hemelse machten. Breng alle tienden naar mijn voorraadkamer, zodat er voedsel in mijn tempel is, en zie dan of ik niet de sluizen van de hemel voor jullie open en zegen in overvloed op jullie land laat neerdalen.’
Wij mogen God op dit punt op de proef stellen en het werkt ook! Ik heb het verschillende malen ervaren. Misschien zeg je: dat kan ik niet, ik heb te weinig geld, maar ikzelf heb jaren van een uitkering geleefd en deed het toch en iedere keer merkte ik dat ik ervoor beloond werd; ik ben nooit tekort gekomen, integendeel.
Het is geen wet voor je, maar wel een heerlijk en gezond avontuur. Jezus zelf heeft het één keer over de tienden:
‘Maar wee jullie Farizeeën, want jullie geven tienden van munt, wijnruit en andere kruiden, maar gaan voorbij aan de gerechtigheid en de liefde tot God; je zou het een moeten doen zonder het andere te laten.’

Er zijn kerken die je dat graag als wet opleggen, daar worden ze zelf natuurlijk ook beter van, maar laat je niet manipuleren. Het is geen wet, je moet het uit liefde doen, uit gehoorzaamheid aan God en niet aan mensen. De heilige Geest zal je hart op dit punt bewerken en je zult er plezier aan beleven.

God beproeft

Jezus zegt:
‘De kinderen van deze wereld gaan slimmer met elkaar om dan de kinderen van het licht. Ook ik zeg jullie: maak vrienden met behulp van de valse mammon, opdat jullie in de eeuwige tenten worden opgenomen wanneer de mammon er niet meer is. Wie betrouwbaar is in het geringste, is ook betrouwbaar als het om veel gaat, en wie oneerlijk is in het geringste is ook oneerlijk als het om veel gaat. Als jullie onbetrouwbaar blijken in de omgang met de valse mammon, wie zal jullie dan werkelijk belangrijke dingen toevertrouwen?’
Hier staat eigenlijk: doe goeie dingen met geld, help anderen, die zullen dan later voor je pleiten. En verder staat er dat God kijkt hoe we met geld omgaan. Beheert iemand dat goed, dan kan hem ook geestelijke zaken toevertrouwd worden. God gaat bijvoorbeeld niet iemand als leider aanstellen als hij gokt, schulden maakt, rekeningen niet betaalt, enz.
Met geld wordt je gezonde verstand, zelfbeheersing, trouw en zo op de proef gesteld.

De grote beproeving

image363In het boek Openbaringen wordt gesproken over het getal 666, misschien heb je er al van gehoord. Er staat een verhaal over een beest dat aanbeden moet worden. En hier zie je het moment dat iedereen uiteindelijk moet gaan kiezen wie zijn God is: Jahweh of de mammon.

Het kreeg de macht om dat beeld leven in te blazen, zodat het beeld van het beest ook kon spreken en ervoor kon zorgen dat iedereen die het beeld niet aanbad, gedood zou worden. Verder liet het bij alle mensen, jong en oud, rijk en arm, slaaf en vrije, een merkteken zetten op hun rechterhand of op hun voorhoofd. Alleen mensen met dat teken – dat wil zeggen de naam van het beest of het getal van die naam – konden iets kopen of verkopen. Hier komt het aan op wijsheid. Laat ieder die inzicht heeft het getal van het beest ontcijferen; er wordt een mens mee aangeduid. Het getal is 666.

image136Dit gedeelte wordt in deze tijd steeds duidelijker uitgelegd. Er is sprake van een chip die men onder de huid aan wil brengen, zodat iedereen een persoonsnummer krijgt waarmee hij zich kan identificeren, waarmee hij kan betalen, enz. Papieren paspoorten, rijbewijzen, geld, enz. zullen niet meer nodig zijn en kunnen dus ook niet meer gestolen worden. Een perfect systeem. Iedereen die dat niet aanneemt kan praktisch niet meer deelnemen aan het openbare leven en wordt als verrader gezien.

Maar Gods woord waarschuwt heel ernstig:

‘Als iemand het beest en zijn beeld aanbidt en het merkteken op zijn voorhoofd of zijn hand krijgt, zal hij de wijn van Gods woede moeten drinken, die onverdund in de beker van zijn toorn is geschonken. Hij zal in vuur en zwavel worden gepijnigd, onder de ogen van de heilige engelen en van het lam. De rook van die pijniging zal opstijgen tot in eeuwigheid. Wie het beest en zijn beeld aanbidden, of wie het merkteken van zijn naam draagt, ze krijgen geen rust, overdag niet en ‘s nachts niet.’ Hier komt het aan op de standvastigheid van de heiligen, die zich houden aan Gods geboden en aan de trouw van Jezus.

image131Over diegenen die wel goed kiezen, staat er:

Ook zag ik tronen, en aan hen die erop zaten werd recht gedaan. Het zijn de zielen van hen die onthoofd waren omdat ze van Jezus hadden getuigd en over God hadden gesproken; zij hadden het beest en zijn beeld niet aanbeden en ook zijn merkteken niet op hun voorhoofd of hun hand gekregen. Zij waren tot leven gekomen en heersten duizend jaar lang samen met de Messias.

De mammon blijkt dus de grootste afgod te zijn die er bestaat en dat zie je tegenwoordig ook: zijn macht wordt steeds groter, alles draait steeds meer om geld.

De eerste discipelen van Jezus hadden alles achtergelaten om Hem te volgen, hun bedrijfjes, financiële zekerheid, maar ook familie. Petrus zegt dat op een gegeven moment ook: ‘Maar wij hebben alles achtergelaten om u te volgen!’ waarop Jezus antwoordt: Ik verzeker jullie: iedereen die broers of zusters, moeder, vader of kinderen, huis of akkers heeft achtergelaten omwille van mij en het evangelie, zal het honderdvoudige ontvangen: in deze tijd broers en zusters, moeders en kinderen, huizen en akkers, al zal dat gepaard gaan met vervolging, en in de tijd die komt het eeuwige leven.’

Dus, de goede keuze maken is toch niet zo moeilijk?

 

 


Seks en huwelijk

We gaan het onderwerp seksualiteit en huwelijk wat uitdiepen, want er heerst over dat onderwerp steeds meer verwarring, zelfs onder christenen. En dan is het goed te weten wat Gods Woord hierover zegt.

 

In Efeziërs 5:31-33 staat:

‘Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zal samengevoegd worden met zijn vrouw, en die twee zullen één vlees zijn.’
Dit mysterie is groot – en ik betrek het op Christus en de kerk.

Paulus betrekt dus het huwelijk op Christus en de kerk. Het huwelijk is dus een mini-afspiegeling van de relatie van Jezus met ons samen.
We zien dat Jezus de eerste stap gezet heeft, Hij heeft zijn liefde aan ons verklaard, Hij neemt de initiatieven, het voortouw, zoals een echte man. Jezus vraagt ons volledig vertrouwen en onze volledige gehoorzaamheid, maar tegelijk geeft Hij zijn gehele hart en al zijn liefde. En wij laten ons hart min of meer, beetje bij beetje, veroveren. Op een gegeven moment nemen we het volle besluit Hem helemaal te volgen, en als teken daarvan laten we ons dopen.
En dan begint als het ware de verlovingstijd. God heeft met ons een verbond gesloten. We zijn nu van Hem.

In Bijbelse tijden was ondertrouw ook bijna hetzelfde als het huwelijk, denk maar aan Jozef en Maria. Maria was, toen ze bezoek van de engel, kreeg in principe al als vrouw aan Jozef gegeven.

Jozef ontdekte op een bepaald moment dat Maria zwanger was terwijl ze met Hem verloofd was, en daarbij dacht hij natuurlijk direct aan wat in Deut. 22:23 staat:
Als iemand in de stad een meisje ontmoet dat ondertrouwd is, en gemeenschap met haar heeft, dan moet u hen allebei mee de stad uit nemen en hen stenigen tot de dood erop volgt.
En waarschijnlijk had Jozef in zo’n geval de eerste steen moeten gooien, maar dat wilde hij niet, want hij hield gewoon te veel van Maria, daarom wilde hij in stilte van haar scheiden. Maar gelukkig kwam er een engel tussenbeide om Jozef alles uit te leggen.

Bij overspel binnen het huwelijk volgde automatisch de doodstraf.
Nu wordt die straf niet meer gegeven, maar je haalt bij zulk een zonde vanzelf een stuk dood je relatie en eigen ziel binnen.
Trouwens, pornografie kijken is ook een vorm van overspel als je een vrouw hebt, want Jezus zegt:
Iedereen die naar een vrouw kijkt en haar begeert, heeft in zijn hart al overspel met haar gepleegd.
En dat geldt voor vrouwen net zo goed.

Maria was nog maagd, want in de verlovingstijd, die een jaar duurde, was er nog geen sprake van seks. Wachten is een goede oefening in zelfbeheersing, daar kun je in het verdere huwelijk profijt van trekken.

In Hooglied staat 3 keer:
Meisjes van Jeruzalem, ik bezweer je bij de gazellen, bij de hinden op het veld: wek de liefde niet, laat haar niet ontwaken voordat zij het wil.
Dus niet voordat het moment rijp is.

En dat is in onze tijd moeilijk, dat wachten, want bijna niemand vindt dat wachten nog normaal. En op seksueel gebied is er ook niet zo veel ingetogenheid. Er zijn veel prikkels, en vooral als je tv kijkt en op internet rondneust. Omdat ik er gevoelig voor ben, heb ik soms een paar jaar lang geen tv in huis gehad, en nu kijk ik ook nooit, maar dan eerder omdat ik het zonde van de tijd vind.

Er is momenteel een hele discussie over mannen die vrouwen lastig vallen en soms wordt er ook gezegd: vrouwen kleed je wat minder uitdagend aan. En dan protesteren vrouwen meestal hevig, zo van: ik trek aan wat ik wil en mannen moeten gewoon van me afblijven.
Mannen mogen natuurlijk nooit wat met een vrouw doen dat tegen haar wil in gaat.
Maar aan de andere kant hebben die vrouwen geen verstand van biologie. Je daagt lichamelijk uit en je bent beledigd als er een reactie komt.
Mannen zijn namelijk heel erg gevoelig voor wat ze zien, dat schijnen veel vrouwen helemaal niet meer te snappen.
Als een vrouw weinig aan heeft, dan begrijpt de man dat zo alsof ze een signaal afgeeft van: ik wil seks. Maar meestal willen die vrouwen dan vooral aandacht….

Het probleem is ook dat als een man seksueel zo erg aangetrokken wordt tot een vrouw, hij niet meer weet of dat hij haar liefheeft of dat het begeerte is. En hij heeft tijd nodig om daar achter te komen. Dat zie je bijvoorbeeld in het verhaal van Ammon, de zoon van David, die verliefd werd op zijn halfzus Tamar, zo erg zelfs dat hij er ziek van werd. Toen hij de gelegenheid kreeg pakte hij haar en daarna lezen we in 2 Sam. 13:15
Daarna kreeg Amnon een zeer grote afkeer van haar; ja, de afkeer die hij tegen haar kreeg, was groter dan de liefde waarmee hij haar had liefgehad.
Dat was dus geen echte liefde geweest, maar dat had hij daarvoor niet beseft.

Dit is een leuk liedje over dat onderwerp:

In 1 Kor. 7:2 staat:
Maar om ontucht te vermijden moet iedere man zijn eigen vrouw hebben en iedere vrouw haar eigen man.

Er wordt vaker gezegd, ook door christenen, dat samenwonen hetzelfde is als een huwelijk, maar door de hele Bijbel heen zie je dat het samenkomen van een man en een vrouw steeds samengaat met het openbaar sluiten van een verbond.
En daar kwam ook veel eten en drinken bij kijken, een feest dat wel een week duurde en waar veel mensen voor uitgenodigd werden. Want een huwelijk, dat gaat de hele gemeenschap aan.
Dat zie je bij het huwelijk van Jakob bijvoorbeeld. Jakob had zeven jaar verkering met Rachel gehad voordat hij haar tijdens het huwelijksfeest lichamelijk tot vrouw nam.
Bij het verhaal van Boaz en Ruth zie je dat het huwelijk bij de poort van de stad geregeld werd met de oudsten van de stad en in Ruth 4:13 staat:
Daarna nam Boaz Ruth bij zich, zij werd zijn vrouw, en hij kwam tot haar.

Dat zie je steeds terugkomen in de Bijbel: eerst het huwelijk regelen met de familie of oudsten en daarna lichamelijke eenwording, want huwelijk en seks horen bij elkaar.

En zo’n relatie is niet vrijblijvend. Het is voor het hele leven, het is een verbond van trouw. En dat is belangrijk. Overstappen van de een op de ander laat grote wonden in de ziel achter, en zeker ook bij de kinderen die hun eigen vader en moeder om zich heen hard nodig hebben, maar ook hun eenheid.

Het huwelijk is dus bedoeld voor het hele leven en er mag niet mee geknoeid worden.
In Hebreeën 13:4 staat: Houd het huwelijk in ere, in alle omstandigheden, en houd het echtelijk bed zuiver, want overspeligen en echtbrekers zal God veroordelen.
En Jezus zei: Wie zijn vrouw wegzendt om een andere reden dan hoererij en een andere trouwt, pleegt echtbreuk  (Mat. 19:9).
Dus om een andere reden dan dat je partner ontrouw is, mag je in principe niet uit het huwelijk stappen, zoals Jezus dat hier zegt.

Er wordt misschien niets zo sterk aangevallen en vervuild als huwelijk en seks.
Het is in wezen zoiets moois: het bindt mensen aan elkaar, het brengt nieuw leven voort en het is een beeld van Jezus’ relatie met ons, en alles wat mooi is wil de satan kapot maken.
Daarom is het in een huwelijk heel belangrijk om de satan goed in de gaten te houden, want die wil graag stoken in een relatie.
Je hoort vaker vertellen door mensen die zich van de satanskerk bekeerd hebben, dat het belangrijkste doel daar is het huwelijk van christenen te vernietigen door middel van ‘gebeden’ en vervloekingen.

Maar onze strijd is ook tegen lust.
Je mag volop genieten, maar niet de liefde prikkelen voordat het haar behaagt, niet het genot voorop stellen ten koste van de liefde. En de liefde houdt in dat je met seks wacht totdat je getrouwd bent en daarna de driften onder controle blijft houden.

Maar tegelijkertijd zegt Paulus ook:
Een vrouw heeft niet zelf de zeggenschap over haar lichaam, maar haar man; en ook een man heeft niet zelf de zeggenschap over zijn lichaam, maar zijn vrouw. Weiger elkaar de gemeenschap niet, of het moest zijn dat u er wederzijds mee instemt u enige tijd aan het gebed te wijden. Kom daarna echter weer samen; anders zal de satan uw gebrek aan zelfbeheersing gebruiken om u te verleiden (1 Kor. 7:4-5).

Leuk trouwens wat daar staat: Weiger elkaar de gemeenschap niet, of het moest zijn dat u er wederzijds mee instemt u enige tijd aan het gebed te wijden. Kom daarna weer samen…. Daar wordt vast geen gebedje van 5 minuten mee bedoeld. Schijnbaar baden ze toen meer dan wij.

 

Er valt over dit onderwerp natuurlijk nog een boel te zeggen.

Opvallend vind ik trouwens dat er in de wetten van Mozes geen straffen staan op prostitutie, vreemd genoeg.

Twee eeuw geleden werd er nog gedacht dat zelfbevrediging zo’n beetje de ergste zonde was die er bestond, maar in feite staat daar niets over in de Bijbel. En dat verhaal over Onan (waar het woord onaneren vandaan komt) ging over het feit dat hij zijn broer geen nageslacht wilde geven, dat was zijn zonde.

Toen we eens Bijbeltjes bij een school uitdeelden, kwamen er twee jongens naar mij toe en vroegen mij of zelfbevrediging mag van de Bijbel. Ik antwoordde: Dat ligt eraan, wat fantaseer je erbij als je dat doet? En toen liepen ze stilletjes weg….

We moeten niet in lust verdwalen, want verslaving van seks ligt op de loer en die kan net zo erg worden als verslaving aan drugs en kan net zoveel kapot maken.

 

Een ander onderwerp is homofilie.
Veel christenen hebben tegenwoordig moeite om hier duidelijk in te zijn, waarschijnlijk vooral uit angst voor vervolging denk ik. Maar ook misschien om niemand te willen kwetsen.

In het oude testament staat: Wie met een man het bed deelt als met een vrouw, begaat een gruweldaad. Beiden moeten ter dood gebracht worden.
En in het nieuwe testament, in Romeinen 1:25-27, staat dat homofilie Gods oordeel is over afgoderij: Daarom heeft God hen in hun lage begeerten uitgeleverd aan zedeloosheid, waarmee ze hun lichaam onteren.
En het is eigenlijk o zo logisch dat het niet goed is: lichamelijk past het niet en het brengt niets voort. En het is trouwens meestal een wereldje van orgieën en zo.

Eigenlijk staat het hele verhaal over huwelijk en lichamelijke eenwording heel simpel in Genesis. Adam zei:
Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en zij zullen tot een vlees zijn.
Simpeler kan het niet gezegd worden.

Dus:
– je maakt je los van het gezag en de zorg van je ouders
– je gaat een verbond met je vrouw aan
– en dan wordt je lichamelijk één
In die volgorde.

Je wordt niet één met een van je vrouwen in je leven, ook niet met een man, maar met jouw ‘ware’ voor altijd, tot de dood scheidt.

 

Er staat nog een heleboel over dit onderwerp in de Bijbel, omdat het belangrijk is. En het houdt velen van ons ook heel erg bezig. Het grootste geluk en de grootste ellende hangen hiermee samen. En bijna alle liedjes in de wereld gaan hierover.
Maar het echte geluk hangt hier niet van af. Paulus zegt zelfs dat het beter is alleen te blijven, als je dat kunt. Het echte geluk hangt af van onze relatie met God. En een relatie beginnen met een man of vrouw kan die relatie bedreigen, daarom moeten we altijd strijden om God op de eerste plaats te houden en rustig aan te doen.

En als iemand verstrikt is in zonden op dit gebied, dan is het goed om daar met iemand die je vertrouwt over te praten. Als je het aan iemand vertelt die je kunt vertrouwen en gebed vraagt, dan is de halve strijd al gestreden, dan is de angel eruit.

Wat openbaar wordt, wordt licht, zegt de Bijbel en
Beken elkaar uw zonden en bid voor elkaar, dan zult u genezen (Jacobus 5:16) 

Wie Christus Jezus toebehoort, heeft zijn eigen natuur met alle hartstocht en begeerte aan het kruis geslagen (Galaten 5:24).
In feite heb je de keuze al gemaakt toen je besloot Jezus te volgen.

En Jezus heeft al het kwade aan het kruis overwonnen, dus we hoeven nergens aan vast te blijven zitten. We kunnen het loslaten en dan zal het ons loslaten.

God weet wat we nodig hebben en Hij houdt van ons, daar mogen we op vertrouwen. Hij is de Goede Herder en niets ontbreekt ons en het zal ons aan niets ontbreken.



Een beetje kerkgeschiedenis

 

Richteren 13:1-5a
Weer deden de Israëlieten wat slecht is in de ogen van Jahweh. Daarom leverde Hij hen veertig jaar lang over aan de Filistijnen.
In die tijd leefde er in de omgeving van Sora een zekere Manoach, die tot de stam Dan behoorde. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had nooit kinderen gekregen.
Op een dag verscheen bij haar een engel van Jahweh. ‘Tot nu toe was u onvruchtbaar en hebt u geen kinderen gekregen’, zei Hij. ‘Maar nu zult u zwanger worden en een zoon baren.

Het gebeurde vaker dat wanneer er hele belangrijke personen geboren moeten worden, de moeder eerst onvruchtbaar bleek, of dat er zich andere hevige problemen voordeden. Dat zien we voor de geboorte van Isaäk en Jakob waaruit het Joodse volk zou ontstaan. Of bij Mozes die het volk moest bevrijden uit Egypte en met de Thora en de tabernakel zou komen. Of bij Samuël die de koning naar Gods hart zou zalven waaruit de Messias zou voortkomen, of bij Johannes de Doper die Jezus aan zou kondigen. En natuurlijk ook bij de geboorte van Jezus.
En soms kwam er ook nog een engel op bezoek om de geboorte aan te kondigen, zoals bij Abraham, Hanna, Maria en Zacharia. Maar in dit verhaal kwam er zelfs tweemaal een engel op bezoek en de (toekomstige) vader riep aan het einde uit:
‘We hebben God gezien. Dat wordt onze dood!’

Dus zal het hier wel om een heel belangrijke persoon gaan, wie weet wie dat was?

Simson…!

Maar was hij zó belangrijk? Als je zijn leven bekijkt, dan heeft hij alleen maar achter de meisjes aan gelopen en alleen maar aan zichzelf gedacht. Je ziet niet echt dat hij gedreven werd door liefde voor God of voor zijn volk. Hij dacht steeds aan zijn eigen belang. En toch heeft God hem machtig gebruikt.

Simson zijn kracht zat in zijn haren, die mocht hij nooit afknippen. Maar dat gebeurde dus toch, doordat hij zich door het hoertje Delila had laten verleiden zijn geheim prijs te geven. Terwijl hij op haar schoot in slaap was gevallen, knipte zij zijn zeven haarvlechten af en het was gebeurd.  De Filistijnen namen hem gevangen, staken zijn ogen uit en lieten hem als een ezel meel malen.

Zijn ogen waren steeds zijn probleem geweest – en nu kon hij niet meer naar mooie meisjes knipogen.

Als ik aan Simson denk, dan denk ik aan de kerk als geheel en aan onszelf: het begin is vaak goed, maar daarna zakken we weg, geven we meer toe aan verleidingen.
En zo ook de kerk.
Pinksteren en de tijd daarna was fantastisch: vol van geest en vuur en gemeenschapszin.
Maar door de brieven van de apostelen in de Bijbel zien we al dat er al snel allerlei dingen aardig misgingen. Direct al kwamen er dwaalleren, conflicten en drong wereldsgezindheid de kerk binnen.

De kerk raakte ook snel steeds meer gericht op uiterlijke dingen zoals rituelen, vormen, liturgieën, het priesterambt, sacramenten, heiligenverering en een heleboel extra regeltjes en wetten.
En dat kun je bij jezelf ook zien als je langer christen bent: je wordt godsdienstiger, meer op uiterlijke gehoorzaamheid gericht, richt je op allerlei activiteiten in plaats van lekker verliefd op Jezus te zijn en je door de Geest te laten leiden.

In 325 na Christus werd door invloed van de keizer Constantijn de Grote de kerk door de wereld opgenomen en kwam daardoor de wereld steeds meer in de kerk. Het was al aardig hiërarchisch geworden en nu ontwikkelde zij zich tot een wereldse macht met land en soldaten en bemoeide zij zich actief en enthousiast met de politiek.
Geestelijk was de kerk in hoererij gevallen met de wereld.
Simsons zeven haarvlechten waren door de hoer afgesneden en Gods Geest had hem verlaten.
De kerk was ook een groot deel van haar zalving kwijtgeraakt, haar (gezegende) wilde haren.

Maar gelukkig zijn er in die lange eeuwen wel mensen geweest binnen in die kerk die de fakkel van het ware Evangelie hebben doorgegeven.
En vanaf het begin heeft de kerk maatschappelijk gelukkig toch ook veel goeds gebracht: scholen, ziekenhuizen, armenzorg (en kunst en bier).
Er waren gelukkig op haar hoofd wat sprietjes blijven staan.

God is ontzettend trouw. We weten allemaal hoe vaak het Israëlisch volk ontrouw was aan Hem, en toch zei Hij in Jes. 54 vers 10:
Al zouden de bergen wijken en de heuvels wankelen, mijn liefde zal nooit meer van jou wijken en mijn vredesverbond is onwankelbaar.
En dat zegt God, zoals Hijzelf zei, tegen een weerspannig volk dat de oren dicht had zitten. Zo trouw als Hij aan Israël is, zo trouw is Hij ook aan de kerk.

 

Langzaam herstel

Vanaf de 11e eeuw begon men zich langzaam weer te richten naar het ‘gewone’ oorspronkelijke Evangelie.
Maar zijn afgeschoren haar begon meteen weer aan te groeien, werd er over Simson gezegd nadat hij gevangengenomen was.
En langzaam begonnen de haren van de kerk in deze tijd ook weer te groeien.

Franciscus van Assisi (12e eeuw) gaf een helder licht af:
– een sterke liefde voor Jezus
– weg van rijkdom en macht en terug naar soberheid
– zorg voor armen en het prediken van het Evangelie langs wegen en paden.
En hij had de paus flink op de neus getikt vanwege zijn orgieën en zo.

Vanaf de 13e eeuw kwam de orgel in de kerk – maar er was lang veel weerstand. En dat is logisch, want de satan wil geen uitbundige en vrolijke lofprijs zoals we dat vinden in psalm 150, de climax van alle psalmen:
Loof Hem met hoorngeschal, loof Hem met harp en lier,
loof Hem met dans en tamboerijn, loof Hem met snaren en fluit.
Loof Hem met klinkende bekkens, loof Hem met slaande cimbalen.
Alles wat adem heeft, loof Jahweh. Halleluja!

De satan wil dit allemaal verstikken: geen muziek, geen vreugde, geen dans in de kerk. En als hij het niet kan tegenhouden, dan probeert hij dat vleselijk te maken.

In de 14e eeuw kwam een nieuw krachtig lichtpunt: John Wycliffe uit Engeland.
Hij sprak zich uit tegen de priesterkaste, dus voor een persoonlijke geloof, een rechtstreekse relatie met God.
Hij stelde de Bijbel (en dus niet alle tradities) centraal en vertaalde die naar het Engels.
Hij was tegen religieuze orden en het monnikenleven, tegen de positie van de paus en de aflaatpraktijken, tegen de aanbidding van heiligen, tegen sacramenten (en de transsubstantie) en tegen het hebben van grondbezit door de kerk.

Dat waren hele belangrijke punten.

Johannes Hus neemt in Tsjechië zijn fakkel over, en hij wordt de voorloper van de reformatie genoemd. Hij eindigde op de brandstapel.

In de 16e eeuw begon dan de grote reformatie (mogelijk dankzij de boekdrukkunst).
Luther, Zwingli, John Knox, Calvijn, verkondigden hun stellingen.
Ze kwamen er achter dat de mens niet werd gered door goede werken, maar door genade en geloof en benadrukten sterk de Bijbel als richtlijn voor het geloof.

In diezelfde tijd ontstond ook de beweging van de Dopers. Zij zeiden dat de mens als volwassene gedoopt moest worden, na de wedergeboorte.
En zij waren voor scheiding van kerk en staat. Mede daardoor zijn ze hevig vervolgd geweest.
Ze waren voor soberheid, pacifisme, en voor het letterlijk interpreteren van de Bijbel (uiteraard met de geestelijke boodschap die erbij hoort).

In Engeland ontstond uit de Anglicaanse kerk het Puritanisme dat meer nadruk legde op een persoonlijke beleving van het christelijk geloof en een strenge levenswandel, hieruit zijn weer de baptisten ontstaan – de grootste protestantse denominatie in Amerika.

En uit de Anglicaanse kerk ontstond ook het Methodisme, dat snel naar Amerika oversprong en die had legde ook weer de nadruk op de Bijbel als norm, op persoonlijke beleving, streven naar volmaaktheid en sociale bewogenheid (het Leger des Heils – Soup Soap Salvation – kwam hieruit voort).

De haren van de kerk bleven maar aangroeien…..

In de 18e eeuw ontstond een evangelische beweging, die een grote invloed kreeg.
Die legde ook de nadruk op een persoonlijk geloof, op evangelisatie, ook weer op gezag en onfeilbaarheid van de Schrift, op werken van geloof. Er ontstonden vele denominaties, maar ook een beweging die de nadruk legde op eenheid van de universele kerk: de gemeente Gods.

In de 19e eeuw kwam een wereldwijde zending op gang.

Begin 20e eeuw ontstaat de pinksterbeweging (uit de methodistenkerk en heiligingsbeweging).
De nadruk wordt gelegd op de doop in de heilige Geest en het gebruik van de Geestesgaven. Deze beweging verspreidt zich nu over veel kerken.
Tekenend voor deze beweging is een sterk gebedsleven, veel evangelisatie, wonderen doen en veel lofprijs en muziek.
Binnen deze beweging kom je ook veel wilde haren tegen. Maar beter wilde haren dan geen haren, toch? Misschien af en toe een reformatorische kapper langs sturen om een beetje model eraan te geven.

Zo zie je ‘Simson’ langzaam behoorlijk in kracht toenemen. Hij wordt klaargemaakt voor de grote eindstrijd.

In alles wat God doet hebben we de keuze om met het werk van de heilige Geest in de wereldwijde gemeente mee te gaan of niet. We hebben de keus om wakker te worden of in te slapen en bij het oude te blijven.

De wereldwijde kerk groeit, keert terug naar haar wortels, keert terug naar haar eerste liefde en haar eerste opdracht.
Gods Geest beweegt en kerken die niet mee vooruit gaan, sterven op den duur af.

Iedere stap brengt nieuwe denominaties met zich mee, omdat de oude die nieuwe openbaringen niet opnemen. Maar vaak blijven die nieuwe denominaties zelf weer steken in hun eigen openbaring en gaan niet mee met de volgende stap.

Het komische is trouwens dat alle nieuwe openbaringen gewoon oude waarheden uit de Bijbel zijn.

Een andere opvallende gebeurtenis van deze tijd is de terugkeer van de Joden naar Israël. Daardoor hebben de meeste kerken begrepen dat God nog niet klaar is met dit volk, en er staat trouwens nergens in de Bijbel dat Hij met ze klaar zou zijn.

In Deuteronomium voorspelde Mozes de kleine ballingschap naar Babylon en de grote ballingschap over de hele wereld, in hoofdstuk 28, vers 64-65:
U zult worden weggerukt uit het land dat u in bezit zult nemen, want Jahweh zal u uiteenjagen en onder alle volken verstrooien, tot in de verste uithoeken van de aarde.
Maar onder andere staat in Jesaja 43:5-6:
Ik haal je nakomelingen uit het oosten terug, uit het westen breng Ik jullie bijeen. Tegen het noorden zeg ik: Geef hier! Het zuiden gebied Ik: Laat los! Breng Mijn zonen terug van verre, mijn dochters van de einden der aarde, allen over wie Mijn naam is uitgeroepen, en die ik omwille van mijn majesteit geschapen heb, gemaakt en gevormd.
En dat gebeurt dus nu.

In Romeinen 11:15 staat, wat betreft hun geestelijke toestand:
Want, indien hun verwerping de verzoening der wereld is, wat zal hun aanneming anders wezen dan leven uit de doden?
Dus de bekering van het Joodse volk zal voor de kerk zijn als een opstanding uit de doden, dan zal de kerk een enorme sprong voorwaarts maken.

Maar er zal ook nog een periode komen dat er een enorme vervolging zal opkomen, van zowel de Joden als de christenen, en dan zal het erop lijken dat de antichrist gewonnen heeft.

En nu weer terug naar Simson die zich in een soortgelijke situatie bevond in Gaza.
Richteren 16:22-31
‘Onze god heeft onze vijand Simson aan ons uitgeleverd’, verklaarden de Filistijnse vorsten, en daarom hielden ze een groot offerfeest ter ere van hun god Dagon.
Bij het zien van Simson juichte het volk: ‘Geloofd zij onze god, want hij levert aan ons uit onze vijand, die ons land verwoestte, onze vijand, die zovelen van ons doodde.’ Ze waren in een steeds vrolijker stemming geraakt, en ten slotte had iemand voorgesteld: ‘Laten we Simson erbij halen, dan kunnen we lachen.’
Simson werd uit de gevangenis gehaald en moest om de feestgangers te vermaken tussen de zuilen van de tempel gaan staan. Hij vroeg aan de jongen die hem geleidde: ‘Zet me zo neer dat ik de zuilen kan aanraken waarop de tempel rust, dan kan ik daartegen steunen.’
De tempel was vol mensen, onder wie de Filistijnse stadsvorsten, en er waren ook nog zo’n drieduizend mannen en vrouwen op het dak geklommen om naar Simson te kijken en hem uit te jouwen. Maar Simson riep Jahweh om hulp en bad: ‘Jahweh, mijn God, denk toch aan mij! Geef me alstublieft nog eenmaal genoeg kracht, zodat ik me voor minstens één van mijn beide ogen op de Filistijnen kan wreken.’ Voorzichtig betastte hij de twee middelste steunpilaren van de tempel, zette zich met beide handen schrap en riep uit: ‘Mijn dood zal de dood zijn van de Filistijnen!’ Toen duwde hij uit alle macht. De tempel stortte in en alle aanwezigen, ook de stadsvorsten, werden bedolven. Zo maakte Simson bij zijn dood meer slachtoffers dan tijdens zijn hele leven.

En zo heeft ook Jezus bij zijn sterven de grootste slag geslagen.
En zo zal de kerk, die glorieus was begonnen, in de eindtijd ook krachtig eindigen.
Steeds meer zullen we gedwongen gaan worden om óf radicaal achter Jezus aan te gaan óf voor de wereld te kiezen, tussenwegen zullen er steeds minder zijn.
Het kan ons leven gaan kosten. Alle apostelen en vele getuigen zijn gedood. Het Griekse woord voor getuige is hetzelfde woord als voor martelaar.

Matteüs 10:39
Wie zijn leven probeert te behouden zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van Mij, die zal het behouden.

De wereld zal ons uitspuwen, maar God zal ons in zijn glorie opnemen.



Buitenaardse wezens

Er zijn mensen die rekening houden met een invasie van buitenaardse wezens. Veel sprookjes en fantasieën hebben een kern van waarheid en dit verhaal van aliens heeft een hele grote kern van waarheid. Ze zijn van buiten deze aarde gekomen en belagen ons en er gaat volgen Openbaring nog een invasie komen.

Laten we beginnen met de opperbevelhebber van die aliens te bekijken. Hem komen we al snel tegen in de geschiedenis, in een boom namelijk, in de hof van Eden.
Hij wordt in de Bijbel genoemd: slang, satan, duivel, draak en oorspronkelijk morgenster (Lucifer).

Het woord “satan” in de semitische talen komt van een werkwoord dat betekent: bestrijden / verleiden / beschuldigen / verhinderen. En het woord “duivel” (diabolos) betekent: aanklager / lasteraar / iemand die door elkaar haalt.
Die namen zeggen dus al een heleboel.

De duivel doet bij veel mensen net alsof hij niet bestaat zodat hij rustig zijn gang kan gaan, dat zien we vandaag in de kerken ook veel.
Of hij slurpt alle aandacht op en bindt zo mensen aan zich.
Wij moeten dus de balans vinden.
Aandacht verdient hij niet, maar hij moet wel ontmaskerd worden.

Wees waakzaam, wees op uw hoede, want uw vijand, de duivel, zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi, staat in 1 Petrus 8.

Wij zullen niet direct met hemzelf te maken krijgen, maar wel met zijn voetvolk, de demonen, die onder zijn gezag staan. Die bemoeien zich rechtstreeks met ons persoonlijk leventje om ons te klieren en natuurlijk uiteindelijk om ons los van God te maken.

We hoeven ons niet te veel in hun te verdiepen, maar het is wel handig te weten waar hun kladden zitten om ze bij de kladden te kunnen pakken.
Ze zijn vaak heel sluw, maar er zijn ook wat vaste patronen in hun tactieken te ontdekken.

 

Hof van Eden

Laten we om te beginnen even naar de hof van Eden gaan.
God hield Adam het volgende voor: ‘Van alle bomen in de tuin mag je eten, maar niet van de boom van de kennis van goed en kwaad; wanneer je daarvan eet, zul je onherroepelijk sterven.’ (Genesis 2:16-17)
Van alle in het wild levende dieren die Jahweh God gemaakt had, was de slang het sluwst. Dit dier vroeg aan de vrouw: ‘Is het waar dat God gezegd heeft dat jullie van geen enkele boom in de tuin mogen eten?’
‘We mogen de vruchten van alle bomen eten’, antwoordde de vrouw, ‘behalve die van de boom in het midden van de tuin. God heeft ons verboden van de vruchten van die boom te eten of ze zelfs maar aan te raken; doen we dat toch, dan zullen we sterven.’ ‘Jullie zullen helemaal niet sterven’, zei de slang. ‘Integendeel, God weet dat jullie de ogen zullen opengaan zodra je daarvan eet, dat jullie dan als God zullen zijn en kennis zullen hebben van goed en kwaad.’
(Genesis 3:1-5)

Eerst geeft de slang het gevoel: Jullie mogen niks, God houdt eigenlijk niet echt van jullie, God gunt jullie niets, wil niet dat jullie voluit genieten, en wil niet dat jullie alles weten en worden zoals Hem. Dan laat de slang haar twijfelen aan Gods woord.

En hier is haar eerste grote zonde, niet ongehoorzaamheid, maar twijfel aan Gods woord. Dat zegt Jezus ook in het evangelie van Johannes:
Wanneer de heilige Geest komt zal Hij de wereld duidelijk maken wat zonde, gerechtigheid en oordeel is: zonde omdat ze in Mij [Gods Woord] niet geloven (Joh. 16:8-9).
Dit staat dus centraal bij de satan: ons laten twijfelen aan Gods woord, aan Jezus.

De slang zei: ‘Is het waar dat God gezegd heeft dat jullie van geen enkele boom in de tuin mogen eten?’
Dat is wat de satan zelf het liefste wil: onze vrijheid beroven, en dat doet ie dan door met een vroom gezicht een kerk er allerlei regels en verboden bij te laten verzinnen.
Eva had geantwoord: God heeft ons verboden van de vruchten van die boom te eten of ze zelfs maar aan te raken.
Er staat nergens dat God dat geboden had, misschien had Adam dat erbij verzonnen. Hier zie je bij de mens ook de neiging om meer er meer regels dan nodig op na te houden.

We zien Jezus in de Bijbel behoorlijk fel reageren op farizeeërs en wetgeleerden die de mensen allerlei geboden wilden opleggen. Zo kwaad werd Hij nooit tegen prostituees of tollenaars. En Paulus was ook het felste als mensen bij anderen de vrijheid in Christus wilde roven.

Het feit trouwens dat de slang de mens kon verleiden komt doordat hij inhaakte op verlangens die al in de mens gelegd waren, zoals alles te willen weten en als God te zijn. Dat had God in ze gelegd omdat Hij nog een heleboel met ze van plan was.
Maar de satan wijst de kortste, de makkelijkste weg, en om God heen dus. Hij wil ons losmaken van God en ons onze eigen weg laten kiezen.
(Typisch is trouwens dat Eva niet besloot het er eerst met Adam over te hebben – de verleiding was waarschijnlijk te hevig).

 

Jezus in de woestijn

Nu gaan we vierduizend jaar verder en komen aan bij het verhaal van de satan die Jezus in de woestijn probeert te pakken te krijgen. Daar zien we ook dat hij met de verleiding komt om korte weggetjes te pakken, zich niet door zijn Vader te laten leiden. En daarbij haakt hij heel slim in op de verlangens die in Jezus leven, net zoals hij dat bij Eva deed.

Mattheüs 4
Nadat Jezus veertig dagen en veertig nachten had gevast, had Hij grote honger.
Nu kwam de beproever naar Hem toe en zei: ‘Als U de Zoon van God bent, beveel dan die stenen in broden te veranderen.’ 

Hier wil de satan Jezus verleiden de bevrediging van het vlees op de eerste plaats te zetten en zijn wonderkracht in dienst van zichzelf te stellen.
En dat probeert hij bij ons natuurlijk ook iedere keer, ons “ik” met zijn verlangens op de troon zetten. Maar als we God op de eerste plaats stellen krijgen we echt wel wat we nodig hebben en we mogen echt van alles genieten, maar we moeten daarbij wel God op de eerste plaats houden.
Het is vrij makkelijk te testen of we vlees/lust navolgen of niet, vlees volgen werkt namelijk verslavend. En zo gauw je met verslaving te maken hebt, heb je waarschijnlijk ook met demonen te maken.

Vervolgens nam de duivel Hem mee naar de heilige stad en zette Hem op het hoogste punt van de tempel. Hij zei tegen Hem: ‘Als U de Zoon van God bent, spring dan naar beneden. Want er staat geschreven: Zijn engelen zal Hij opdracht geven om U op hun handen te dragen, zodat U Uw voet niet zult stoten aan een steen.’
Hier wil hij Jezus verleiden zichzelf te bewijzen met uiterlijke tekenen, zodat de wereld achter Hem aan zal lopen. Het is een verleiding van hoogmoed, de ‘superman’ uithangen.
Zo wil de satan ook ons verleiden onszelf te bewijzen, onszelf centraal te stellen en op het uiterlijk gericht te zijn in plaats van op zelfopoffering en dienstbaarheid.

De duivel nam Hem opnieuw mee, nu naar een zeer hoge berg. Hij toonde Hem alle koninkrijken van de wereld in al hun pracht en zei: ‘Dit alles zal ik U geven als U voor mij neervalt en mij aanbidt.’ (Matteüs 4:1-10)
Hier werkt hij net zoals bij Eva op de lust van de ogen. Eva zag hoe begeerlijk de vrucht was en Jezus wil inderdaad over alles heersen, maar Hij kiest Gods weg om het terug te veroveren, namelijk door Zijn bloed uit te storten en de satan rechtmatig te onttronen en dan te wachten dat alle vijanden aan zijn voeten gelegd zullen worden.
En hier zie je uiteindelijk duidelijk waar het de satan om draait, namelijk om aanbeden te worden. Waarschijnlijk was hij in de hemel als mooiste en wijste engel jaloers op alle aanbidding die Jezus kreeg.

Willen wij ook aanbeden worden, willen wij ook macht hebben en over alles heersen?
Als we Jezus volgen zullen we geëerd worden, en heersen zullen we ook wel, zoals Jezus zegt in Openbaring:
Wie overwint en Mij navolgt tot het einde, zal Ik macht geven over alle volken (Openb. 2:26). Maar alleen als we Gods weg volgen.

 

Geduld

Als je al deze verleidingen bekijkt, dan zou je eigenlijk tot de conclusie moeten komen dat geduld een hele belangrijke eigenschap om ons te beschermen tegen vallen. God vertrouwen en op God wachten is het eerste dat we moeten leren als we Hem willen volgen.
Opvallend is dat het eerste dat in I Kor. 13 over liefde gezegd wordt, is dat liefde geduldig is.

 

Gedachtewereld

Een andere zaak die opvalt bij de satan is dat hij woorden gebruikt om het denken te beïnvloeden. Dat is zijn landingsplaats. Van daaruit beïnvloedt hij ons.
Daarom is kennis van de Bijbel erg belangrijk, ook om helemaal vernieuwd te worden in onze manier van denken.
Zelfs Jezus als Zoon van God gebruikte het Woord om hem van zich af te slaan. Dat was zijn reactie bij de drie verschillende verzoekingen.
Dus is kennis van en training in het gebruik van Gods woord erg belangrijk, het is ons zwaard. Maar als we het Woord nauwelijks kennen, staan we daar in onze strijd maar zielig te zwaaien met een plastic zwaardje.

 

Demonen en zo

De satan heeft een heel leger, allemaal gevallen engelen: vorsten en heersers, machthebbers en het gewone voetvolk. Er zijn er in de lucht die over bepaalde gebieden heersen bijvoorbeeld, anderen die om ons heen draaien, of tegen ons aan plakken of zelfs in ons willen kruipen. Die kleinere bemoeien zich rechtstreeks met ons persoonlijk, ze kennen onze zwakke plekken en loeren op ons om ons te laten lijden, ons te laten vallen. Ze blazen leugens in onze gedachten, stoken in relaties, verleiden ons om met onszelf en ons vleselijk genot bezig te zijn, vallen aan met ziekten, depressies en allerlei andere soort onderdrukkingen.
Onze belangrijkste strijd is weerstand te bieden tegen hun leugens. Soms is het gezond even vol in de aanval te gaan om ze van ons af te schudden, of om ze bij anderen weg te jagen.

‘s Avonds laat, toen de zon al was ondergegaan, brachten de mensen alle zieken en bezetenen naar Hem toe; alle inwoners van de stad hadden zich bij de deur van het huis verzameld. Hij genas vele zieken van allerlei kwalen en Hij dreef veel demonen uit… (Markus 1:32-34).

Jezus is onze meester, wij zijn discipelen en moeten leren hetzelfde te doen als onze Meester.
Maar herkennen wij de demonen wel? Nu lopen en fladderen er beslist niet minder rond dan in die tijd. Maar onze moderne oplossing op zulk soort problemen is vaak de dokter en psychiater met hun pilletjes.

Jezus stuurde zijn discipelen er ook op uit en de tweeënzeventig keerden vol vreugde terug en zeiden: ‘Heer, zelfs de demonen onderwerpen zich aan ons bij het horen van uw naam.’ Hij zei tegen hen: ‘Ik heb de satan als een lichtflits uit de hemel zien vallen! Bedenk wel: Ik heb jullie de macht gegeven om slangen en schorpioenen te vertrappen en om de kracht van de vijand te breken, en niets zal jullie kunnen schaden (Lucas 10:17-19).

Wij moeten leren ze aan te pakken. En daarbij is het dus heel belangrijk onze positie te kennen. Wij hebben het voor het zeggen. Wij hoeven niet bang te zijn. Zij moeten naar ons luisteren. Wij moeten onze positie innemen, in Christus.

 

Waarom werken de bovennatuurlijke krachten bij christenen vaak niet?

Eigenlijk is Jezus’ leven een heel goed voorbeeld. Je kunt wel stellen dat Hij van kinds af aan gelovig was, vol van wijsheid door de heilige Geest. Maar de doop in de heilige Geest ontving Hij pas bij zijn waterdoop – toen begon zijn bediening en zijn bovennatuurlijke kracht te werken.

Aan het eind van zijn leven zegt Jezus tegen zijn vrienden: Zoals de Vader Mij heeft uitgezonden, zo zend Ik jullie uit. Na deze woorden blies Hij over hen heen en zei: Ontvang de heilige Geest (Johannes 20:21-22).
Maar dat was niet de doop in de heilige Geest, die ontvingen ze pas met Pinksteren.

Filippus predikte in Samaria en vele boze geesten namen schreeuwend de benen of poten en vele zieken genazen en veel mensen kwamen tot geloof en werden in water gedoopt.
In Hand. 8:14-17 staat er vervolgens: Toen de apostelen in Jeruzalem hoorden dat de inwoners van Samaria het woord van God hadden aanvaard, stuurden ze Petrus en Johannes naar hen toe. Nadat ze waren aangekomen, baden ze dat ook de Samaritanen de heilige Geest mochten ontvangen, want deze was nog op niemand van hen neergedaald; ze waren alleen gedoopt in de naam van de Heer Jezus. Na het gebed legden Petrus en Johannes hun de handen op, en zo ontvingen ze de heilige Geest.

De heilige Geest kwam dus niet ‘automatisch’ toen ze tot geloof kwamen, zoals door veel kerken geleerd wordt.

In de katholieke kerk wordt bijvoorbeeld verteld dat je als je als kind gedoopt bent, bij Gods volk hoort. Met twaalf jaar krijg je het vormsel, dat is de heilige Geest.
En dat was het dan: je hebt alles en hoeft niets meer te zoeken en kan dan je leventje gaan leiden.
Maar eigenlijk kom je dat in onze kringen ook tegen: je bent tot geloof gekomen, als volwassene gedoopt en dan heb je alles, want de heilige Geest komt bij je bekering en meer valt er niet te ontvangen. Maar dat is een misleiding.

Wat gebeurt er bij de doop in de heilige Geest? Door deze doop kom je de bovennatuurlijke wereld binnen en ontvang je bovennatuurlijke gaven om de strijd aan te gaan. Voor die tijd is de satan niet bang voor ons, hoe braaf christen we ook zijn en hoeveel waarheid wij ook preken. Zonder doop in de heilige Geest staan we aan de zijlijn en bekritiseren misschien anderen die wel aan de frontlinie staan.

Jezus zegt in Lucas 11 vers 13: Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je kinderen al goede gaven schenken, hoeveel te meer zal de Vader in de hemel dan niet de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen.
Hieruit kun je ook afleiden dat de heilige Geest niet automatisch over ons komt, we moeten Hem uitnodigen.

En dan kunnen we de gaven ontvangen die in de strijd met de satan en zijn kornuiten zo belangrijk zijn: de tongentaal om wijsheid te ontvangen en ons voor het bovennatuurlijke open te stellen, gave van onderscheid van geesten, gaven van openbaring, en zeker ook besef van wie we zijn in Christus en volle vrijmoedigheid om alles te gebruiken wat God ons door zijn Geest heeft toevertrouwd.
Dus laten we ons openstellen en niet rusten totdat we de volle zegen hebben ontvangen – dat is de wil van God over ons, dat we volop gezegend worden en zo tot zegen kunnen zijn voor anderen in Zijn kracht.

 

 

Vrijheid

 

Jezus dan zei tegen de Joden die Hem geloofden (in Joh. 8:31-32):

Jezus zegt dus dat we niet vrij zijn:
Waarachtig, Ik verzeker jullie: iedereen die zondigt is een slaaf van de zonde (Joh. 8:34). Wie slaaf is van de zonde is een slaaf van de satan, de koning van deze wereld.

Lekker doen wat je zelf wilt, lekker genieten van alles waar je zin in hebt lijkt vrijheid, maar dat is het niet. Het is een leugen van de satan. Je raakt alleen maar verstrikt en wordt verslaafd en o wee als iemand je in de weg loopt!
Als baby’s worden we in feite geboren in vijandelijk gebied en moeten we gered worden.
De naam Jezus betekent “God redt”. En Hij helpt ons te vluchten en te verhuizen naar het koninkrijk van God. We worden dus vluchtelingen.

Het eerste wat Jezus zei was: Bekeer je en geloof het Evangelie.
Dat is de sleutel naar vrijheid.
Maar wat betekent dat?

Die nacht dat Jezus tot mij naderde, liet hij zijn licht op mij schijnen. Ik wist op dat moment nog niet dat God met mij bezig was en dat ik met Jezus te maken had.
Het licht bracht mij beetje bij beetje aan het licht. Ik werd steeds meer zichtbaar voor mezelf en ook dingen waarvan ik dacht dat die wel oké waren in mijn leven zagen er in dat licht onzuiver en vies uit. Tegelijkertijd ervoer ik dat er iets of iemand achter dat licht zat dat of die mij niet (ver)oordeelde.
Dat licht werd steeds indringender en uiteindelijk bleek er niets van mij zuiver te zijn. Ik ging door de grond.
Ook de demon die in mij zat kwam aan het licht met al zijn haat. Ik schaamde me dood en wilde letterlijk dood en mijn eerste gebed was: God, als U bestaat, laat mij dan doodgaan. Direct daarop werd ik bevrijd en werd ik wedergeboren. Vrij!

Bekeren betekent dus: toegeven dat je slecht bent en je tot God keren, in Jezus geloven, je overgeven, gehoorzaam worden, dus niet meer je eigen baas zijn.
Als teken daarvan laat je je dopen en ontvang je van God de heilige Geest.

Je zult de waarheid kennen en de waarheid zal je vrijmaken, zegt Jezus.

Ik had de waarheid overal gezocht, maar geen van die menselijke en door demonen geïnspireerde waarheden hadden mij vrij gemaakt. En nu zag ik de waarheid over mijzelf én de waarheid over Jezus! Dat is de echte verlichting!

Jezus zegt: Als je in Mijn woord blijft, zijn jullie werkelijk discipelen van Mij.

De eerste keer liet Jezus een heleboel licht door me heen gaan, maar nu moet ik dit licht zelf blijven opzoeken, in dat licht wandelen. Jezus zegt van zichzelf dat Hij het licht is. Dus moeten we op de eerste plaats in relatie met Hem blijven.
En dat doen we onder andere door in de Bijbel te lezen. In Psalm 119 zegt David dat het openen van Gods Woord licht verspreidt. Dus ook zo leren we de waarheid kennen over onze eigen menselijke natuur waar de satan doorheen werkt, en onze nieuwe natuur waar God doorheen werkt.

De Bijbel zegt dat er in ons vlees, dus in onze natuurlijke mens, geen goed woont.
De menselijke natuur is egoïstisch en laat zich door begeerten leiden.
Wij zijn dus in wezen niet goed en kunnen zelfs niet verbeterd worden. Maar dat proberen we vaak wel. We leggen onszelf allerlei regels op, brengen onszelf als het ware onder de wet – wetticisme heet dat – en hopen dan goed te worden.
Mensen die aan regeltjes hangen zijn trouwens vaak het felste in het veroordelen van andere christenen en kunnen zelf het diepste vallen.

Jezus en Paulus waren bijzonder streng tegen mensen die deze weg kozen.
Tegen de Galaten, in hoofdstuk 3:1-5 zegt Paulus:
Galaten, u hebt uw verstand verloren! Wie heeft u in zijn ban gekregen? Ik heb u Jezus Christus toch openlijk en duidelijk als de gekruisigde bekendgemaakt? Ik wil maar één ding van u weten: hebt u de Geest ontvangen door de wet na te leven of door te luisteren en te geloven? Bent u werkelijk zo dwaas weer op uw eigen kracht te vertrouwen, en niet langer op de Geest? Is alles wat u hebt meegemaakt dan voor niets geweest? Dat kan toch niet! Geeft God u de Geest en goddelijke krachten omdat u de wet naleeft? Of geeft hij ze omdat u naar Hem luistert en op Hem vertrouwt?

Het beste is dus om die oude rebelse schijnheilige natuur te kruisigen en regelmatig te controleren of de spijkers nog goed vast zitten en ons dan te richten op het nieuwe leven, daar ruimte aan geven. Daarom moeten we altijd een kruis bij ons hebben zegt Jezus.

Dat kruisigen is een proces, iedere keer moet er een stukje van ons er weer aan geloven. Steeds weer moet er iets van ons aan het licht komen, moet het gekruisigd worden en ruimte maken voor het nieuwe leven.

Onze persoonlijkheid zit heel erg vervlochten met de zelfzuchtige natuur en dat moet losgesneden worden – dat doet zeer. Daarna moet het aan het nieuwe leven gehecht worden.

Hebreeën 4:12 – Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door tot op de scheiding van ziel en geest, van gewrichten en merg, en het oordeelt de overleggingen en gedachten van het hart.

Gods Woord dringt door tot het diepste van onze innerlijke mens en scheidt ons van de slechte natuur, maar het haalt ook de dingen uit elkaar om ze dan weer goed in elkaar te zetten, want de boel steekt nu scheef in elkaar in ons.
Oorspronkelijk had de geest de leiding in de mens en waren de ziel en het lichaam daaraan onderworpen, maar nu is het ‘t omgekeerde en bungelt de geest erbij.

Onze persoonlijkheid moet dus verhuizen van de vleselijke wereld naar de geestelijke wereld. En de “verhuiswagen” is het kruis: afsterven en uit de dood opstaan. Van rebellie naar gehoorzaamheid, van zelfzucht naar liefde, van egoïsme naar dienstbaarheid.
En ondertussen moet ons denken flink vernieuwd worden. Dat lukt niet van de een op de andere dag.

Bij bekering, die iedere keer weer moet gebeuren, moeten we geconfronteerd worden met onszelf. Maar als dat gebeurt, treden er allerlei verdedingsmechanismen in werking, zoals bij Adam en Eva te zien is:

  • Ze gaven direct de schuld aan de ander, zelfs aan God.
  • Of je geeft de schuld aan de omstandigheden
  • zoals aan het verleden.
  • Of je vergelijkt je met anderen en dan val je zelf mee en dan denk je dat je je niet hoeft te bekeren.
  • Een ander verdedingsmechanisme is het kwaadspreken en oordelen over anderen zodat we zelf buiten beeld blijven.
    Het woord duivel betekent o.a. lasteraar, dus zijn we direct in één lijn met hem als we dat doen.
    Het grappige is dat Jezus zegt dat als we een doorn uit iemands oog willen halen daarmee aangeven zelf een balk in het oog te hebben.
    Ik heb gemerkt dat als je je flink aan iemand kunt ergeren, dat een teken is dat je zelf dat probleem in je hebt (maar misschien nog zo diep verborgen dat je het van jezelf nog niet door hebt).

Maar goed, hieruit blijkt hoe moeilijk het is om ons te laten bevrijden, want je moet eerst aan het licht komen en de waarheid over jezelf leren kennen en erkennen.

  • Een ander verdedigingsmechanisme is vroom  doen. Ik heb vaker gemerkt bij mezelf en bij anderen dat overgeestelijkheid en vroom doen een manier is om de deksel op de beerput te houden. Je voelt dat er iets grondig gereinigd moet gaan worden in jezelf en je probeert met een self made heiligheid God voor te zijn en anderen en jezelf voor de gek te houden.
  • Of God spreekt je aan en je gaat dat tegen anderen preken in de plaats van dat op jezelf toe te passen.

Het is niet makkelijk om onszelf onder ogen te zien. Het geeft ook een gevoel van heel erg kwetsbaar zijn, dat roept angst op.

In zekere mate zijn we allemaal moordenaars, dieven, schijnheiligen, hoereerders, leugenaars; we zijn laf, onbetrouwbaar, onrein, egoïstisch, dat zit er bij ons allemaal in. En ook al in al die kleine lieve onschuldige baby’tjes… Ik ben in zonde ontvangen, zei David al.

Na lang tegensputteren en halsstarrigheid en ellende en geduldig werk van de heilige Geest erken je dan eindelijk wat je bent en ga je op je knieën en vraag je om genade, en die krijg je dan meteen!

1 Joh. 1:8-9
Als we zeggen dat we de zonde niet kennen, misleiden we onszelf en is de waarheid niet in ons. Belijden we onze zonden, dan zal Hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad.

 

En dan de waarheid over het nieuwe leven.

Die is gebaseerd op genade, op onverdiende goedheid. Die heb je door geloof ontvangen, en zelfs dat geloof heb je van God gekregen. Het nieuwe leven heb je niet gekregen als beloning voor je goede daden.
Je hoeft jezelf dus niet meer goed voor te doen. Je hoeft de schone schijn niet meer op te houden. Je mag je ontspannen. En nu gaat het erom te leren in Jezus te blijven en Gods Geest in je laten werken.

Door de wedergeboorte komt Gods Geest in ons hart wonen. Het is dezelfde Geest die in Jezus kwam wonen toen Hij zich liet dopen. We zijn vanaf onze wedergeboorte dus een kind van God en een klein broertje of zusje van Jezus geworden. En vanaf die dag mogen we de satan en zijn kornuiten bij problemen dreigen om onze grote Broer erbij te halen.

We hebben dus dezelfde Geest als Jezus met dus dezelfde mogelijkheden. We moeten alleen nog hetzelfde geloof zien te krijgen….
In Kolossenzen 2: 9-10 staat het zo: Want in Hem (Jezus) is de goddelijke volheid lichamelijk aanwezig, en omdat u één bent met Hem, het hoofd van alle machten en krachten, bent ook u van die volheid vervuld.
Zo, dat is niet mis als je dit leest!

En in het evangelie van Johannes staat dat God net zoveel van ons houdt als dat Hij van Jezus houdt. Onvoorstelbaar! vooral als we daarbij bedenken dat we nog lang niet perfect zijn. Maar door Jezus ziet Hij ons dus al wel zo.

We houden onze eigen persoonlijkheid als Gods Geest in ons komt, Hij neemt ons niet over. Wij houden onze eigen vrije wil. Eigenlijk vermengt Gods Geest zich met onze geest. We mogen helemaal onszelf zijn, helemaal vrij zijn, en zelfs helemaal ongeremd als we in Zijn liefde zijn.

Paulus zegt in Galaten 5:1
Christus heeft ons bevrijd opdat wij in vrijheid zouden leven; houd dus stand en laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen.

Er zijn altijd mensen en geesten die ons weer gevangen willen nemen, op ons geweten werken, regels voor willen schrijven, maar we zijn vrij van dat alles als we uit liefde leven. We hoeven ons niet in te laten pakken. Zolang we niet onze begeerten achterna lopen blijven we vrij.
Als je hoofddoel is om God te eren en anderen te dienen, dan ben je altijd vrij, zelfs in de gevangenis, net zoals Jozef in Egypte.

Als we in Jezus blijven, dan zijn we vrij van schuld en zonde en verslavingen, ook de verslaving aan onszelf. Maar dat is een hele weg.
We moeten steeds weer onszelf loslaten en onszelf steeds weer aan God overgeven.
En dan ontstaat er een heel bloeiend sterk nieuw leven. En dan kunnen we ook het echte Evangelie preken, een van bevrijding en vrijheid.