Roelof Braad

 

Terugkijken om vooruit te zien… Visie voor onze toekomst

Visie voor leven met God – in de gemeente van God

 

Voor dit thema…

kijken we vandaag nog eens kort terug naar het samenleven van de eerste gemeente om daar voor ons praktische gemeenteleven lessen te trekken voor onze toekomst. Hoe willen wij als gemeente zijn? Hoe kunnen we dat wat we gehoord hebben handen en voeten geven voor onze evangelische Gemeente van God in Brunssum? Hoe moet onze persoonlijke inzet in de gemeente gestalte krijgen? Ik denk dat je vandaag voor jezelf kunt horen waar jou gaven die je van God hebt gekregen het best in de gemeente kunt inzetten. Jezus leeft – Hij is opgestaan zodat Zijn Koninkrijk in onze harten kan wonen en op aarde zichtbaar wordt om voleindigd te worden straks als Jezus Zijn gemeente, Zijn bruid als eeuwig en onwankelbaar Koninkrijk in een nieuwe hemel en op een nieuwe aarde zal vestigen. Belangrijk is dat wij geloven in Hem, die eeuwig leven geeft en dat we een nieuwe schepping geworden zijn in en door Hem.

Maar vooral is belangrijk dat we alles wat wij bedenken, wat we als gemeente plannen en wat we in ons leven van alle dag in de praktijk brengen, opbouwen op de fundamenten en principes van de bijbel. Soms denk ik dat we als kleine gemeente met veel ouderen de moed wat kwijt zijn en bij de pakken neer blijven zitten. Daarom deze preek vandaag mede als voorbereiding op de gemeentevergadering die we 24 februari willen houden na de samenkomst na een gemeenschappelijke maaltijd. Iedereen is welkom! Ik wil ons allemaal aansporen om na te denken over onze mogelijkheden om onze leefomgeving met het evangelie bekend te maken. Velen weten niet meer wat Jezus volgen inhoudt, velen zijn ongelukkig en zoeken geluk in de verkeerde dingen. Daar hebben we een opdracht!

Daarom kijken we nog eenmaal terug naar het leven van de eerste gemeente en willen we de heel eenvoudige levenslessen die we daaruit herkennen over ons toekomstig handelen ter harte nemen en in de praktijk brengen. Het gaat er dus om dat we kijken naar de nieuwtestamentische gemeente en onszelf afvragen:

  • hoe krijgt het leven in de gemeente vorm?
  • welke structuur voor het leven in de gemeente wordt daarmee zichtbaar?
  • hoe krijgt de ontwikkeling van de gemeente vorm en ontstaat gemeentegroei?

 

De gemeente in Jeruzalem

Vooraf een paar opmerkingen over de gemeente:

  •  De eerste nieuwtestamentische gemeente was de gemeente Gods in Jeruzalem, die op Pinksteren in 33/35 ontstond.
  • De oprichter was: de Heilige Geest – God zelf dus – die door de apostelen een machtige opwekking bewerkte. Zo’n 3000 mensen gaven aan deze oproep van Petrus gehoor. Het was een grote opwekking, maar nog geen gemeenteontwikkeling.
  • De leiding van de eerste gemeente was vooreerst in handen van de ‘twaalf ’, waarbij vooral Petrus en Johannes de grote leiders waren. De echte broers van Jezus, die tijdens Jezus omgang op aarde nog ongelovig waren, stegen in aanzien. Vooral Jakobus. Die wordt later, zo rond veertig, de voorganger/leider van de eerste gemeente in Jeruzalem. Dan worden in de gemeente in Jeruzalem als eerste oudsten aangewezen.
  • Al spoedig kreeg de jonge gemeente te maken met vervolging, armoede en honger. Er waren twee grote vervolgingsgolven die voor de gemeente nogal wat gevolgen hadden. De eerste vervolging begon met de steniging van Stefanus en had tot gevolg dat een gedeelte van de gemeente wegvluchtte uit Jeruzalem. De apostelen bleven nog! Daarna was er enige rust voor de gemeente (ik denk zo ongeveer 20 jaar). Met de tweede veel scherpere vervolging probeerde Hero­dus Agrippa I in de gunst van de joden te komen. De apostel Jakobus, de broer van Johannes, werd onthoofd en Petrus werd gevangen genomen.
  • Toch bleef Jeruzalem nog heel lang zoiets als de ‘moedergemeente’ of de centrale gemeente voor de verspreide christenen. De berichtgeving over de verdere ontwikkeling van de gemeente in Jeruzalem stopt hier. De historische overlevering leert dat de voorganger van de gemeente, Jakobus, de broer van Jezus, rond 62 werd gestenigd. Familieleden van Jezus  tot in de vierde generatie volgden hem op.
  • De joods-Romeinse oorlog verdreef de eerste gemeente uit Jeruzalem en door de verwoesting van Jeruzalem in 70 verloor ze ook haar positie als leidende/centrale gemeente.

We zien hier naar mijn mening belangrijke kenmerken voor ontwikkeling en groei van een gemeente. Het zijn bij elkaar horende componenten, omdat ze los van elkaar geen effect hebben en slechts een deel van het programma van het leven in de gemeente weergeven. Samen zorgen deze componenten voor een vruchtbaar gemeenteleven. Laten we die componenten eens goed bekijken. De meest opvallende is:

 

1. De evangelistische component

Het begon allemaal met de evangelistische preek van Petrus op Pinksteren (Hand. 2).

  • Hij preekt over Jezus, die tekenen en wonderen heeft gedaan, die stierf aan het kruis en weer leeft, omdat God Hem heeft opgewekt. Petrus preekt over zonde, berouw en over vergeving en doop. Indringend roept hij zijn toehoorders op: Hand 2:40: “Laat u behouden uit dit verkeerde geslacht.” Verzoen u met God!
  •  Korte tijd later houdt Petrus in de Tempel, of preciezer in de zuilengang van Salomo weer een evangelisatie en zegt in Hand. 3:15: “De Leidsman ten leven hebt gij gedood, maar God heeft Hem opgewekt uit de doden, waarvan wij getuigen zijn.”
    Dan volgt de bewijsvoering uit de schrift: ‘God heeft precies laten uitkomen wat de profeten lang te voren hadden voorspeld’. Tenslotte komt de oproep: 19 “Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden.” Petrus spreekt hier over zonde, berouw, vergeving en hij spreekt over vrede en zegen.
  •  Ook als Petrus voor de Hoge Raad staat, wordt zijn verdediging een evangelische preek. Hand. 5: Alleen in Jezus is Verlossing, kunnen wij gered worden!

Hier wil ik enkele bezorgde opmerkingen maken: ik merk dat in sommige evangelische kringen vraagtekens worden gezet bij ‘evangelisatie’. In de Oecumenische beweging wordt het feit dat de mens door zijn zonden voor eeuwig verloren is naar de achtergrond gedrukt. Daarmee verdwijnt echter ook de motivatie voor evangelisatie. Begrippen als zonde, straf, schuldbekentenis, berouw hebben, om vergeving vragen en je bekeren, vindt men niet meer van deze tijd, niet alleen omdat ze niet begrepen worden, maar omdat ze onaangenaam zijn. We hebben zeer zeker nieuwe vormen van evangelisatie nodig. Op een eigentijdse manier moeten we echte inhoud van de blijde boodschap daarin tot uitdrukking brengen. Maar de echte inhoud ervan mag niet verwateren.

Als we niet meer over schuld en vergeving spreken, doen we de verzoening van Christus door zijn sterven aan het kruis tekort. Als we alleen maar spreken over een Christus die ons helpt ons leven inhoud te geven, dan hebben we eens de gekruisigde Christus niet meer nodig.

We moeten de discussie aangaan met onze medemens over hoe men een christen wordt op Bijbelse gronden! Want de gemeente van de toekomst is een evangeliserende gemeente. Als je andere zwaartepunten meer benadrukt, benadeelt dat de bouw van de gemeente van Christus! Ook in ons land heeft een vierde en misschien wel de helft nog nooit de echte blijde boodschap gehoord en bij zo’n 90% is die nog niet tot het bewustzijn doorgedrongen om een bewuste keuze voor het echte leven met Jezus te kunnen maken. Ons hart moet uitgaan naar deze mensen om ze voor Christus te winnen!

De christelijke boodschap staat in toonsoort A: de toonsoort van de vreugde. Opdringen stoot af. Wetmatigheid blokt. We willen en kunnen het niet laten om van Christus te spreken omdat Hij, die voor onze zonden aan het kruis is gestorven en weer is opgestaan, onze werkelijke vreugde is, omdat Hij nieuw leven geeft. Daarmee nodigen we uit tot leven in gemeenschap met Hem!

 

2. De sociale component

De gemeente in Jeruzalem is een hechte gemeenschap.

Enkele teksten:

  • Handelingen 2:42 “En zij bleven volharden bij het onderwijs en de gemeenschap”,
  • vs 44 “ze hadden alles gemeenschappelijk”; … vs 46: “ze waren elke dag in de tempel”,
  • “ze braken het brood aan huis met blijdschap” vs. 47
  • “en zij loofden God en stonden in de gunst bij het gehele volk. En de Here voegde dagelijks toe aan de kring, die behouden werden.”

Terecht spreken we over onze gemeenten als gemeenten waar het op de onderlinge verstandhouding aankomt. Dat is bijbels! Vandaag de dag bindt ons niet zozeer de leer, zoals in ontstaanstijd van de gemeente Gods-beweging, maar ons gemeenschappelijk persoonlijk verleden. De jeugd komt samen omdat ze fijne ogenblikken met elkaar hebben. Als iemand niet meer komt, horen we de opmerking: ‘Ik voel me niet aangenomen’. Zo’n uitspraak moet je als gemeente willen voorkomen.

Door de sociale component zal onze toekomst worden bestemd. Het is daarom van belang zaken te plannen die de gemeenschap bevorderen en mensen motiveren zich voor die gemeenschap in te zetten. Daarmee geven we ook invulling aan een van de grootste noden van onze tijd.

Opmerking: We roepen op om mee te werken en willen dat meewerken in de gemeente ook stimuleren. Maar iedereen moet zich thuis kunnen voelen in de gemeente, ook als men niets presteert. Prestatiedwang ervaren we in de wereld al genoeg. Velen hebben al teveel op hun bordje. Gemeenschapsleven komt in onze tijd moeilijker van de grond omdat alles steeds meer om de eigen persoon draait. We doen alleen wat we fijn vinden en maken ook meer aanspraak op onze rechten. Dat zorgt ervoor dat in ons samenzijn nogal wat spanningen kunnen ontstaan. We verwijderen dan van elkaar. Velen haken dan af omdat ze die stress niet willen. Ze mijden dan de gemeenschap. Voor het sociale leven in de gemeente is dat fataal. Groeien tot een goede gemeenschap en een samenleven in goede verstandhouding begint als we samen Christus én elkaar willen dienen, als we voor onze naaste het een en ander over hebben. Daarmee komen we aan de derde component:

 

3. De diaconale component

Nieuw leven in Christus bewerkt de motivatie voor deze opdracht om in liefde voor elkaar klaar te staan, elkaar te helpen en te ondersteunen. Een paar Bijbelteksten:

  • Hand. 2:45 “Ze verkochten hun bezittingen deelden de opbrengst”
  • Hand.4:32 “Zij hadden alles gemeenschappelijk.”
  • 34 “Niemand had gebrek” en
  • uiteindelijk werden ook de weduwen goed verzorgd (Hand. 6).

Ook hier weer enkele opmerkingen: Het voor elkaar zorgen gaf de gemeente een goede naam! Mensen gingen zich daardoor voor de gemeente interesseren (niet alleen maar mensen die geen armoede wilden, ook de beter gesitueerden zoals priesters en centurio!). Ook tegenwoordig geldt datzelfde principe. Door de liefde in Christus en een dienende houding kunnen rijk en arm in harmonie samenleven. We moeten dat niet onderschatten. In de gemeente is plaats voor de verschoppelingen van de maatschappij. Er wordt niet alleen maar geprofiteerd van mensen. We willen helpen en vriendschapsbanden aanhalen, zonder enige tegenprestatie. De motivatie ervoor ligt niet zo zeer in het evangeliseren, maar meer in barmhartigheid en liefde voor de naaste. Als gemeente dienen we aan de kant van de armen en verschoppelingen in de maatschappij te staan. Daardoor krijgen we in de maatschappij een belangrijke functie. Dan gaat het om genezing van leefstijlen, om lichamelijke verzorging en genezing en vooral de genezing van de ziel.

Als het om diaconie gaat is geld, materiaal en inzet in tijd nodig. Maken we tijd vrij voor diaconie in eigen stad? De resultaten van diaconie worden volgens mij sneller zichtbaar als die van evangelisatie alleen. Onze inspanningen moeten in de toekomst van onze gemeenteactiviteiten meer in balans worden gebracht met deze door de Heer aan ons opgedragen opgave! De liefde van Christus dringt ons…!?

 

4. De theologische component

In de leer, de theologie, worden in de loop van de geschiedenis steeds andere aspecten belangrijk. Vaak past een leer niet op nieuwe situaties en moet de leer nieuw overdacht worden. Dat was ook zo in Jeruzalem. De apostelen kwamen daarvoor in 44/46 bijeen (Hand 15).  Er was in de eerst jaren van de gemeente al enig verschil ontstaan tussen joden-christenen en heidenchristenen over de besnijdenis. Interessant is de stijl waarin de theologische discussie plaatsvond:

  • vs 2: het was een niet mis te verstane woordenwisseling;
  • vs 5: dat de farizeeërs voor waren, laat zien hoe het verleden in hun leven nog een rol speelde;
  • vs. 7+12: er was verschil van mening, maar ook een goed naar elkaar luisteren.
  • En verder was er controle in gebed: Bevestigt God de nieuwe weg die we inslaan?
  • vs. 13 en 15: Jakobus onderzoekt de schriften. Gezamenlijk komen ze uiteindelijk tot een besluit, want ze wilden de kwestie wel de wereld uit helpen.
  • Dat besluit werd op papier gezet en doorgegeven aan de gemeenten elders.

Laten ook wij die theologische discussie voeren. Nieuwe situaties vragen om nieuwe antwoorden en besluiten. Een goede, eerlijke discussie moeten we kunnen voeren. We hebben correctie nodig, ook in ons gemeenteleven en het zal ons tot zegen worden, omdat daardoor spanningen niet onnodig hoog oplopen. Theologische discussie wordt nooit persoonlijk en ze moet ons geen scheiding brengen: dat kan echter alleen als we bereid zijn een dienende houding aan te nemen en het beste voor de gemeente te zoeken.

 

Samenvatting:

Uit de geschiedenis kunnen we leren, maar we hebben de liefdevolle zienswijze van Jezus nodig voor de mensheid, die eigenlijk zonder Herder is.

Voor de nabije toekomst is het nodig dat we als gemeente geloofwaardig zijn voor onze omgeving, dat we opereren in de dienst der liefde en dat die merkbaar is onder elkaar en naar buiten toe in onze omgeving. We moeten niet meer uitgaan van “wat moet de wereld horen”, maar van zoals het destijds is geweest in de eerste gemeente: “wat zullen ze zien!” Evangelisatie is niet alleen maar verkondiging, maar ook een vraag van een geloofwaardig leven. Dat je kunt laten zien, persoonlijk en als gemeente, dat de Heer je door zijn lijden en opstanding een nieuwe schepping heeft gemaakt! Omkijken moet ook opkijken zijn: opkijken naar de Heer in gebed, want Hij is het die Zijn gemeente bouwt. Mijn wens en gebed is dat met onze gemeente gebeurt wat in Hand 9:31 over de eerste gemeente is gezegd: “De gemeente dan door geheel Judea, Galilea en Samaria had vrede; zij werd opgebouwd en wandelde in de vreze des Heren, en zij nam in aantal toe door de bijstand van de Heilige Geest.”

  • Wat is jouw visie voor de toekomst?
  • Nogmaals ons motto als gemeente:
    “Internationale gemeente een gemeente voor iedereen!

´Eén Heer, één geloof, één doop; één God en Vader van allen, die daar is boven allen en door allen en in u allen.´ (Efeze 4:5-6)

 

Ons Doel:

Door een gemeente voor iedereen te zijn willen we iedereen die dat wil een thuishaven geven in Gods gezin en hen op de eerste plaats naar Jezus leiden; in dienstbaarheid naar God en elkaar samen groeien in het geloof om meer en meer op Christus te gaan lijken in gedrag en daden en elkaar toerusten voor de dienst en levensmissie in de gemeente en in het universele koninkrijk van God, opdat Gods heerlijkheid in de gemeente en haar omgeving gezien en geprezen zal worden.

Ons doel moet het blijven om mensen tot Christus te brengen en ze tot discipelen te maken.

Onze stijl is: in liefde en vriendelijkheid contact te zoeken met anderen. Ons aanknopingspunt is nog altijd de Heer, die ons de opdracht heeft gegeven en in ons midden is en daar steeds ook het centrale middelpunt wil zijn.

Daarom is het o zo belangrijk voor uw dienst in de gemeente: Geef nooit op! God is aan onze zijde. Hij bouwt Zijn gemeente.

 

 



Met de stroom mee drijven

 

Als je het oude testament doorneemt, dan lees je steeds opnieuw dat Israël en Juda ‘jojojen’ met het navolgen en dienen van God. Telkens opnieuw gaan ze afgoden dienen, soms komen ze tot inkeer, maar uiteindelijk zijn ze zover van de wetten die God via Mozes aan hen heeft doorgegeven, afgeweken  dat God straft. Ze worden weggevoerd naar Babel. Op deze oogstdankdag mogen we danken voor de vruchten die God geeft, voor het goede leven. Vooral moeten we kunnen danken over de vrucht van de geest. Danken voor groei in ons persoonlijk leven, groei voor toegenomen liefde, toegenomen vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.[1] Laten we vanmorgen eens bekijken hoe en waarom het mis kan gaan met die groei. Als basis voor de preek vanmorgen is een tekst uit Hebreeën 2: 1.[2]

Daarom moeten wij al onze aandacht richten op wat we gehoord hebben, dan zullen we niet uit de koers raken.

Als we uit de koers raken gaat het mis met onze groei. En meer nog: dan gaat het mis het doel te bereiken, het doel om straks bij Jezus in de eeuwige heerlijkheid te zijn. Uit de koers geraken behoort tot de gevaarlijkste invloeden waaraan zowel gelovigen als ongelovigen blootstaan. Tegen de verleidingen om grove zonden als diefstal en moord, vloeken is het leven van een christen door zijn eigen verdedigings­mechanismen meestal wel goed gewapend. Tegen duidelijke verzoekingen eveneens, doch tegen de subtiele invloeden welke in het onderbewustzijn hun sluwe werk doen is het betrekkelijk onbeschermd. “ “Daarom moeten wij al onze aandacht richten op wat we gehoord hebben, dan zullen we niet uit de koers raken.” Deze aan een christelijke gemeente gerichte woorden uit de brief aan de Hebreeën waarschuwen alle christenen ernstig voor het gevaar dat ons bedreigt. Allereerst valt er op te letten hoe onmerkbaar zwak de trek van de stroom is.

We waren eens met de pastores voor een retraite op een boot op de Maas. Natuurlijk moest er ook gevaren worden en ik mocht ook een tijdje aan het roer staan. Ik keek recht vooruit, tot een van onze broeders me op de schouders tikte en riep: snel de andere kant op!  Door de stroming was het schip voor mij ongemerkt bijna tegen de oever gevaren. Bij varen moet je je hoofd er dus bij houden en naar alle kanten kijken.

De stroming geeft ons meestal geen waarschuwing om op onze hoede te zijn. In ons geestelijk leven is er meestal niet direct een waarschuwingsteken. Er klinkt geen alarmsignaal. Wij drijven langzaam en ongemerkt af, als een schip dat stroomafvaarts. Wij zijn ons dit proces niet bewust, omdat wij vandaag de dag op heel veel en complexe stromingen varen. Die stromingen zijn er zowel in ons als om ons heen. Soms heel subtiel in wat iedereen gewoon vindt, zoals een Boeddha-beeldje op de schoorsteen of de leugentjes om bestwil. We hebben onze aandriften, impulsen, onze natuurlijke verlangens: de zucht naar comfort en behaaglijkheid, onze vleselijke lusten en onze wereldse gezindheid. Om ons heen bewegen zich andere stromingen die in dezelfde richting gaan: de grote stromingen in het leven zelf, namelijk de tijdgeest, de maatschappelijke zeden en gewoonten, de materialistische inslag van het zakenleven en vaak ook het gezinsleven, de literatuur, internet en het ontspanningsleven. Zij allen omspoelen ons onophoudelijk, dringen zich aan ons op, beïnvloeden ons, leggen beslag op ons. Zij veroveren de vesting van ons christenleven bijna zonder dat wij merken wat er heeft plaatsgehad.

De weg van de minste weerstand

Wie zich laat meedrijven. vaart een uiterst gemakkelijke koers. Het vraagt geen energie een rivier stroomafwaarts te zwemmen of zich door de golven te laten voortstuwen. Om een ‘freewheelend’ leven te leiden behoeft men zich slechts te ontspannen, zich te laten gaan, niets te doen, niet meer te strijden, zich slechts over te geven aan alle wereldse invloeden van binnenuit en van buitenaf.
Jezus is er duidelijk over: Want de brede weg, die velen volgen, en de ruime poort, waar velen door naar binnen gaan, leiden naar de ondergang. Nauw is de poort naar het leven, en smal de weg ernaartoe, en slechts weinigen weten die te vinden. (Mattheüs 7: 13-14). Geen mens drijft vanzelf naar Christus toe. Daarvoor zijn energie en karakter nodig. En Gods geest die verandering in ons bewerk en nieuw leven geeft. Om van Christus weg te drijven hoef je geen moeite te doen, gewoon makkelijk je eigen brede weg volgen, mee met de massa. Wij behoeven ons slechts aan de drang van onze eigen natuurlijke driften over te geven. Zo eenvoudig ligt dat. Juist omdat het zich met de stroom mee laten drijven zo verleidelijk eenvoudig is, heeft ieder die Christus al langere tijd waarachtig volgt de behoefte om tegen de stroom in te blijven gaan en Jezus wet van liefde in de praktijk te brengen. Want wie zou voor die duidelijke provocatie van de leringen van Jezus de ogen kunnen sluiten? Toch zie je steeds meer dat ook christenen die al langer ´op de weg´ zijn, misschien onder de druk van onze tijd wat te gemakkelijk in Gods navolging worden.

Tegen de stroom in gaan

Christus vermaant de mensen steeds persoonlijke initiatieven te nemen, vastberadenheid te tonen en zich niet langer als bladeren op de golven heen en weer te laten drijven. Jezus spoort ons aan tot waakzaamheid en trekt een parallel met de dagen vóór de zondvloed toen het leven van de mensen opging in de routinematige dingen van alledag zonder te letten op het oordeel dat zou komen over de wereld waarin zij leefden en ze met die wereld omkwamen.
Zoals het was in de dagen van Noach, zo zal het zijn wanneer de Mensenzoon komt. Want zoals men in de dagen voor de vloed alleen maar bezig was met eten en drinken, met trouwen en uithuwelijken, tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging, en zoals men niet wist dat de vloed zou komen, totdat die kwam en iedereen wegnam, zo zal het ook zijn wanneer de Mensenzoon komt.  (Mattheüs 24:37 39). Anderzijds prees Jezus Johannes de Doper die een standvastig man was. Niet een die wuifde als “een riet in de wind”.[3] Hij was niet iemand die zich door elke opkomende mening van de wijs liet brengen, maar vastberaden zijn weg ging, wát ook de gevolgen zouden zijn. Net zoals tegenwoordig veel vervolgde christenen! Jezus waardeerde een duidelijke levenskoers en verafschuwde zeer het zich-met-de-stroom-mee-laten-drijven. Daarom vond Hij dat de meest drastische maatregelen tot behoud van de goede koers gepast:
Als je rechteroog je op de verkeerde weg brengt, ruk het dan uit en werp het weg. Je kunt immers beter een van je lichaamsdelen verliezen dan dat heel je lichaam in de Gehenna (de hel) geworpen wordt.” (Mattheüs 5:29,30). Jezus zegt met ander woorden:” Doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan” (Lucas 13:24). Behouden te worden vergt inspanning, bezonnenheid en discipline. Verloren te gaan stelt geen eisen. Het is o zo gemakkelijk en simpel om met de stroom mee te varen.

Schijnbaar onschuldige stappen

Iedereen zou moeten inzien hoe fataal en tragisch de gevolgen van een op de stroom voort dobberend leven is. In het begin waar je het toelaat, zijn de uitwerkingen van het meedrijven nauwelijks te merken. Pas vlak voor het einde van de levensreis ontdekken wij waar het op uitloopt en hoe catastrofaal de gevolgen zijn. Dan worden we ons bewust dat het afdrijven net zo dodelijk is als een grove zonde. Een schip kan vergaan door op een in het vaarwater gelegen obstakel te lopen, maar het kan evengoed op drift raken. Bij de massa’s mensen die in moreel opzicht schipbreuk lijden, voegen zich vele anderen die op hetzelfde tragische einde afstevenen doordat zij vanaf de pier de touwen van hun levensboot ongemerkt in het water hebben laten glijden, waardoor ook hun bootje weg dobbert.

“Wee degenen die de straf naar zich toe halen met de touwen van onrecht, en de zonde met de dissel van een wagen”. zegt Jesaja 5:18.

In het Oude Testament vinden wij een historische gebeurtenis die dit heel duidelijk illustreert. Toen Lot voor zich de waterrijke, vruchtbare streek van de Jordaan koos om daar te wonen, was hij al op de hoogte van de slechte reputatie van de steden in de vlakte. Hij wilde daarom toen beslist niet in Sodom gaan wonen. Toch belandde hij uiteindelijk in die stad door schijnbaar onschuldige stappen. In vijf tragische zinnen kan de geschiedenis van zijn fatale afdrijven worden samengevat:
1) Lot koos voor zich de gehele streek van de Jordaan (waar Sodom lag);
2) Lot sloeg zijn tenten op tot bij Sodom;
3) Lot woonde in Sodom;
4) Lot zat in de poort van Sodom (en behoorde daarmee dus tot de vooraanstaande burgers van de stad);
5) toen de engelen er bij Lot op aandrongen met spoed de tot verwoesting gedoemde stad te verlaten, was hij er inmiddels zo vastgeroest dat “hij aarzelde”.[4] Het resultaat van zijn afdrijven kunnen wij ook aflezen uit het feit dat hij in zijn familie niet meer serieus werd genomen. Dat was bijvoorbeeld toen hij zijn schoonzoons waarschuwde voor het naderend oordeel over de stad. “Maar zijn schoonzoons namen hem niet serieus.”.

Sluipende verlamming

Wat ons in de eerste plaats zorg moet baren, is de afstompende werking van het meedrijven met de grote stroom, met het leven van iedereen om ons heen. Daardoor worden we gevoelloos voor het gevaar waarin wij ons bevinden. Bijna niemand gelooft werkelijk dat hij met die stroom ten slotte in de opengesperde muil van de hel belanden kan. Zelfs wanneer wij er ons bewust van zijn dat wij van de uitgezette koers afwijken en dat geestelijk waarnemingsvermogen aan het afstompen is, koesteren wij toch nog de valse hoop dat een klein beetje energie en inspanning van onze kant voldoende zal zijn om op het juiste moment van richting te veranderen. Wij onderschatten daarbij de verlammende invloed welke van het afdrijven uitgaat.

Op een winterdag zagen mensen een vogel die op een stuk hout de rivier af dreef in de richting van de Niagara waterval. Kennelijk bezorgde de beweging van het snelstromende water hem een aangename sensatie. Hij was zich van geen gevaar bewust. Waarom zou hij ook bang zijn? Hij had toch vleugels? Kon hij niet, zodra er gevaar opduikt, op elk moment wegvliegen? Dat dacht hij wellicht, toen hij zorgeloos op het stuk hout zat dat hem naar de rand van de duizelingwekkende waterval droeg. Toen hij het gevaarlijke punt bereikte, probeerde hij zich van zijn steunpunt los te maken en weg te vliegen, maar helaas, tevergeefs. De damp boven de rivier was op zijn vleugels neergeslagen en bevroren, met als gevolg dat hij met de watermassa mee de diepte in ging en jammerlijk kopje onder ging en omkwam. Is het gevaar niet groot dat onze gewoonten ons zo vast aan onze omstandigheden ketenen dat wij ons daarvan niet meer los kunnen maken, hoe graag wij dit ook willen?

Het anker van onze ziel

Wat kunnen wij doen om aan de vreselijke gevolgen van het afdrijven een einde te maken en aan de invloed van die stromingen in het leven welke ons te gronde dreigen te richten, te ontkomen? De schrijver van de brief aan de Hebreeën geeft ons de volgende praktische vermaning: “Daarom moeten wij al onze aandacht richten op wat we gehoord hebben, dan zullen we niet uit de koers raken.” De schrijver wil daarmee zeggen dat wij door onverschilligheid tegenover het spreken van God niet alleen de bemoediging van Zijn Woord missen, maar ook ons leven op een wankele basis brengen en door allerlei omstandigheden en ‘toevalligheden’ laten bepalen. Wij drijven af naar een tragisch einde.
“Wat wij gehoord hebben” zijn eenvoudig de heerlijke feiten van het evangelie, de waarheden, waarden en waarschuwingen die ons moreel en geestelijk gezond maken en er voor zorgen dat we gezond blijven. Wanneer wij aan de waarheden van het evangelie werkelijk gehoorzaam zijn, zijn we in staat ons leven een vaste koers en ons karakter stevigheid te geven.
Ter bekrachtiging hiervan drukt de briefschrijver zijn lezers op het hart om Christus te aanschouwen in Wie de gehele waarheid van het evangelie belichaamd is. Lees nog eens de geschiedenis van het leven van Christus en denk na over de betekenis van Zijn Kruis dat een teken is van Zijn actieve weerstand tegen een leven van zich met de stroom laten meedrijven. Ons verstand en onze innerlijke mens moeten zo volkomen het stempel dragen van die krachtige weerstand van de Heer tegen alle stromingen van Zijn tijd, dat onze wil net zo sterk wordt om vol te houden als dat bij Jezus het geval was. Het belangrijkste is dat ons leven allereerst gebaseerd is op de kracht van Zijn opstandingsleven. Dan pas kunnen we stand houden en blijvend Jezus volgen en groeien in de vrucht van de geest. Er staat geschreven dat Jezus ons voor struikelen bewaren kan (Judas 24), en ook:
Moge onze Heer Jezus Christus en God, onze Vader, die ons zijn liefde heeft getoond en ons door zijn genade blijvende steun en goede hoop gegeven heeft, u aanmoedigen en sterken in al het goede dat u doet en zegt. (2 Thessalonicenzen 2:16-17).

Daar mogen we vanuit gaan: Jezus helpt ons te volharden. We moet naar Zijn stem, in Zijn Woord en door de leiding van Gods Geest luisteren. Dat moet steeds de richting en vastheid gevende kracht in ons leven zijn. Onze ziel moet in het Woord en allereerst in Jezus, de eeuwig Levende, verankerd zijn. Hij is het Die al deze dingen draagt en in stand houdt. De enige volkomen veilige maatregel tegen afdrijven is het anker uit te werpen. Een schip dat door de vier touwen: geloof, hoop, liefde en dienstvaardigheid in Christus verankerd is, zal nooit uit zijn koers geraken.
Toen God de erfgenamen van de belofte ervan wilde doordringen hoe vast zijn voornemen was, stelde hij zich op dezelfde manier met een eed garant. Met deze twee onomkeerbare daden – die uitsluiten dat God liegt – heeft hij ons krachtig moed in willen spreken. Onze toevlucht is het vast te houden aan de hoop op wat voor ons in het verschiet ligt. Die hoop is als een betrouwbaar en zeker anker voor onze ziel.” (Hebreeën 6:17-19a).

Kunnen we nog met de psalmist zeggen, ook op dit oogstdankfeest:
Wijs mij uw weg, HEER, laat mij wandelen op het pad van uw waarheid, vervul mijn hart met ontzag voor uw naam. U, Heer, mijn God, zal ik loven met heel mijn hart, Uw naam voor eeuwig prijzen. Want u toont mij uw grote trouw, u verlost mij uit de diepte van het dodenrijk. [Psalm 86:11-12]

 

NOTEN:
Bijbelteksten uit de NBV-vertaling

[1] Zie Galaten 5:22-23.
[2] Naar een artikel in: De Stem, 27(1988) 11 (daar vertaald uit ‘Last days ministries’)
[3] Zie Mattheüs 11:7.
[4] Zie Genesis 13:10.12, 14:12; 19:1,16.

 

 



LIEFDE, CEMENT VAN DE LEVENDE STENEN VAN DE GEMEENTE VAN GOD

 

De gelijkenis van de barmhartige Samaritaan

Vanmorgen wil ik met jullie eens kijken wat gemeente zijn precies inhoudt. We hebben straks een gezellige nazit met barbecue. De gedachte erachter uit onze denktank: het geeft meer saamhorigheidsgevoel. Het is natuurlijke een middel om elkaar wat beter te leren kennen. Dat gebeurt ook als we oog hebben voor elkaar. En ik hoop dat dat vandaag dan ook helemaal waar gemaakt wordt. Maar zijn dit soort bijeenkomsten of een uitstapje zoals we eerder hadden de belangrijkste dingen waardoor we met elkaar verbonden zijn? Wat zegt de Bijbel erover? Wat houdt de gemeente samen? Twee Bijbelteksten geven een verklaring:

Colossenzen 3:14: En bovenal, kleed u in de ​liefde, dat is de band die u tot een volmaakte eenheid maakt.
Efeziërs 4:15‑16: Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar hem die het hoofd is: ​Chris­tus. 16Vanuit dat hoofd krijgt het lichaam samenhang, en wordt het ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de ​liefde. >> Met andere woorden: liefde is als cement.

Maar Liefde is ook het grootste gebod voor ons geloof. We lezen dat in
Mattheüs 22:34‑40: 34Nadat de ​farizeeën​ hadden vernomen dat hij de ​sadduceeën​ tot zwijgen had gebracht, kwamen ze bij elkaar. 35Om hem op de proef te stellen vroeg een van hen, een ​wetgeleerde: 36‘Meester, wat is het grootste gebod in de wet?’ 37Hij antwoordde: ‘Heb de ​Heer, uw God, lief met heel uw ​hart​ en met heel uw ziel en met heel uw verstand. 38Dat is het grootste en eerste gebod. 39Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. 40Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.’

De liefde valt dus uiteen in twee elementen:

  1. Onze relatie tot God
  2. Onze relatie tot de medemens.

In feite is hiermee alles gezegd waaraan wij ons in ons leven moeten hou­den. Niet ik op de eerste plaats, maar God en de ander. Dat is een van de basis­principes voor het behoud van de gemeente, het cement tussen de leven­de stenen. We zullen daardoor zelf niets te kort komen, want wie het eerst Zijn koninkrijk zoekt, zal al het andere erbij gegeven worden, zegt Jezus in Mattheüs 6:33.

Als we willen weten wat deze liefde inhoudt lezen we meestal 1 Cor. 13.

Echter, in Lukas 10 een heel belangrijk verhaal waaraan we goed kunnen zien hoe de cement werkt.

Voorwaarde: goed lezen: is niet zomaar lezen. Dan zou je net zo goed een of andere roman kunnen pakken. Als je leest probeer dan te voelen hoe jij het zou ervaren, probeer je in te leven in hert verhaal in je bijbel. Dat willen we vanmorgen ook doen in dit verhaal van de barmhartige Samaritaan: ons echt inleven in het verhaal: loop als het ware achter de Samaritaan aan en vraag je af: wat voel ik, wat hoor ik, wat ruik ik wat zie ik? Hoe voelt het om op die lange stoffige weg te lopen? Hoe voel ik mee als ik zie dat andere mensen de vent die net in elkaar is geslagen laten liggen? Hoe voelt het om te zien dat de Samaritaan stopt en zich over de jongen ontfermt en hem op het ezeltje zet? Hoe voel ik me als de Samaritaan de waard wat geld geeft om voor de jongen te zorgen?

Op het moment dat je jezelf deel laat worden van het verhaal open je je hart voor God en heeft God de kans om tot je te spreken… Daardoor verandert er iets heel wezenlijks in onze houding.

Zo is het ook van belang om de liefde tot God te bezien.

De context van het verhaal is hier heel erg belangrijk: Het is onderdeel van een van de verweerredes van Jezus tegen de huichelachtige Farizeeërs, die door Jezus op twee punten bekritiseerd worden:

  1. Ze vertellen mensen aan welke wetten ze zich moeten houden maar doen het zelf niet.
  2. Al hun activiteiten -ook hun werk voor de Heer- doen ze voor het op peil houden van hun eigen image.

De oorzaak van deze huichelachtige levensstijl is in feite dat ze geen relatie met God hebben, waardoor ze ook de weg naar God voor anderen afsluiten.

De geschiedenis begint zo:

Lukas 10:25-37: 25Er kwam een ​wetgeleerde​ die hem op de proef wilde stellen. Hij vroeg: ‘Meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ 26Jezus​ antwoordde: ‘Wat staat er in de wet geschreven? Wat leest u daar?’ 27De ​wetgeleerde​ antwoordde: ‘Heb de ​Heer, uw God, lief met heel uw ​hart​ en met heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.’ 28‘U hebt juist geantwoord,’ zei ​Jezus​ tegen hem. ‘Doe dat en u zult leven.’ 29Maar de ​wetgeleerde​ wilde zich rechtvaardigen en vroeg aan ​Jezus: ‘Wie is mijn naaste?’
30Toen vertelde ​Jezus​ hem het volgende: ‘Er was eens iemand die van Jeruzalem naar ​Jericho​ reisde en onderweg werd overvallen door rovers, die hem zijn ​kleren​ uittrokken, hem mishandelden en hem daarna halfdood achterlieten. 31Toevallig kwam er een ​priester​ langs, maar toen hij het slachtoffer zag liggen, liep hij met een boog om hem heen. 32Er kwam ook een ​Leviet​ langs, maar bij het zien van het slachtoffer liep ook hij met een boog om hem heen. 33Een Samaritaan echter, die op ​reis​ was, kreeg medelijden toen hij hem zag liggen. 34Hij ging naar de gewonde man toe, goot olie en ​wijn​ over zijn wonden en ​verbond​ ze. Hij zette hem op zijn eigen rijdier en bracht hem naar een logement, waar hij voor hem zorgde.
35De volgende morgen gaf hij twee ​denarie​ aan de eigenaar en zei: “Zorg voor hem, en als u meer kosten moet maken, zal ik u die op mijn terugreis vergoeden.” 36Wie van deze drie is volgens u de naaste geworden van het slachtoffer van de rovers?’ 37De ​wetgeleerde​ zei: ‘De man die medelijden met hem heeft getoond.’ Toen zei ​Jezus​ tegen hem: ‘Doet u dan voortaan net zo.’

Een van de belangrijkste lessen die we uit dit verhaal kunnen leren is, dat we niet moeten vragen: Wie is mijn naaste?, maar: Wat beteken ik voor mijn naaste? In onze verhouding tot God en onze medemens moet liefde werkelijk­heid worden.

Liefde alleen op God gericht wordt niet concreet. We kunnen God niet liefhebben achter de muur van afscherming van de nood van onze naaste.

Daarbij stellen we in deze geschiedenis, tot onze schrik misschien, ook vast dat God ons geen keuze laat in het uitzoeken van onze naaste!

 

Mijn eerste constatering: De liefde laat de keuze niet aan ons.

Wij denken heel vaak dat de liefde niet altijd maar kan geven en geven. Een andere veel gehoorde gedachte is: ‘Ook onze verantwoording heeft zijn grenzen’. Heel onbewust bouwen we daarmee heel subjectief en vaak onbewust muren in onze relatie tot onze naaste. Want dan zoeken wij uit van wie we houden. Wij nemen de beslissing en niet GOD. Wij kiezen heel gericht:

Sympathiek        –              onsympathiek
toegenegen       –              ver afstaand
loont het             –              loont het niet
zinvol                    –              zinloos
erg nodig             –              minder nodig
kan ik het aan    –              kan ik het niet aan
zonder risico      –              risicodragend
eigen schuld       –              geen eigen schuld

Ook de doorlopers hadden deze overwegingen!

 

Als tweede leer ik uit dit hoofdstuk: Liefde omdat het moet is geen liefde.

Wie God liefheeft, heeft ook van alles over voor zijn naaste.

In 1 Johannes  4:20 staat:  Als iemand zegt: ‘Ik heb God lief,’ maar hij haat zijn broeder of zuster, is hij een leugenaar. Want iemand kan onmogelijk God, die hij nooit gezien heeft, ​liefhebben​ als hij de ander, die hij wel ziet, niet liefheeft.
Wie alleen van liefde in vervoering raakt, of er veel over praat is bij voorbaat verdacht: Hij zoekt die liefde alleen voor zichzelf en is niet tot geven bereid.

Liefde dringt ons tot daden. Liefde wil zich uiten. Liefde moet zichtbaar worden. Anders gezegd:  liefde is een praktische aangelegenheid. Liefde ‘stroomt’ naar de ander  toe.

Als je God werkelijk liefhebt is het een vreugde om iets te doen en geen ‘moeten’. Precies dit zien we bij de Samaritaan, een voor de Joden in die tijd minderwaardig en gehaat mens.

1 Johannes  3:17
Hoe kan Gods ​liefde​ in iemand blijven die meer dan genoeg heeft om van te bestaan, maar zijn ​hart​ sluit voor een broeder of zuster die hij gebrek ziet lijden?

Zoals God ons heel concreet liefheeft, zo wil Hij dat wij onze naaste liefde geven, leert Jezus ons.
De liefde van God dringt ons. Dringt ons om af te zien van onszelf, uit ons ‘huisje’ te gaan en oog te hebben voor het welzijn van onze naaste.

Die tweedeling: is heel belangrijk en moet in ons leven in de goede verhou­ding aanwezig zijn.

 

Het derde wat ik uit de geschiedenis van de Barmhartige Samaritaan leer is: De liefde overwint alle morele remmen

Liefde houdt in dat je van je zelf afziet. Op de ander toegaat, hem aanneemt zoals die is, en voor hem klaar staan.

Heel vaak draait ons leventje om onszelf – vaak een heel leven lang. De draaikolk van het ‘ik’-leven, een duivelsdraaikolk kan alleen worden doorbroken door praktische liefde in je hart toe te laten.

Heel vaak hebben we de idee dat als we in andere levensomstandigheden zouden leven of een andere roeping we heel anders voor God bruikbaar zouden zijn. Onze verhouding tot onze naaste wijzigt niet als we een andere man, vrouw, andere kinderen, een andere baan, ander werk, meer scholing of iets dergelijks zouden hebben. In feite hebben uiterlijke omstandigheden er nog altijd voor gezorgd dat je leven ‘ingewikkeld’ wordt, je steeds minder oog krijgt voor de ander.

Om in de liefde vruchtbaar te kunnen zijn heeft men een andere pool nodig, de tegenpool van Jezus liefde. Alleen daardoor kun je van jezelf leren af te stappen, je eigen levensspiraal omdraaien om in de Agape-liefde ‘afge­wik­keld’ te worden en een leven te hebben dat vrucht voortbrengt.

De Liefde van God leidt ons tot effectief discipelschap. Als we Jezus volgen is het niet meer een “Je moet “. Hij maakt ervan dat je zegt: “Ik wil” en “Ik mag” (het is mij een voorrecht)!

Liefde is het motief van God om ons mensen te redden en te behouden. Door die liefde moeten wij gemotiveerd worden tot reddende en barmhartige liefde voor onze naaste. Al we werkelijk door Jezus veranderd zijn, dan is ons motto: Wie heeft mij nodig? Wat kan ik voor mijn naaste betekenen?

 

Mijn conclusie uit deze geschiedenis is: Deel hebben aan Gods familie is liefhebben

Wie in de liefde wandelt, die wandelt reeds met God, want God is liefde. Het gaat om het allerbelangrijkste en al­ler­grootste in de wereld. Je zou
1 Corinthiërs 13 aan het begin van ie­der dag kun­nen lezen, met name de verzen (4-5) die de omgang met an­deren op het oog hebben: 4De ​liefde​ is geduldig en vol goedheid. De ​liefde​ kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. 5Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent ​het kwaad​ niet aan.

Lees het “Hooglied der liefde” eens anders:

Het is niet netjes van me vol kritiek op anderen te zijn, want “de liefde is geduldig

Barmhartig wil ik over de ander denken, want “de liefde is vol goedheid”

Gun ik een ander wel het goede? Want “de liefde is niet ja­loers (kent geen afgunst)”

Ik wil niet met mijn eigen prestaties te koop lopen, want “de liefde praalt niet (geen ijdel vertoon)”

Ik wil niet laatdunkend over anderen spreken, want “de liefde kent geen zelfgenoegzaamheid”

Ik wil in elk opzicht fijngevoeligheid opbrengen, want “de liefde kwetst niemands gevoel (is niet grof)”

Ik wil de aandacht van een ander niet te erg opei­sen, want “de liefde zoekt zichzelf niet (is niet zelfzuchtig)”

Ik wil mij niet beledigd blijven voelen door wat iemand anders mij heeft aangedaan, want “de liefde laat zich niet boos maken (wordt niet verbitterd)”

Zie ik nog altijd zoveel verkeerds in de ander? Dan ben ik fout, want “de liefde rekent het kwaad niet aan”

Ik wil niet behagen scheppen in de lasterpraatjes van mensen, want “de liefde is niet blij met het onrecht, maar is blij met de waarheid”

Ik wil niet verder vertellen wat een ander verkeerd doet en ik wil niet twijfelen aan wat hij zegt. Ik wil hopen dat het ook met hem/haar in orde komt, want de liefde verdraagt alles, zij gelooft alles, zij hoopt alles en in alles volhard zij.”

God gaf mij geloof tot mijn behoud en hoop voor de eeuwigheid en liefde voor Hem en mijn naaste – “zo resten dan: geloof, hoop en liefde, deze drie’

Maar de liefde moet vóór alles mijn hart vervul­len! – “Maar de grootste daarvan is de liefde”.

Dat moet een echt bestanddeel van ons le­ven zijn, als we wer­kelijk een barmhartige Samaritaan willen zijn. Dan heeft alles wat we doen eeuwig­heids­waarde. En ik denk dat het de moeite waard is om juist in die liefde van God te leven, dag in dag uit.

 

Slot

Er bestaan veel mooie dingen die God in de wereld geschapen heeft, er zijn veel zaken voor ons vleselijk genot, maar de belevenissen, waarin God in ons leven de hoofdrol speelt, waar we zo duidelijk Zijn liefde hebben ervaren, die zijn ons toch nog altijd het meest dierbaar. Als Gods liefde zich weerspie­gelt in ons dienstbetoon aan onze naaste, dan valt al ons an­dere bezit in het niets, omdat het vergankelijk is. Alles wat een mens onbewust en vaak ongemerkt uit liefde heeft verricht vergaat nimmermeer. Voor een echte christen staat liefde be­tonen boven alles. Het is de cement voor een perfecte gemeente!

Daarom: laat je door God vullen met deze liefde – deze ware liefde, als je die liefde niet ervaart in je leven. Maar misschien heb je die liefde al lang leren kennen. Raak dan niet in een sleur, maar wees elke dag bewust dat alleen God die liefde in jouw hart als een vuurtje blijvend kan laten branden en elke dag weer laat oplaaien. God is liefde en wil dat wij Zijn liefde verspreiden in de wereld, in onze leefomgeving.

Daarvoor wil ik bidden…

 

 

Bron: Walter Wanner, Werkbuch Gleichnisse [Giessen/Basel 1988]4.

Echte heerlijke gemeenschap

 

  1. Wat is gemeenschap hebben met elkaar?

Het is niet alleen maar op zondag of misschien ook nog een keer in de week bij elkaar komen. Gemeenschap met elkaar gaat veel dieper. Echte heerlijke gemeenschap kunnen we alleen ervaren, denk ik, al we wedergeboren zijn en dan “wandelen in het licht”. Voor echte heerlijke gemeenschap moeten we een zuiver geweten hebben tegenover God en onze medemens en een dienstbare opstelling.

Jonge moderne christenen sluiten zich tegenwoordig steeds minder aan bij een kerk, blijkt uit recent onderzoek. Ze gaan dan eens hier, dan eens daar naar een kerk en bezoeken grote events als Opwekking of EO-jongerendagen. Hoe komt dat?

 

  1. a) Maar wat is kerk zijn eigenlijk?

Van de week las ik in een artikel in Groei: “Kerk is allereerst een gemeenschap van mensen die Jezus willen volgen. Hoe en waar dat gebeurt, is vers twee.” Wat bedoelde de auteur ermee? Allereerst kijkt zij naar de huidige situatie van kerken in onze maatschappij: die zijn al lang niet meer het centrale middelpunt in de samenleving. Overal neemt het kerkbezoek af, kerkgebouwen staan leeg, worden afgebroken.

De oorsprong van het woord ‘kerk’ is het Griekse ‘Kyriakè’ (‘van de Heer’). Er wordt vaak het gebouw mee bedoeld, maar ook de organisatie met de leden zijn ingeschreven. Deze leveren een (meestal vrijwillige) financiële bijdrage en participeren in de activiteiten zoals kerkdiensten. In de Griekse tekst van het Nieuwe Testament wordt daarentegen als aanduiding van de groep of samenkomst van gelovigen het woord ‘ekklèsia’ gebruikt. Ekklèsia of Ecclesia (Grieks: ἐκκλησία, is afgeleid van het werkwoord ἐκκαλέω (‘oproepen’). Oorspronkelijk vormde alle gelovigen dus samen de ekklèsia. Een verwant nieuwtestamentisch gebruik van de term ‘ekklèsia’ is die van een concrete groep gelovigen op één plek, bijvoorbeeld ‘de gemeente van Korinthe’ die uit burgers bestond die tot een vergadering opgeroepen zijn. Vooral Paulus gebruikt dat overeenkomstig voor de gemeente van God. Alle gelovigen vormen dus samen de ekklèsia maar ook een concrete groep gelovigen op één plek vormt een ekklèsia. In Paulus´ brieven lezen we dat we door wedergeboorte deelhebben aan Christus: we zijn één, één lichaam, een gemeenschap, een levend organisme. Dus door die eenheid, niet door de organisatie, stelsels, psychologische trucs, maar door wedergeboorte ontstaat gemeenschap, het deel hebben aan elkaar:
Romeinen 12:5. “zo zijn we samen één lichaam in Christus en zijn we, ieder apart, elkaars lichaamsdelen.” In de gemeente is dat een volstrekt natuurlijke zaak en vanzelfsprekendheid: het betekent dat we elkaar dienen, elkaar onderdanig zijn, elkaar vermanen, elkaar helpen.

Kortom: echte heerlijke gemeenschap beheerst ons leven, als we echte kinderen Gods zijn. We verlangen ernaar en kunnen we niet anders. Door in het licht te wandelen manifesteert zich de gemeenschap.

(1) Johannes (1:3-4) zegt in zijn eerste brief hoe deze gemeenschap wordt ervaren: 3Wat wij gezien en gehoord hebben, verkondigen we ook aan u, opdat ook u met ons verbonden bent. En verbonden zijn met ons is verbonden zijn met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus. 4We schrijven u deze brief om onze vreugde volkomen te maken.” Jongeren maar ook ouderen die de echte boodschap van de Bijbel hebben begrepen zoeken daarom steeds vaker gelijkgestemden op in kleine kring, een huiskamer of een kroeg. Het begint dan vaak met enkele mensen die hun huis openstellen. En dan merk je die echte heerlijke gemeenschap: Waar mensen betrokken zijn op God, elkaar en hun omgeving daar is de echte kerk! Maar als je het over kerk hebt, haken mensen vaak af.

 

  1. b) Want: Kerk zijn heeft een slechte naam gekregen
    We hoeven alleen al maar naar de verhalen van misbruik van kinderen en vrouwen door priesters in de RK kerk te kijken en weten wat er aan de hand is. Een ander voorbeeld van een teleurgestelde kerkbezoeker. Die vertelde: ‘Mijn oom heeft altijd voor de kerk gesjouwd. Dag en nacht stond hij klaar voor de mensen. Toen hij overleed zat de hele kerk tjokvol. Iedereen was vol medeleven. Maar daarna was er niemand voor ons. Geen dominee, geen ouderling, niemand. Mij krijgen ze met geen stok meer een kerk in. Het is over voor mij.”

Zo kan dat gaan in je leven. Je kunt teleurgesteld raken in de hele wereld van geloof, God en kerk. Misschien doordat mensen je bitter tegenvallen. Misschien ook doordat God je bitter tegenvalt. Je was er zó zeker van dat Hij een Hoorder is van het gebed. Maar jouw gebed verhoorde Hij niet. Je gebed om genezing. Of om een levenspartner. Of om een kind. En zo werd je cynisch. Dat wilde je niet eens, maar het gebeurde gewoon. Zou iets of iemand je ooit weer kunnen raken, als het gaat om geloof? Zelfs kerkgangers hebben vaak zo’n deuk in hun geloof. De bijbel noemt het ‘de eerste liefde verlaten’. Meestal veroorzaakt door menselijk falen in de onderlinge relaties.

 

Als ik denk aan mensen in mijn omgeving die zwaar teleurgesteld zijn en daardoor cynisch, dan zijn er een paar dingen die ik in ieder geval niet moet doen. Ik moet niet proberen hun teleurstelling met argumenten te gaan bestrijden. Wat ik ook niet moet doen, is van alles opdringen. Een boekje zus of een bijeenkomst zo. Hoe goed bedoeld ook, mensen die cynisch zijn reageren daar allergisch op.

Wat dan wel? “De kerk is geen optelsom van activiteiten, maar draait om relaties.” En “het draait niet om aantallen, maar om trouw en liefde in relaties.” We organiseren vaak tal van activiteiten en hopen daarmee mensen voor Jezus te interesseren. We verzanden daarom vaak in overlegstructuren en in een vrijwilligersorganisatie. Maar tegen cynisme en ontkerkelijking helpt eigenlijk maar één ding, en dat is: liefde! Alleen met liefde en het laten zien van echte heerlijke gemeenschap kunnen we verandering teweegbrengen en de kerk weer een goede naam bezorgen.

 

  1. c) Kerk zijn met echte heerlijke gemeenschap

Liefde die zich uit in hartelijkheid, menselijkheid, trouw, vooral heel veel trouw, kan cynisme vroeg of laat smelten. En omdat dit alleen kan wanneer de heilige Geest in mensen werkt, is het essentieel om de ander in het gebed bij God te brengen, elke keer weer.
Liefde uit zich op het alledaagse vlak: hulp bij klusjes, er zijn als de ander in de problemen zit, denken aan de verjaardag van de ander enzovoorts. Liefde is ook: geduld, werkelijk luisteren, en niet meteen een oordeel klaar hebben als de ander zich negatief uit over God, geloof of kerk. Natuurlijk, je blijft helder over je eigen principes, maar je blijft de ander aanvaarden, als mens, geliefd in de ogen van God, ondanks alles. Zoals je kind je kind blijft, al gaat hij of zij een weg die je vreselijk vindt.

Naast trouw is er nog iets van groot belang: open zijn over je eigen geloof. Vertel gewoon wat je meemaakt met God. En blijf daarin bij jezelf. Wees als een etalage, laat de ander vrijblijvend binnenkijken in je ziel. Laat hem of haar de echtheid maar testen. En laat de Geest zijn werk doen. Wie cynisch is geworden, leest de Bijbel niet meer. Voor hem, voor haar ben jij nu de Bijbel. Laat je gebruiken door God! Daar ligt ook de kans om anderen op de echte manier met de blijde boodschap te bereiken.

Een student, ik noem hem Guus, 21 jaar, vertelde: “De vrienden die ik had, waren allemaal zo oppervlakkig. Het was echt een schijnwereldje. Stoer doen, mooie kleren, uitgaan. Gewoon de flinke boy uithangen. En als je dan ’s avonds thuiskwam of ’s zondags thuis zat, dan voelde je je miezerig. Vooral de zondag vond ik een rotdag. Dan had je niemand om je heen. Tussen al je vrienden kon je je hartstikke eenzaam voelen. Want als je even serieus wou zijn, hoorde je er niet meer bij. Iedereen denkt gewoon aan zichzelf en kijkt niet verder dan z’n neus lang is. Allemaal willen ze trouwen of samenwonen. Veel geld verdienen. Gewoon huisje-boompje-beestje. En verder niks. Dat zie je bij ons op school ook. Ik zit nu in een klas, daar zitten ze alleen op elkaar te katten en elkaar de grond in te stampen. Ik was altijd de gevierde bink, dus deed ik mee. Maar het hoeft voor mij niet meer. Het heeft zo lang genoeg geduurd. Ze bekijken het maar.”

Ik ken genoeg van zulke mensen. Ik had in mijn jonge jaren dezelfde ervaring. Tot ik Jezus leerde kennen en ik de echte heerlijke gemeenschap met Jezus en andere kinderen Gods begon te ervaren. Geen leegte meer in je hart en geen eenzaamheid meer.

 

  1. Hoe werkt gemeenschap in de praktijk?

Gemeenschap hebben is op de eerste plaats deelhebben aan Christus. EN: met elkaar gemeente zijn, want als christenen kunnen we niet zonder elkaar. Door te gehoorzamen aan Gods geboden en door Gods wil te volbrengen worden we meer en meer vol van Gods liefde. Daarom is vermaning (dat is: elkaar helpen om in het geloof te blijven staan) in de gemeente zo heel erg belangrijk. In echte gemeenschap is dat niet weg te denken. Elkaar vertellen over deugden en ondeugden, elkaar aansporen om de goede strijd te strijden, elkaar de weg wijzen van het licht, elkaar waarschuwen voor duisternis, laten zien dat er leven en dood is. De inhoud van vermaning kan vaak algemeen zijn, soms niet christelijk lijken, maar door de vermaning proberen we in ieder geval de levenswandel duidelijk te maken zoals die in het nieuwe door Christus geschonken leven nodig is. Paulus zegt het zo in zijn brief aan de Colossenzen (Col. 3:12-17) die ook voor Laodicea bestemd was en zeker ook voor ons:
12Omdat God u heeft uitgekozen, omdat u zijn heiligen bent en hij u liefheeft, moet u zich kleden in innig medeleven, in goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld. 13Verdraag elkaar en vergeef elkaar als iemand een ander iets te verwijten heeft; zoals de Heer u vergeven heeft, moet u elkaar vergeven. 14En bovenal, kleed u in de liefde, dat is de band die u tot een volmaakte eenheid maakt. 15Laat in uw hart de vrede van Christus heersen, want daartoe bent u geroepen als de leden van één lichaam. Wees ook dankbaar. 16Laat Christus’ woorden in al hun rijkdom in u wonen; onderricht en vermaan elkaar in alle wijsheid, zing met heel uw hart psalmen en hymnen voor God en liederen die de Geest u vol genade ingeeft. 17Doe alles wat u zegt of doet in de naam van de Heer Jezus, terwijl u God, de Vader, dankt door hem.”

Waarom? Een mens kan nu eenmaal niet zonder bemoediging, persoonlijke aandacht en bij gelegenheid iemand die helpt om je in het goede spoor te houden. De gemeente en haar opdracht zijn ons alles! Het is ons leven, onze vreugde, onze blijdschap. En daarbij, zoals gezegd, ligt onze focus op Jezus. Jezus in het middelpunt van ons zijn en ons handelen. Ook als er eens discussie is over een theologisch principe of een meningsverschil over iets wat we anders zouden willen. Volgend waar gebeurd verhaal schoot me daarbij te binnen:

Een man van 90 vroeg tijdens een verhitte discussie over de waarheid van Gods woord of hij een vraag mocht stellen. Ga uw gang zeiden de aanwezigen. De man vroeg: “Welke foto’s staan in de bijbel?” De aanwezigen keken hem vreemd aan. Hij zei: “In de bijbel staan twee foto’s. De eerste is van mijzelf. Als je goed kijkt, ziet het er niet zo best met je uit. Er wordt precies omschreven wie je bent en wat er met je gaat gebeuren. En”, zei de oude man, “Ik heb geleerd dat het een haarscherpe foto is. Het is in mijn leven uitgekomen, dat wat de bijbel van mij zegt inderdaad waar en betrouwbaar is.” En de tweede foto dan? Ontroerd antwoordde de man: “De tweede foto die in de bijbel staat is die van de Here Jezus”. Daar gaat het in echte heerlijke gemeenschap en alles wat we daarin voor elkaar betekenen om: dat we Jezus zien in alles wat we doen en ons door Hem laten veranderen naar Zijn evenbeeld.

 

III. Gemeente – gemeenschap zijn

De gemeente Gods is een gemeente van licht en liefde. Een gemeente waar je warmte ervaart en waar de mens God ervaart. In de eerste brief aan Johannes wordt dat duidelijk.

Het is als het ware één loflied op de heerlijkheid doorgebroken te zijn van de duisternis in het licht. Het is heerlijk in het licht te wandelen. Johannes beschrijft de gemeente als heerlijk. Openbaring 21 :11:

11De stad schitterde door Gods luister (heerlijkheid), met een schittering als van een edelsteen, als een kristalheldere jaspis. Lees maar verder in dit hoofdstuk schitterend die nieuwe stad is die gemeente heet! Wat het thuiskomen van mensen in een warm nest, een heerlijke gemeente betekent zegt Jesaja heel treffend:
Jesaja 51:11 en 16a “11Wie door de HEER zijn bevrijd, keren terug. Jubelend komen zij naar Sion, gekroond met eeuwige vreugde. Gejuich en vreugde trekken de stad binnen, gejammer en verdriet vluchten eruit weg. … 16ik leg je mijn woorden in de mond en bescherm je met de schaduw van mijn hand. De nieuwe mens kan het niet voor zich houden. Zo dankbaar zijn ze, de kinderen Gods. We zien het vooral ook in de liederen die in het OT en NT zijn overgeleverd. Liederen waren een vast bestanddeel van het gemeenschapsleven. Voor en in alle levenssituaties werden liederen geschreven. Kijk maar:

OT:      a) positief bezwerende lied (gebed om genezing)

  1. b) arbeidslied (deel van de arbeid)
  2. c) feestlied, danslied
  3. d) liefdes-, bruiloftsliederen
  4. e) begroetings- kinder- en wiegeliedjes
  5. f) trekkersliederen (pelgrims)
  6. g) strijd-, oorlogs- en overwinningsliederen.
  7. h) klaaglied (dodenklacht)
  8. i) liederen ter ere van de koning
  9. j) volksliederen

NT:       Gebedsliederen, Christus hymnes, Psalmen.

In de Psalmen vinden we genoeg voorbeelden. Muziek is iets wat een deel is van de gemeenschap: het middel om op de beste manier onze vreugde te uiten.
Vooral Psalm 150 is er een goed voorbeeld van. We worden opgeroepen om God te bezingen en muziek, de trommel en de fluit, etc., en zang deel van ons leven te laten zijn. Maar ook deel van de gemeente:
Efeze 5:19-20: 9en zing met elkaar psalmen, hymnen en liederen die de Geest u ingeeft. Zing en jubel met heel uw hart voor de Heer 20en dank God, die uw Vader is, altijd voor alles in de naam van onze Heer Jezus Christus.“. Meteen daarachter: 21: Aanvaard elkaars gezag uit eerbied voor Christus.“. Met andere woorden: voorleven en als we Efeze 5 volgen: allereerst in het gezin. Het leven met Christus heeft een zuigende kracht: gemeenschappelijk vertellen we zo vaak over de verlossing door Jezus Christus dat de zendingsopdracht als vanzelf gaat.

 

  1. IV. En dan nu de toets: Hoe is onze gemeenschap met elkaar, met onze gemeente en met God?

Worden de liederen van echte heerlijke gemeenschap – ons volkslied – nog gezongen? In Psalm 137 zien we hoe dat lied bij de Joden die gevangen waren in Babel was verstomd. Ze worden opgeroepen:
(vs 3b-4) “‘Zing voor ons een vrolijk lied uit Sion.’ 4Hoe kunnen wij zingen een lied van de HEER op vreemde grond?”. Tja, dat is vaak de situatie in gemeenten, zeker gemeenten die al langer bestaan. De vreugde is weg, het enthousiasme en de ervaring van echte heerlijke gemeenschap. Niet zingen is een teken van duisternis.

Een teken dat Jezus niet meer het middelpunt is van ons gemeenteleven. Vaak door verkeerde dingen of zonde in ons leven toe te laten. Want zonde scheidt van de liefde van God. We moeten in Zijn licht blijven, zegt Johannes. Eenmaal bekeerd is niet voldoende. We moeten in zijn licht wandelen en dagelijks de kracht vernieuwen.
Een vrouw ging eens met haar problemen naar een zielzorger. Ze moest even wachten en zag een bordje aan de muur:
“Probeer het eens met danken”.
Ze zuchtte: ik heb niets om te danken, heb zoveel problemen en zorgen. Maar het liet haar niet met rust. Heb ik werkelijk niets om te danken? Ze was gekomen om raad en troost. Toen schoot haar te binnen dat ze vroeger ze een lied had geleerd: Prijst de naam van Jezus… Ze wist het weer en voor de pastor terugkwam was ze verdwenen…

Is het niet vaak zo? Danken wordt vergeten en daardoor ook gehoorzaamheid. Door niet te danken en alleen op negatieve dingen te letten wordt het leven in de gemeente ons tot last en zwaar. We zijn vaak te veel bezig met onze eigen problemen en in ons zelf gekeerd. En wat gebeurt er dan? De echte heerlijke gemeenschap verdwijnt.

1 Johannes 2:9-10: 9Wie zegt in het licht te zijn maar zijn broeder of zuster haat, bevindt zich nog altijd in de duisternis. 10Wie de ander liefheeft, blijft in het licht en komt niet ten val”. Vaak is het met onze problemen en zorgen zo dat met dit gebod overtreden: Liefde tot onze naaste: jaloers op gezondheid, welstand, geen geduld. Maar Liefde zoekt zichzelf niet.

Hoe is onze gemeenschap met elkaar? Zijn we nog steeds blij als we kunnen samenkomen om elkaar en samen God te ontmoeten? Zingen we uit volle borst mee om God lof te brengen, ook al zijn de liederen tegenwoordig wat moderner, of soms oubollig?

Laten we echte gemeenschap nu zoeken: in lof en prijs, getuigenis, vermaning, liefde van God en dienstbaarheid aan God. Er bij zijn bij alle bijeenkomsten van de gemeenten, op zondag en in de week. We zijn er voor elkaar.

 

Bij planning gemeente-zijn vind ik dat we allereerst eens hierover zouden moeten nadenken. Hoe kunnen we die echte heerlijke gemeenschap vormgeven? Wat kunnen we doen om voor jong en oud een gemeente te zijn waar men zich thuis voelt, ongeacht de gemeentetradities of nieuwe vormen? Hoe kunnen we door leven en werken laten zien dat het Jezus is die ons door liefde tot een eenheid smeedt en ons tot een hechte, heerlijke gemeenschap maakt? Ik bid dat God ons zegent om een gemeente met echte heerlijke gemeenschap te zijn, waar we een thuishaven mogen vormen voor mensen die daardoor God ontmoeten en een nieuw leven met Hem beginnen of misschien al zijn begonnen.